Bas Kok
Het Lab
(2007)
Olive Press
220 pagina's
€ 17.95
ISBN 9789077787144
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Van onderzoeker tot proefpersoon
door Nelienke van Eijsden, 23 januari 2008
‘Over duizenden Nederlanders schreef ik een psychologisch rapport, maar over mezelf heb ik nooit een woord geschreven.’ Daar heeft hoofdpersoon Lodewijk Peeters (1927) meteen al in de eerste zin de essentie van zijn leven, en het boek, te pakken. Het Lab, de debuutroman van psycholoog Bas Kok (1966), vertelt het fictieve verhaal van de 79-jarige Lodewijk die eindelijk de moed heeft om terug te kijken op zijn leven.
Het psychotechnische laboratorium speelt een belangrijke rol in het leven van Lodewijk. Wanneer het lab in 1927 wordt geopend, gaat zijn moeder er als secretaresse werken en neemt hem elke dag mee. Zo leert hij het gebouw, en de methoden die daar gebruikt worden om mensen te testen, kennen als zijn broekzak. Maar Lodewijk moet naar school en het lab verdwijnt uit zijn leven. Als dan de Tweede Wereldoorlog uitbreekt biedt de directeur van het lab, professor Amelink, hem een baantje aan zodat hij niet te werk zal worden gesteld door de Duitsers. De situatie wordt uiteindelijk te gevaarlijk voor Lodewijk, en dus besluiten hij en zijn moeder dat het beter is als hij een tijdje ergens anders slaapt. Na overleg met Amelink kan Lodewijk in het souterrain van het lab verblijven, en zo komt Lodewijk erachter dat de professor al lange tijd onderduikers bescherming biedt.
Een van die onderduikers is de joodse Edith. Onderling contact is streng verboden, maar toch weten ze elkaar elke dag voor een kwartier te ontmoeten en Lodewijk en Edith worden verliefd. Maar zo snel als de liefde gekomen is, verdwijnt zij ook weer. Edith besluit op zoek te gaan naar haar familie en ze verdwijnt uit het leven van Lodewijk. Alles wat hem aan haar herinnert, is een brief. Deze brief mag Lodewijk pas openen als hij zeker weet dat Edith niet meer terug zal keren.
Zo gaan er jaren voorbij. Lodewijk komt na een aantal omzwervingen weer terug bij het lab en werkt zich langzaam omhoog tot volwaardig psycholoog. Zijn hele werkzame leven lang houdt hij zich bezig met het analyseren van mensen, maar zichzelf diep in de ogen kijken durft hij niet. Zo ligt de brief na twintig jaar nog altijd ongelezen in de kast, want met het openen ervan zou Lodewijk erkennen dat Edith er niet meer is. Een andere reden om de brief te vergeten is schuldgevoel over het feit dat hij haar in de oorlog heeft laten vertrekken uit het onderduikadres en haar na de oorlog niet is gaan zoeken. Wanneer Lodewijk besluit zijn memoires te schrijven, komt de met redelijk succes verdrongen geschiedenis ineens boven en staat hij wederom voor de keuze of hij de brief zal lezen of niet. Bas Kok weet met dit gegeven de spanning er in te houden, want constant vraag je je af of Lodewijk de brief gaat lezen en, meer nog, wat er precies in zal staan.
Lodewijk is als schrijver van zijn memoires bijzonder aanwezig en dat is storend, temeer omdat zijn taalgebruik vaak wat onbeholpen is. Omdat Het Lab een debuut is, is het lastig te beoordelen of dit een bewuste keuze is geweest of dat de schrijver in gebreke blijft:
‘Mijn memoires: hoe deze opdracht aan te pakken? Nu ik vrij plotseling ben begonnen met schrijven, vraag ik mij dit pas af. Voor de navolgbaarheid lijkt een min of meer chronologische opzet mij het beste, niet in de eerste plaats voor mijzelf. Ik zal trachten de verschillende fasen van het Lab in overzichtelijke episoden te behandelen.’
Zo gezegd, zo gedaan. Lodewijk vertelt zijn levensverhaal aan de hand van vijf episoden; ‘de zwijgende mens’ van voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, ‘de collectieve mens’ van de wederopbouw, ‘de idealistische mens’ van de roaring sixties, ‘de individualistische mens’ en tot slot ‘de virtuele mens’. Ondanks de knullige taal geeft elke episode wel een treffend beeld van de ontwikkeling van mens en maatschappij uit het betreffende tijdvak. Zo weet Kok in slechts één zin het verschil te karakteriseren tussen de saamhorigheid tijdens de wederopbouw en het tijdperk van het individualisme:
‘Mensen waren niet langer bezig met het maken van de samenleving, ze waren bezig met het maken van zichzelf’.
Ook laat Kok Amsterdam op levendige wijze veranderen voor het oog van de lezer. Van het dorp Amsterdam, waar iedereen elkaar kent en een praatje met elkaar maakt tot de stad Amsterdam, individualistisch en druk. Het Vondelpark transformeert van statig stadspark tot het epicentrum van de flower power, en Amsterdam dijt langzaamaan naar alle kanten uit met wijken ‘die luisteren naar buitenlustige namen als Slotermeer, Overtoomse Veld en Geuzenveld’. Het Lab is, in al deze veranderingen en ontwikkelingen, een plek waar de tijd stil lijkt te staan.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



