Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Niets blijft onbeschreven

door Eveline Vink, 6 december 2007

In televisieseries gaat nooit iemand naar de wc. Ze zeggen ook geen ‘fijne dag nog, ik zie je morgen’ aan het eind van een telefoongesprek, ze hangen na de laatste zin abrupt op. Dat weet de kijker wel, is de gedachte, dat is niet interessant. In boeken is het niet anders. Wat interessant is laat men zien, het overbodige is – ja – overbodig.
Paul Dijkman lijkt zich te hebben voorgenomen met zijn lezers wat dat betreft geen risico’s te nemen.

Ernesto Paz is burgemeester van Het Paradijs, en regeert op intuïtie en de inlichtingen van zijn afluisterbode Verdi, maar met harde hand. Wanneer hij herhaaldelijk een vreselijk visioen over zijn dorp krijgt, zet hij al zijn macht en middelen in om de catastrofe af te wenden.
De verhaallijn over Het Paradijs wordt afgewisseld met verhalen over Zacharias en Melchior, twee vrienden. Zacharias, celbioloog en plaatsvervangend directeur van een dierentuin, is een zachte, intelligente man. Melchior gaf de studie al snel op voor korte onbetekenende baantjes en alle nachten een ander liefje. Samen wonen ze in een pension bij de familie Borgue, Zacharias onderhoudt een relatie met dochter Maria Borgue. De Hel, waar hun leven zich afspeelt, staat in brand, is in staat van oorlog, wordt geteisterd door terreur. Erg duidelijk is het allemaal niet, maar dat ze moeten vluchten is een feit.

Paul Dijkman is dol op symboliek. Zijn boek bestaat uit vier delen genoemd naar de vier elementen, zijn hoofdpersonen en plaatsen dragen veelzeggende namen, en elke reis, handeling, gedachte of opmerking van een personage is bedoeld om een eigenschap of verlangen van dat personage te onderstrepen. Dijkman laat niets aan het lot over. Ook niet aan zijn lezer, zoals gezegd, en dat heeft tot gevolg dat alles uitgespeld en opgesomd wordt.

‘De uitrusting op het erf dijde uit. Boodschappentassen, dekens, handdoeken en kleren, dozen met keukengerei, aanstekers, zeep, verbandgaas, pleisters, ontsmettingsmiddelen, een koektrommel met lucifers. Ze haalden de schuur leeg: zagen, hamers, tangen, een kist spijkers, spaden, ijzerdraad, touw, bijlen.
“Mooi zakmes,” zei Zacharias.
“Neem mee, neem mee.”
“Vergeet de tuinslang niet.”’

Ik stop hier maar met citeren, want er worden nog anderhalve pagina lang spullen ingeladen, met vermelding van degene die het draagt en de exacte plek waar het ingeruimd wordt. Het Lot staat bol van dit soort zinloze opnoemerij, matigheid is een van de weinige woorden die niet in Dijkmans woordenboek staan.

Wanneer de reis grondig voorbereid is, wordt hij ondernomen, en even grondig beschreven.

‘Buiten zinderde het vlakke, rode land. De zon zengde het zand, de lucht was gortdroog, de reizigers hadden rauwe kelen. Geknakt hingen ze in hun stoelen, sluimerend, het hypnotiserend geneurie van de motor in hun oren, verdoofd door de hitte, de gezichten glimmend van het zweet, de huid broeiend in de doorgezakte zetel. Eczeem tierde in oksels, bilnaad en liezen. Spieren verkrampten. De stank van garstige lichaamssappen bevuilde de atmosfeer. Iedere vorm van decorum verdween.’

De verhalen in Het Lot zijn even barok als de stijl. Onheil, rampspoed en verraad overschreeuwen elkaar, terwijl de twee jonge vrouwen die in het boek voorkomen met verschillende minnaars breed uitgemeten seks hebben in alle synoniemen die de mensheid daarvoor heeft. Zacharias, Melchior en Ernesto krijgen elk hun deel van deze avonturen en avontuurtjes, en maken elk een reis van verstand naar waanzin en heel misschien weer terug.

De figuurlijke reis van de personages uit zich vooral in het afwisselen van eigenschappen. Zacharias is in het begin een verstandige en ontwikkelde man, na een tijdje is hij plots redeloos en gedraagt hij zich puberaal. Zijn dierenliefde kent geen grenzen, maar nadat hij door een groep apen wordt uitgejouwd is hij in een halve dag getransformeerd tot een jachtlustig en bloeddorstig mens. Net zo makkelijk wordt hij later een soort zwakke oerwoudman die al huilt om een geknakt grasje.

Alle gebeurtenissen worden verteld in de onvoltooid verleden tijd, dus op z’n dagboeks: zij deed dit. Hij zei dat. En toen, en toen. Argh! Nog meer reeksen, nu reeksen handelingen. In het kader van deze exuberante enumeraties zou ik willen zeggen: Het Lot is rijk, vol symboliek, pompeus en geëxalteerd.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.