Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Een suggestie van diepgang

door Caroline Schaberg, 30 december 2007

Op de flaptekst van Jeroen Thijssens eerste roman Broeder staat dat ‘de grillige fantasie, de sterke beelden en de durf’ van de auteur Broeder tot een wonderlijke ontdekkingstocht maken. Het is inderdaad een ontdekkingstocht en Thijssen schrijft zeer beeldend en fantasierijk, maar helaas tot vervelens toe.

Boudewijn Koetange verdwijnt plotseling. Diens vriendin Laura komt nu bij zijn broer Bastiaan wonen. Bastiaan is altijd al stiekem verliefd op Laura geweest en door hem mist Laura de verdwenen Boudewijn minder. Meteen vanaf dit eerste begin zijn de verschillen tussen de twee broers tekenend. Boudewijn, twee jaar ouder, is een grote man – met enorme handen en dito geslachtsdeel – die een enorme viriliteit uitstraalt. Bastiaan is de luie, lome jongen die gepest wordt op school, op wie geen meisje valt en die zijn moeders dikheid heeft geërfd.

Op een dag verdwijnt ook Laura, en komt de geheimzinnige man Vieri aan Bastiaans deur. Hij zoekt om onduidelijke redenen Boudewijn. Bastiaan besluit mee te gaan op de zoektocht, maar niet om Boudewijn, maar om Laura te vinden. Zo komt dit bijzondere tweetal in het fictieve Ingen, een donkere stad, ingesloten tussen bergen en zee in het land Ultima Thule, tevens de geboortestad van de moeder van de twee broers.

De bewoners van Ingen zijn gesloten, vijandige mensen die geen buitenstaanders dulden. Geen wonder als je de geschiedenis van de stad kent. In de mijnen en gangen van het voormalige goudzoekerparadijs woont een door de goden gestuurd monster, die eerst vervloekt maar later vereerd werd. De mannen gaan op zoek in de gangen, in het verleden van Het Gele Huis, hun logeeradres, en in het verleden van de familie Koetange zelf, en komen tot vreemde ontdekkingen in het laatste hoofdstuk; waarin blijkt wat er met de vermisten is gebeurd, en waarin alle verhaallijnen en heden en verleden bij elkaar komen.

In principe heeft Thijssen hier een mooi verhaal te pakken, hij weet de lezers te boeien en schrijft met vaart en spanning dit mythische verhaal. Toch is er iets wat ik mis. Het verhaal komt ongeloofwaardig over, wat natuurlijk mogelijk is bij een mythische vertelling, maar het zijn vooral de personages die niet tot leven komen en eendimensionale karakters blijven. Bijna alle karakters krijgen veel feiten over zich uitgestort, en toch worden ze niet tot een geheel en blijven ze zweven als losse karaktereigenschappen en persoonlijke gebeurtenissen zonder eigenaar. Thijssen beschrijft bijvoorbeeld de vakantie van de twee broers naar Schoorl, waar Boudewijn Bastiaans ontmaagding beloofd had, en het vervolgens Boudewijns ranzige vriend Kookworst is die hem seksueel bevredigt. Een interessant en waarschijnlijk traumatisch gegeven, vooral door de tentoongestelde wreedheid van Boudewijn, maar Thijssen werkt het niet verder uit en de gebeurtenissen blijven op zichzelf staan.

Hetzelfde gebeurt met het personage Vieri, een vervelend en zelfingenomen figuur die Boudewijn zoekt omdat hij hem verantwoordelijk houdt voor de verdwijning van zijn zoon. Vieri drinkt zich kapot, is bijna altijd dronken omdat zijn lever geen alcohol meer opneemt. Hij walgt van de dikheid van Bastiaan en strooit met wijsheden als: ‘Is het u weleens opgevallen dat je het meest mist wat het minst nabij is?’

Maar de oppervlakkige personages en de op zichzelf staande gebeurtenissen zijn niet de meest storende elementen in deze roman. Dat is Thijssens stijl. Zijn sterke beelden en durf worden op de flaptekst geprezen, maar staan mij als lezer het meest tegen omdat ze gemaakt en gekunsteld overkomen. In deze roman kronkelen de straten als darmen, heeft het mooie meisje uit het dorp een glimlach als een stalen rimpel en beweegt een jurk als een long die opzwelt en weer leegloopt. Ook staat dit boek boordevol clichés: het verhaal van de weduwe dooft zoals alle verhalen doven, een vrouwelijke verschijning lokt een verlangende man als een lamp een mot, en Laura’s lach doet de zon schijnen in een donkere kamer.

Aan het einde van de roman onthult de weduwe van Het Gele Huis te Ingen de geschiedenis van het huis, de stad en de familie Koetange. Bastiaan, die op zoek was naar dit verhaal, lijkt het niet erg interessant te vinden en schrijft hierover: ‘de weduwe spreekt in raadsels, met terzijdes die diepgang moeten suggereren.’ Zo is het precies met deze roman. Thijssen heeft hoog ingezet, wil veel vertellen, maakt verscheidene beelden en suggereert diepgang, maar het laatste is er eigenlijk niet in te vinden. Broeder leest snel weg en heeft als grote lijn een spannend verhaal, maar door de vele clichébeelden, de oppervlakkige personages en al de terzijdes en gebeurtenissen die niet verder uitgewerkt worden en op zichzelf lijken te staan vind ik het een matige roman.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.