Aleid Truijens
Vriendendienst
(2007)
Cossee
176 pagina's
€ 14.90
ISBN 9789059361737
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
de Volkskrant
de recensent.nl (luisterboek)
Een Spaanse varkensboerderij uit idealisme
door Laurens Ham, 21 november 2007
Weinig woorden hebben zo hun glans verloren als ‘idealen’. ‘Vaderlandsliefde’ is nog erger, of ‘burgerlijkheid’, maar toch: niemand heeft tegenwoordig de idealen die in de jaren zeventig zo vanzelfsprekend waren. Idealen zijn uit, maar de SP is in omdat ze zo’n kek logo heeft.
Dit clichébeeld over de verhouding tussen het heden en het recente verleden blijft voortbestaan, maar hoe komen we ervanaf? Door te ontkennen dat we in een materialistische tijd leven, of dat de jaren zeventig zo idealistisch waren? Aleid Truijens doet geen van beide en allebei tegelijk in haar boek Vriendendienst.
De werktitel van de roman was Pubers met grijs haar, maar we mogen dankbaar zijn dat deze olijke titel is vervangen door het toepasselijker Vriendendienst. Dit woord verbindt mooi de twee kernpassages in het boek. Een groep jonge mensen komt samen op de begrafenisdienst van hun gezamenlijke vriend Arend. Meer dan twintig jaar later komt dezelfde groep weer bijeen om vrijwillig te komen helpen met het opknappen van de buitenlandse woning van twee van de vrienden. De dood van Arend is al die tijd sluimerend een rol blijven spelen in hun levens, maar pas tijdens het opknappen van de boerderij komt de verhalen erover aan de oppervlakte.
De vriendengroep, ‘eindexamenlichting Vossius 1974’, is steeds bij elkaar gebleven, ondanks dat er bijzonder veel gebeurd is: alle mannen en vrouwen in de groep hebben op een bepaald moment wel eens een relatie met elkaar gehad, er zijn kinderen uit voortgekomen, een van de mannen is een relatie met zijn vroegere stiefdochter begonnen, ze is nu zes maanden van hem zwanger. Van hun toekomstverwachtingen is weinig overgebleven. Sommigen van hen zijn in het leven mislukt, zoals de hoofdfiguur Joris. Anderen zijn burgerlijk geworden, en weer anderen hebben geld verdiend en zijn een yuppenleven gaan leiden. Tot de laatste categorie behoren Vincent en Paula, die hun peperdure huis in Amsterdam verkopen om in een uithoek van Spanje te gaan wonen, in een oude varkensboerderij. De hele vriendengroep, compleet met kinderen, wordt bijeengebracht om het bouwvallige pand woonklaar te maken.
Een plot bevat Vriendendienst nauwelijks; rondom de hierboven geschetste verhaallijn zijn korte scènes geweven, die variëren van anekdotes en dialogen tot ironische bespiegelingen van Joris. Soms wekt het boek de indruk een verzameling columns te zijn. Zoals in De literaire kring duidelijk de politiek-filosofische Volkskrant-columns van Marjolijn Februari te herkennen waren, zo is hier de luchtige toon van Aleid Truijens’ stukken voor diezelfde krant terug te zien. In de onnatuurlijk scherpzinnig geformuleerde gedachten van Joris wordt afgerekend met het ‘idealisme’ van de jaren zeventig: ‘Ze wilden de wereld mooier maken, maar wel na elf uur ’s ochtends en met wat te drinken erbij. Daarom werden ze vanzelf ontwerper, dichter, therapeut, consultant of journalist. Hele of halve “creatieven”, vrije geesten, liefst in deeltijd, of op andermans kosten.’ Idealisme is vooral een daad van opportunisme.
Zoals Truijens de clichés over de jaren zeventig gebruikt en tegelijkertijd omdraait en bekritiseert, zo wordt er ook een voorspelbaar beeld gegeven van de huidige jeugd en tegelijk een kritiek op dat beeld. De pubers brengen hun tijd op de boerderij vooral door met naar hun iPods luisteren en met de andere bezigheden waarvan we weten dat ze zo bij hun materialistische leventje passen. Maar waarom laat Joris’ stiefdochter van eenentwintig zich zwanger maken door haar veel oudere man, en waarom droomt een jongen van zestien van een basketbalcarrière in Amerika? De idealen van de huidige generatie zijn veel minder zweverig dan die van de vorige generatie, maar daarom niet minder (ir)reëel, zo toont dit boek.
Vriendendienst is een bescheiden roman. Het is nog geen honderdvijftig pagina’s dik en maakt nauwelijks gebruik van complexe karakterontwikkelingen of motieven; de gebruikte symboliek (een roofvogel die de gestorven Arend symboliseert) is zelfs eerder simplistisch. Toch wekt dit boek bewondering, om het komische en pijnlijke beeld dat er van twee generaties wordt geschetst. Truijens gebruikt drie van de meest universele thema’s van de literatuur – generatieverschillen, liefde, de dood – en laat die in de laatste alinea allemaal samenkomen, als Joris tijdens een vrijpartij filosofeert over zijn aanstaande kleinkind: ‘Ik laat hem alle tweehonderdtwintig bruggen zien, dacht Joris, toen hij geluidloos klaarkwam, zijn mond als een zuigeling tegen Marthes hals gedrukt.’ Vriendendienst brengt ons weinig nieuws, maar is daarom niet minder overtuigend.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



