Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Psychopaat in kinderschoenen

door Lies Journée, 11 september 2008

‘Op zoek naar vogelnestjes was hij steeds verder van het pad geraakt en ten slotte uitgekomen bij een oude beukenboom, niet ver van de vijver.’ Zo luiden de eerste woorden van ‘De jongen met de viool’, een van de verhalen waarmee Thomas Rosenboom in 1983 zijn debuut maakte ( De mensen thuis ). Bij deze beukenboom begint een verhaal dat op z’n minst opmerkelijk kan worden genoemd.

Timon, de twaalfjarige hoofdpersoon van het verhaal, is een merkwaardig kereltje. Hij is op zoek; op zoek naar een plek die aanvoelt als ‘thuis’. Wanneer hij op een dag in het park ronddwaalt, en op een oude beukenboom stuit, besluit hij deze en het eromheen liggende erfje tot zijn thuis te maken, zijn eigen hofje, zijn eigen paradijs waar hij zich onbezorgd kan terugtrekken. Binnen dit ‘eigen’ stukje natuur is Timon de baas, heeft hij zeggenschap over het reilen en zeilen van de flora en fauna. Natuurverhoudingen worden in Timons optiek machtsverhoudingen: ‘Grijnzend bedacht Timon dat deze beuk nog minder verweer had dan een klein, klein kleutertje: alles moest hij zich laten aandoen. Hij zou deze boom kunnen doden!’

Timon wil op zijn erf een botanische tuin aanleggen. Deze bezigheden, om van het erf zijn eigen plek te maken, moeten hem weerhouden van ontuchtige gedachten en fantasieën. Die sluipen vaak ongevraagd zijn hoofd binnen, en hij probeert zich daar tevergeefs tegen te verzetten. Het wordt de lezer duidelijk dat het niet bij dergelijke fantasieën is gebleven: Timon speelt ‘het troebele spel’ dikwijls met ‘kleine kleutertjes’ achter de schutting.

Je zou je af kunnen vragen wat een oude beuk in een hofje te maken heeft met Timons zondige gedachten aan zijn seksuele praktijken met kleine kleutertjes. Moeten we het plan van Timon om het hof te vermaken tot zijn eigen stekkie opvatten als afleiding? Als manier om zijn eenzaamheid te bestrijden? Moeten we het hof zien als een plek waar Timon de controle heeft, waar hij zich niet laat bepalen door zijn gedachten?

Nee hoor, het antwoord lijkt gelegen in een eeuwenoud kinderliedje. Kleine, kleine kleutertjes zijn niet welkom in zijn hof. Of moeten we de boodschap van dit liedje in dit geval op een iets andere manier begrijpen? Dat het hof dient als Timons pantser, en ervoor moet zorgen dat hij zich niet aan die kleine kleutertjes vergrijpt…

Moeten we in dat geval het ‘van het pad raken’ uit de eerste zin van het verhaal dan misschien interpreteren als een zegswijze, afkomstig van het spreekwoord ‘op het slechte pad raken’? Timon raakt met de ontdekking van de beuk en het hofje van het ‘slechte’ pad af, dat wil zeggen zijn seksuele spelletjes met kleuters, en gaat de goede richting uit, door zich daarvan te willen onthouden.

Dat maakt het verhaal ‘bedacht’. Timon lijkt verdacht veel op een psychopaat in de dop met een voor zijn leeftijd al behoorlijke dosis zelfkennis. Maar wie zich niet laat afschrikken door Timon en zich toch aan dit verhaal wagen wil, moet niet terugdeinzen voor de verheven stijl waarin het geschreven is, of de ellenlange zinnen die soms bijna een halve pagina bestrijken. Dergelijke zinnen met een veelheid aan inbeddingen vertragen het verhaal en zorgen ervoor dat het lezen niet zonder pijn of moeite gaat. Het leest niet ‘soepel’, zorgt voor haperingen en dat is niet prettig. Het lijkt wel of Rosenboom de lezer wil demonstreren hoe goed hij de Nederlandse taal in al zijn facetten beheerst.

De stijl van het verhaal doet bijna negentiende-eeuws aan. Het verheven woordgebruik zorgt er bovendien voor dat er nauwelijks tot de verbeelding van de lezer wordt gesproken. Alles wordt uitgelegd, alles wordt tot in detail beschreven, er wordt weinig overgelaten aan de fantasie.

Dat de gedachten van een twaalfjarig jongetje in diezelfde verheven – niet per se lelijke – stijl worden beschreven, doet afbreuk aan de geloofwaardigheid. Het is heel moeilijk om een ziekelijk karakter van een twaalfjarig kind als Timon op zo’n manier weer te geven dat de lezer het waarschijnlijk acht – Rosenboom slaagt daar redelijk in – maar door de gekozen stijl waarin zijn gedachten worden verwoord, boet Timon vooral in aan geloofwaardigheid. Hij lijkt meer op een bejaarde man – gevangen in een kinderlichaam. Op dit vlak stroken stijl en inhoud niet met elkaar.

Kortom; een te ‘bedachte’ verhaallijn dat door de gehanteerde stijl kunstmatig aandoet en onnodig moeilijk is gemaakt.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.