Bernlef
De pianoman
(2008)
CPNB
92 pagina's
€ -
ISBN 9789059650626
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
recensie van Hoe van de trap te vallen
recensie van De onzichtbare jongen
Bernlef herschreef prozadebuut
recensie van Een jongensoorlog
Gestolde levens met fijne pen vastgelegd
recensie van Op slot
recensie van Hersenschimmen
recensie van Op slot
De rode droom overbrugt vele kilometers
recensie van De rode droom
Schaduwjury: Verbazing troef, verwondering wint
opiniestuk
andere recensies
NRC Next
Reformatorisch Dagblad
Het Parool
HP|De Tijd – Max Pam
LiterairNederland.nl
Scholieren.com
Een zwijgzame boerenzoon die een beetje piano kan spelen
door Maartje Kunnen, Jona Lendering, Daan Stoffelsen, Eveline Vink en Bert Zuidhof, 7 maart 2008
Het boekenweekgeschenk 2008 is Bernlefs De pianoman. De traditie wil (zie 2005, Wolkers’ Zomerhitte, zie 2006, Japins De grote wereld, zie 2007, Maks De brug) dat Recensieweb zich in al haar meerstemmigheid uitspreekt over het boekenweekgeschenk. De aftrap is van Bert Zuidhof, Jona Lendering, Daan Stoffelsen, Maartje Kunnen en Eveline Vink vervolgden.
Mensen houden ervan om de werkelijkheid op te blazen. Neem het verhaal van ‘de pianoman’, een identiteitsloze man die in Engeland opdook, niets zei en alleen piano speelde. Hij bleek uiteindelijk een homofiele boerenzoon uit Beieren te zijn, niet bijzonders, maar de media hypeten hem als briljante pianist, die al jaren vermist zou zijn geweest. Bernlef zag hier elementen voor een verhaal in, en de vraag om het boekenweekgeschenk te schrijven kwam op het juist moment. De pianoman verschijnt samen met een Boekenweek-cv over Bernlef.
De echte pianoman kwam uit Beieren, Bernlef laat zijn hoofdpersonage Thomas, ook een homofiele boerenzoon, uit een noest dorpje in het Noorden van Friesland komen. Van alle bewoners uit dit dorpje zijn zijn ouders, Jelle en Tsjitske, nog het stugst en zwijgzaamst.
‘Met hoe weinig woorden kan iemand toe? Die vraag was Jelle noch Tsjitske ooit gesteld. Met minder, zou Jelle stellig hebben geantwoord. Tsjitske zou vermoedelijk alleen maar geglimlacht hebben; de zweem van een glimlach die vrijwel meteen weer van haar ronde gezicht verdween.’
In zo’n gebrekkige talige omgeving moet Thomas wel op achterstand komen. Zijn Juf Jenny komt met haar bijlessen niet verder dan hem te doordringen dat hij naar zichzelf moet verwijzen met ‘ik’, niet met zijn naam. Maar haar piano wekt Thomas’ interesse wel, en daarom leert ze hem de weinige liedjes die ze kent. Het baat hem niet; uiteindelijk gaat hij aan de slag in een fietsenfabriek.
Dan, uit angst voor de onderhuidse woede van zijn vader, loopt Thomas van huis weg. Met wat spaargeld vertrekt hij naar Amsterdam, waar hij het Engelse meisje Chris ontmoet. Zij verdient haar geld als levend standbeeld, en ontfermt zich over Thomas. Hij betaalt het eten, en nog eens, en langzamerhand ziet Chris in hem een ticket naar huis. Ze reizen naar Parijs, naar Dover, en daar laat ze hem achter zonder geld of paspoort. Thomas lift zelf verder en belandt in Sheerness, waar hij wordt opgenomen in een psychiatrische kliniek omdat hij rondzwerft, geen woord spreekt en niemand eigenlijk weet wat ze met hem aanmoeten. Hij speelt alleen de wijsjes die Jenny hem heeft geleerd op een piano. De pianoman is geboren.
Bernlef baseerde zich voor Thomas op de autistische trekjes van zijn jongere broer. Thomas staat nauwelijks in contact met zijn omgeving, temeer omdat hij het Engels, waarin hij gedwongen wordt te spreken, niet beheerst. Hij voelt zich op zijn gemak bij het stilzwijgende reizen. De sobere stijl van Bernlef zit het verhaal, waarin taal een ondergeschikte rol speelt, als gegoten.
‘Het zwijgen kostte Thomas geen enkele moeite, maar niet meer denken, hoe deed je dat? […] Ze wilden erachter komen of hij begreep wat ze tegen hem zeiden. Zo probeerden ze hem open te breken. Ze bleven maar tegen hem praten in de hoop dat hij op een gegeven ogenblik zou reageren op iets wat ze tegen hem zeiden of hem lieten zien.’
Als Jenny Thomas uiteindelijk op komt halen in Engeland – hij is herkend door de hoofdmeester, die de berichtgeving over hem leest in de kant – valt Thomas echter wel uit zijn rol als taalstamelaar door het hoofdmotief iets te mooi te verwoorden: ‘Ze wilden dat ik iemand anders werd […]. Wat kon ik anders doen dan zwijgen, mijn eigen naam bewaren?’ Hij spreekt weer, en zegt terug te willen keren naar Nederland.
En dat doet hij ook. Zijn vader is een verdrinkingsdood gestorven, waarvan de toedracht allerminst duidelijk is, en Thomas neemt de lege plaats naast zijn moeder in. Bernlef weet zo in kort bestek de transformatie van Thomas tot stand te brengen: hij groeit op op een terp, is er kortstondig vandaan, ontdekt dat hij op de terp hoort, en keert ernaar terug. Deze verhaallijn is de moeite waard, is overtuigend; het lijntje van Jenny, de jonge vrouw die na een mislukt huwelijk in het Westen de rust van het Friese dorpje opzoekt, en daar de liefde van haar leven vindt, is daarentegen niet meer dan een streekromannetje – bijster interessant is ze niet, en ze doet wat je verwacht van een vrouw die als buitenstaander in een nieuwe omgeving komt.
De vergelijking tussen Thomas en Maarten Klein uit Hersenschimmen ligt voor de hand: beide personages staan in een problematische verhouding tot taal en hun omgeving. In deze vergelijking komt het veel dunnere De pianoman er echter bleekjes uit; het gekozen perspectief – in Hersenschimmen ligt het perspectief puur bij Maarten; in De pianoman komen meerdere personages aan het woord – drijft in de novelle de isolatie minder op de spits. Interessant is wel dat De pianoman een direct negatief is van Hersenschimmen: waar Maarten eindigt in witte, woordeloze leegte, eindigt Thomas met een begin, het doorbreken van zijn zwijgen. ‘Maar nu is het voorbij. Je wordt lichter als je praat, weet je dat?’
De pianoman is niet opgeblazen, Thomas is niet groter dan de jongen van de terp, is geen verdwaald groot musicus, blijkt een gewone boerenjongen te zijn gebleven. Tussen 12 en 22 maart praat hij er over, voor het eerst.
Jona Lendering: Eigenlijk verschijnt De pianoman van Bernlef te vroeg. Elke lezer zal bij de titel van het boekenweekgeschenk denken aan de contactgestoorde man die enkele jaren geleden werd verpleegd in een Brits psychiatrisch ziekenhuis en wereldnieuws werd omdat hij zo mooi piano speelde. Omdat het verhaal al bekend is, is het lastig de novelle te beoordelen op haar eigen merites. De recensent is al wat bevooroordeeld – hij kent de plot – en concentreert zich al snel op de vraag of de blik in de geest van de ongelukkige overtuigend is. Ook gaat de recensent meer dan anders letten op de schrijfstijl, het eigenlijke verhaal enigszins verwaarlozend.
De lezer kan gerust zijn. Zelfs al is de plot niet origineel, het boekenweekgeschenk is onderhoudend genoeg. Bernlef weet overtuigend op te roepen wat er zoal moet zijn omgegaan in de getroebleerde ziel. Het lijkt echter wel alsof hij moeite heeft gehad met het begin van zijn verhaal. Al op de eerste pagina worden mensen ‘nietig als mieren’ genoemd en op de tweede bladzijde is sprake van ‘de zweem van een glimlach’: clichés die de lezer niet verwacht van een geroutineerde schrijver. In de volgende dertig bladzijden volgen verschillende stereotype zinnen over het taaleigen van de landstreek waar het verhaal zich afspeelt: ‘Noest, zeiden ze hier, een noeste werker was hij’, ‘Op magazijn, zoals dat werd genoemd’ en ‘Van alle markten thuis, noemde je dat.’ Dat doet wat afbreuk aan een verder perfect verteld verhaal, dat ook enkele mooie observaties bevat over het wezen van communicatie.
De reeks boekenwekengeschenken is van uiteenlopende kwaliteit. Tegenover volkomen mislukkingen als Nootebooms Volgende verhaal staan regelrechte meesterwerken als Pressers Nacht der Girondijnen. Bernlefs Pianoman zit daar ergens tussenin: zonder dat het je wereldbeeld verandert, is het boeiend genoeg om een prettig uur te lezen. Een prettig boekje om ten geschenke te krijgen.
Daan Stoffelsen: Het is een intrigerend gegeven: een onbekende verschijnt, zwijgt, en speelt piano. Bernlef greep het verhaal van de ‘pianoman’, die in 2005 in het Engelse Sheerness opdook, aan om het verhaal van een stugge jongeman te vertellen.
‘Jelle en Tsjitske keken over het kind heen naar de weilanden. Hier en daar liep een koe, twee of drie schapen die zich grazend traag in al dat groen voortbewogen. In de verte stak de torenspits van het naburige dorp de lucht in, waarin heel hoog een reeks schapenwolkjes dreef. Ze namen van dit alles geen notitie, hun omgeving was voor hen vanzelfsprekend, op het onzichtbare af.’
Thomas verlaat zijn beklemmende omgeving en begint een reis die eindigt in Sheerness. Ondergaat een reis, is misschien de betere term, want hoewel hij zijn eerste seksuele ervaring heeft en voor het eerst bedrogen wordt, beleeft hij het avontuur als een idioot: zonder emotie, zonder motivatie. Dat wil zeggen, bij zijn uiteindelijke thuiskomst in zijn Noord-Nederlandse terpdorp blijkt zijn dominante vader te zijn overleden en Thomas zelf een ware spraakwaterval. Zijn zwijgen had een reden. Een al te simpele reden, en het werpt weer de vraag op of het boekenweekgeschenk, of de novelle, niet te kort is om iets meer dan een verhaaltje te vertellen. Of dat men toch te veel de bekende langschrijvers blijft benaderen. Kom op, CPNB, respecteer de kunst van het kortverhaal, vraag Sanneke van Hassel voor 2009.
Maartje Kunnen: Het gegeven van De pianoman is aardig. Hoe komt een boerenzoon terecht in een Engelse inrichting, waar men geen woord uit hem krijgt? En hoe komen de mensen om hem heen erop dat hij een briljant musicus moet zijn?
Bernlefs verklaring biedt je een fijne leesavond. In zijn versie van dit verhaal is de pianoman Thomas Boender, een jongen die zich niet goed in taal kan uitdrukken. Wanneer hij wegloopt van huis, – ‘Hun huis van rode baksteen, meer een ruim daglonershuis dan een kleine boerderij, stond op een eeuwenoude terp, aan alle kanten blootgesteld aan de wind. Het leek hier altijd te waaien’ – begint zijn eerste grote reis. Er komt veel op hem af: hij praktiseert voor het eerst zijn homoseksualiteit, komt voor het eerst buiten Nederland, wordt voor het eerst bedrogen. Hij moet zich ellendig voelen als hij zonder paspoort en geld in Groot-Brittannië is beland, een land waarvan hij de taal nauwelijks spreekt.
‘Hij kon niet meer nadenken, wilde niet praten, zelfs niet in zichzelf. Eerst moest hij zijn gedachten stoppen. [..] Hij merkte hoe onmogelijk het was om aan helemaal niets te denken.’ Maar wat hij precies denkt, kan Thomas niet verwoorden, en ook de schrijver verkiest om dit niet voor ons te verwoorden. Zo blijft Thomas voor ons een mysterieuze jongen. Aan het eind van het boek kan het nog alle kanten met hem op.
In dit verhaal staan stad en platteland lijnrecht tegenover elkaar. De auteur lijkt Thomas’ ongerepte kijk op het stadse leven aan te grijpen om een persoonlijke (en actuele) frustratie te spuien: ‘De meeste reizigers zaten met hun mobiele telefoon te bellen en vertelden dat ze nu in de trein zaten, wat Thomas nogal logisch en daarom nogal dom vond.’ Ook wordt bij monde van psychiaters gemopperd over de media. ‘De media, zeiden ze tegen elkaar, die verdomde media ook. Briljante pianist en meer van die onzin.’ Maar een klein beetje mopperen over moderne problemen mag en het past eigenlijk ook wel goed in het thema van deze boekenweek.
Eveline Vink: Ik zal niet ingaan op de inhoud van Bernlefs boekenweekgeschenk De pianoman, daar hebt u hierboven uitgebreid over kunnen lezen. Ook hoef ik eigenlijk niet meer te zeggen dat het mooi maar niet bijster geniaal of memorabel is, dat het jammer is dat je de plot al kent, maar dat het toch een plezierig ding is, het boekenweekgeschenk 2008. Het is al gezegd, en ook allemaal waar.
Wat heb ik dan nog bij te dragen? Enige bespiegelingen op de invloed die het al of niet kennen en waarderen van ander werk van de auteur heeft op de verwachtingen vooraf en beoordeling achteraf van een geschenk, liepen op niets uit toen uit mijn persoonlijke ervaringen bleek dat een boekenweekgeschenklezing met voorkennis nog steeds alle kanten uit kan. Toch zou ik daar wel eens statistieken van willen zien. En ook van hoeveel mensen hun geschenk alleen gebruiken om gratis met de trein te reizen, en hoeveel hem werkelijk lezen. En hoeveel hem alleen hebben voor de heb, omdat ze op die ene dag nog niet dood in die boekenweekvolle treinen gevonden zouden willen worden.
Al deze afdwalende gedachten kunnen maar één ding betekenen: het was allerminst noodzakelijk, maar het was leuk, en nu is het weer uit. Klaar.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

(4/5)


