Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Mens en wereld in één figuurtje

door Maaike Van de Voorde, 3 december 2007

De bundel Psilo is opgebouwd uit korte verhaaltjes die allemaal draaien om Psilo. Maar wie is Psilo? Het boek zelf geeft daar een antwoord op. Aan de hand van autobiografische anekdotes maak je kennis met Psilo en zijn leefwereld.

Psilo: een merkwaardige naam voor een merkwaardig heertje. Zo is Psilo’s hoogste doelstelling ereburger van Arnemuiden worden. ‘Omdat dit zo lekker klinkt.’ Daarnaast knipt hij elke zaterdag de nagels van zijn vingers en tenen en verzamelt die in kokertjes. Daar plakt hij een etiket op met het jaartal. Op die manier probeert Psilo zijn hoogstpersoonlijke verleden bij elkaar te houden.

‘Hij had dit ook door middel van een dagboek kunnen doen. Maar woorden, vindt hij, zijn efemeer en te zeer van iedereen. Psilo wil wel iedereen zijn, maar tegelijk ook niemand en nog het liefst iemand die Psilo heet. Uitgerekend daar slaagt hij maar niet in, hij blijft door en door slecht in het zijn van Psilo. Psilo is zijn miscast. Er is niemand die zo slecht Psilo kan spelen als Psilo.’

Hoe autonoom Psilo ook is, toch acht hij zichzelf een onbeduidend element van het onmenselijk groot heelal. Hij is voortdurend bezig zichzelf uit te vinden. Daarbij wil hij voortdurend de eerste, de beste en de meeste zijn, maar tegelijkertijd komt hij tot de conclusie dat perfectie een onbereikbare illusie is. Psilo verzet zich dan ook sterk tegen de aftakeling van zijn lichaam. Elk lichaamsdeel wordt het voorwerp van zijn gescheld. Ook zijn libido laat hem in de steek. Zo wordt Psilo langzaamaan de vijand van zijn hele lijf.

Het leven valt hem zwaar en hij ziet het dan ook als zijn taak om iets te doen aan de onvolmaaktheid van de schepping. Daarom spant hij een rechtszaak aan tegen God.

‘De Bijbel, oké, een meesterwerk. Maar Hij mag de pen dan al vlot kunnen voeren, die zogenaamd Goede God, Hij is en blijft een onbetrouwbaar sujet en – als je ’t nagaat – zelfs een inferieur artiest. Psilo gaat, elke dag weer, gebukt onder de plicht dat híj de schepping dan maar moet retoucheren, penseelstreek voor penseelstreek.’

In zijn groteske verschijningsvorm vertoont Psilo heel wat menselijke eigenschappen. Zijn emoties van angst, troost, liefde, pijn, hulpeloosheid, verdriet en genot vormen ook de belangrijkste bouwstenen in ons leven. Op die manier heeft Psilo heel wat weg van de universele mens: in elk verhaaltje zijn er wel enkele elementen waarin je jezelf herkent. Psilo houdt niet alleen zichzelf een spiegel voor, maar ook de lezers: Psilo is een boek over ieder van ons.

Met zijn korte meneertjesverhalen sluit Gruwez aan in een rij van schrijvers die reeds gebruik maakten van een literair mannetje als uitgangspunt voor hun boeken. Psilo is een soort typetje, een fenomeen dat in de traditie een prominente plaats gekregen heeft. Zo doet Psilo denken aan Jules Renards ‘Poil de Carotte’ (‘Peenhaar’), het roodharige jongetje dat gepest wordt, aan ‘Meneer Cogito’ (‘Meneer Ik Denk’) van Zbigniew Herbert, aan het alter ego van Nicolaas Matsier, ‘Meneer Kortom’ of aan het bizarre en komische figuurtje ‘Plume’ van Henri Michaux. Maar Psilo lijkt misschien nog het meest op ‘Monsieur Teste’ (‘Meneer Teste’), een creatie van Paul Valéry. Meneer Teste heeft geen meningen, maakt niets bijzonders mee, doet vrijwel niets en is weinig spraakzaam: Psilo en Meneer Teste zijn als twee appels die van dezelfde boom afkomstig zijn.

De korte verhalen zijn soms grappig, soms droevig of eerder tragisch. Maar het meest opvallend is Gruwez’ liefde voor de taal: het boek loopt over van de beeldspraak en metaforen.

‘Er zit een knipoog in Psilo’s lever. Zoiets als een torn in een damespanty.’

‘[…] dat een meisje zelf het initiatief neemt en heel zijn lichaam overdekt met kussen. Tedere, wulpse, vochtige, kuise, vrolijke, melancholieke en langoureuze kussen. Verse kussen en volleerde kussen die misschien al eeuwen oud zijn en het patina van de herinnering vertonen. Kussen die een kort uitslaande brand in Psilo veroorzaken en kussen die zijn hart voor altijd op een waakvlammetje zetten.’

Maar ook de grenzen van de taal zelf worden op alle mogelijke manieren verkend, waardoor het boek prachtige woordspelingen en taalspelletjes bevat:

‘Waar houdt de melancholie het liefst haar domicilie?’

‘Psilo is dodelijk verliefd op het woord ‘Arrrnemuiden’. Er zijn nog woorden waarop hij verlekkerd is: poelepaat, warmoes, oelewapper, baarmoeder, geroezemoes, rumoer en aalmoes.’

Psilo is niet alleen een boek over het mens-zijn, maar ook een speeltuin voor Gruwez waar hij zich naar hartenlust op de taal kan uitleven. Deze unieke combinatie van vorm en inhoud levert heel wat mooie fragmenten op, die samen een erg origineel en geslaagd boek vormen.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.