Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Waardeloos levensverhaal

door Lars Kroon, 14 december 2007

‘Ik ben Joop Waardeloo, geboren op 31 juli 1928 in de Van Speykstraat nr. 52, eerste verdieping te Rotterdam. Ik ben nu 77 jaar, en het was beter geweest als mijn vader zijn kwakkie op het fornuis had gespoten, dan zou mijn leven met een sisser afgelopen zijn.’

Met deze heldere openingszin is de toon voor de rest van deze ‘autobiografie’ gezet. Een oude man kijkt terug op zijn leven; visualiseer een grijze opa die tegenover je zit, pijp in de mond, hart op de tong.

Het boek bestaat uit een chronologische vertelling van Joops levensverhaal. In zijn leven gebeurt echter zoveel, dat het de lezer halverwege de tekst al gaat duizelen. We lezen hoe het hoofdpersonage zijn hoofd boven water houdt in barre tijden, door zijn heil te zoeken in de criminaliteit. Hij vertelt van al zijn mislukkingen en criminele escapades. Zijn vader is werkeloos, het gezin is arm. Kortom, Joop is een miserabel lot beschoren, maar dit biedt hem genoeg stof voor anekdotes.

Zo betrapt hij zijn oom met zijn moeder in bed, overnacht hij in treinwagons en wordt mishandeld door dezelfde oom. De Rotterdammer zit vaak in de cel voor diefstal en andere kleine vergrijpen, komt er weer uit, begaat eenzelfde soort misdaad, die wederom uitvoerig beschreven wordt, en belandt weer in de cel. Het oneindig bewandelen van deze cirkel vormt de kern van het boek. Al deze gebeurtenissen zouden een spannende avonturenroman kunnen opleveren.

De auteur heeft er echter voor gekozen het levensverhaal van zijn alter ego te overgieten met een saus van zelfmedelijden, uitgedrukt in de zin: ‘Maar als je Joop Waardeloo(S) heet, dan is het geluk altijd maar van korte duur.’

De stijl waarin de geschiedenis is geschreven, is ronduit afzichtelijk. Waardeloo vertelt zijn verhaal in korte zinnen, en uiteraard moet de ras-Rotterdammer Joop zich behelpen met enkele locale uitdrukkingen als ‘de pleuris’ en ‘de tering’. Deze volkstaal, samen met het zeer beperkte uitdrukkingsvermogen van de auteur, leiden meer dan eens tot gedrochten van zinnen als: ‘Kuch ging echter uit zijn eigen het café uit.’ Of bijvoorbeeld de zin waarin maar liefst 4 keer ‘dat’ voorkomt:

‘Maar de volgende dag moest ik weer naar school en dat durfde ik niet, dus dat werd spijbelen, en dat kwam mijn moeder te horen, dat ik al dagen niet op school was geweest, en inmiddels wist zij het ook van die klompen.’

Het overmatige gebruik van kromme, lelijke zinnen wekt het vermoeden dat de auteur misschien een doel heeft met dit taalgebruik, bijvoorbeeld het maken van een rauwe en onvervalste tijdschets. Maar juist een dergelijk doel ontbreekt in dit boek, waardoor het alleen maar irritant is om deze zinnen te lezen. Niet alleen is deze levensbeschrijving ontzettend oppervlakkig, zij biedt ook geen enkele mogelijkheid tot relativering en elke dubbele bodem ontbreekt. Als gevolg van dit alles maakt het relaas weinig indruk. De hoofdpersoon is aan het eide van de rit geen snars veranderd, van enige karakterontwikkeling is in dit verhaal geen sprake.

Joop Waardeloo rent als een bezetene door Rotterdam, zonder een moment stil te staan en na te denken over de zin of onzin van zijn leven. Mocht dit de lezer nog niet duidelijk zijn dan legt Joop het nog even uit in zijn slotzin: ‘En de rest? De rest was snert. Soms wat goeds, maar meestal was alles verrot, het leven is een strontkar die over je heen dendert. Zo ging het mijne voorbij.’

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.