Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Een surrealistische film

door Caroline Schaberg, 10 december 2007

Iedereen die op 11 september 2001 voor de televisie gekluisterd zat, weet dat er een enorme fascinatie uitgaat van het surrealistische, het onvoorstelbare, het groteske. Niels Carels legt in zijn nieuwe roman Betamax zijn vinger op de fascinatie voor geweld. Schuilt er in geweld geen schoonheid? Is geweld te legitimeren? Is kunst niet altijd taboedoorbrekend en balanceert het daarom op de grens van het toelaatbare?

Vijf twintigers leiden een exorbitant bestaan in de nachtelijke sferen van de stad. Ze hebben allemaal beroepen met Hollywood-allures; zowel de straat- als de sterrenkant. Ze zijn niet vies van lekker eten, dure champagnes, lijntjes coke en porno. De meesten kennen elkaar niet. Denken ze.
Twintig jaar geleden zijn ze allemaal betrokken geweest bij de gruwelijke Betamax-avond, waarvan zij de enige overlevenden zijn. Als de dossiers door een commercieel televisieprogramma weer uit de kast worden getrokken, blijkt dat ze allemaal meer door het verleden en elkaar beïnvloed zijn dan ze denken.

Carels legt in wetenschappelijk-filosofische dialogen thema’s aan de orde die alles te maken hebben met geweld en maatschappij. Volgens Freud bestaat er een conflict tussen de creatie- en destructiedrang die paradoxaal genoeg verbonden zijn, doordat ze beiden liefde en haat bevatten. Een zelfmoordterrorist staat voor een ideaal en voor een leider en is bereid daar alles voor te doen. De terrorist vernietigt de Ander en het Zelf in zijn gewelddadige actie, hij leidt aan destructiedrang voor een hoger doel. Dit hogere doel bezit een schoonheid die fascineert.

Seks, geweld, porno en de dood fascineren meer mensen dan dat een puppy of een strandwandeling dat doen. Een Japanse horrorregisseur zegt in Betamax: ‘Ik houd niet van geweld, maar ik ben erdoor gefascineerd. Het is de kern van mijn werk, het kloppende, bloedende hart. Vergelijk het met de werkzaamheden van een pornoregisseur. Wanneer je pornofilmer bent, een ambitieuze pornofilmer, zou je moeten streven naar het perfecte cumshot. Je moet dan de absolute kunst van de seks vangen, de best denkbare neukscène, die alle andere scènes overbodig maakt. Wanneer je een geweldsfilmer bent – ik weet niet eens of dat een woord is, maar ik beschouw mezelf als zodanig – wil je de mooiste dood aller tijden filmen. Wat de consequenties ook zijn.’ De consequenties van de mooiste dood gaan ver in Carels’ werk. Volgens Carels schuilt er schoonheid in een scène die in al zijn verschrikking een overwinning is op de onderdrukking van het individu.

Gegoten in een filmische stijl, lopen de verhalen van de vijf overlevenden naast en door elkaar. Ze leven in de stad die één groot filmdecor lijkt, waar de Kurosawagracht de Bram Stokerstraat kruist en de kat geroepen wordt door het Godfather-deuntje te fluiten, waar Hitchcock-shots elkaar afwisselen met hysterische clubscènes en Tarantino-achtige geweldsuitingen.

Het is overduidelijk dat Carels Filmstudies heeft gestudeerd. Hij heeft zijn huiswerk goed gedaan, schrijft alsof hij een film aan het schieten is, onderlegt de boel met wat controversiële geesteswetenschappelijke theorieën en doorspekt het hele verhaal overvloedig met filmische verwijzingen. Dit zou een eendimensionaal verhaal kunnen opleveren, maar dat is het verre van. Carels heeft met Betamax een roman geschreven die leest als een surrealistische film.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.