Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Ver gezocht maar goed gevonden

door Mirjam van Houten, 26 september 2008

In Twee linkerlaarzen geeft Laura Broekhuysen op een meesterlijke manier een inkijkje in de wereld van opgroeiende hartsvriendinnen. Het lijkt er altijd zomer in het perspectief van Juul, die geen moeder meer heeft, maar wel zusjes en een broer. Haar hartsvriendin is Marijn. Juul en Marijn. Marijn en Juul. Ze houden van rennen, van verkleden, van verzamelen. Zo hebben ze zelf hun eigen wereld gecreëerd. Een meisjeswereld vol gevleugelde woorden, rituelen en fantasieën alleen begrijpelijk voor insiders.

Meisjes van dertien kunnen soms in raadselen spreken. Dit gegeven heeft Broekhuysen treffend neergezet, in levendige dialogen. Juul en Marijn wisselen voortdurend veelbetekenende gedachten, fantasieën en grappen uit, zonder er veel woorden aan vuil te maken. Juul en Marijn rennen als ‘we’ rond in een wereld met verder ‘de moeders’, ‘de zusjes’, ‘de opaatjes’, ‘de aanbidders’. Enkele goed gedoseerde frasen (‘Worden we niet te groot voor bloot?’) tornen al aan het eeuwige voortbestaan van dit kinderlijke geluk en geven de lezer een licht ongemakkelijk voorgevoel. En ja: uiteindelijk keilt een meedogenloze spelbreker – de liefde – een steen in de rimpelloze fabelachtige vijver waarna alles onherstelbaar beschadigd is.

De jonge Laura Broekhuysen (1983) heeft in dit boek het thema –opgroeien- in een zorgvuldig gecomponeerd verhaal weten te gieten. Twee linkerlaarzen is na haar jeugdboek Zand erover haar tweede boek, en daarmee ook het tweede boek waarin opgroeiende meisjes centraal staan.

Er is veel te zeggen over de schrijfstijl van Broekhuysen. Die is ritmisch, soms staccato zelfs. Sommige passages schurken aan tegen de dichtvorm:

‘De vaders vissen de aardappels, klaar, gepoft, in loeiheet folie uit de vuren, de aardappels gloeien en dampen, de grote boterklonten smelten. De opaatjes zetten hun tanden erin, ze branden hun tongen, ze tieren, de boter druipt hun mouwen in, langs de magere harige polsen. Mijn zusjes zitten op schoot bij de moeders, ze staren naar de vuren. De moeders hebben hun armen om mijn zusjes geslagen, mijn zusjes aaien hun ellebogen, trekken zacht aan elleboogvelletjes, gapen, de moeders neuriën, wiegen.’

Binnen deze poëtische passages blijven de ogen van de lezer op elke bladzijde haken aan oplichtende juwelen van taalvondsten:

‘We kijken naar de zon die niet tevoorschijn komt, maar door de wolken tevoorschijn wordt gekomen.’
‘Ze rent alsof iemand haar gooit.’

Gaandeweg het verhaal dringt de vraag zich toch op of er niet teveel krenten in de pap zitten. Bovendien lijkt er soms sprake van een ongebreidelde rijmdwang. Broekhuysen strooit in Twee linkerlaarzen wel erg kwistig rond met blozende oren, schenen, benen en opvallend veel tenen (al dan niet verend). Ook legt de schrijfster een opvallende voorkeur aan de dag voor alliteratie; zusjes rennen rond, bloot in blauwe broekjes en bouwen een berghut in bochten. Dat is een fiks minpunt.

Maar niet meer dan dat. Want in Twee linkerlaarzen valt de inhoud prachtig samen met stijl. Deze stijl is rijk met veel poëtische beelden, zorgvuldig gekozen en gerangschikte woorden. Bijeengezocht, vér gezocht soms. Hier en daar overdadig. Maar dat hoort zo bij schatten. Dat hoort zo bij een bijzondere verzameling. Een verzameling zoals ook Juul en Marijn bijeengezocht en gefantaseerd hebben in de kas die eens van Juul´s moeder was. De kas als doorzichtig vacuüm waarin alleen zij de weg kennen:

‘Onze verzamelingen zijn volgordes van klein naar groot en van ruw naar glibberig, kleur bij kleur en op alfabet. Mooi of moeilijk zijn onze boeken of mooi en moeilijk, klamgestoomd, we kapen ze uit alle huizen, niemand zoekt ze. Van alles wat mooi is bietsen we stukjes; kaarsen en vierkantjes houten vloer, gelakt, ook vierkantjes kleed. We hebben een richel muur met behang van vierkantjes uit alle huizen. En randen langs de ramen van lijmballetjes, geplakt, om met je vinger langs te vegen, bobbelig, het ruikt naar lijm.’

Dit verrassende boek van Laura Broekhuysen wekt nieuwsgierigheid. Of haar knappe poëtische schrijfstijl ook gestalte kan geven aan andere thema´s en werelden dan die waarin opgroeiende meisjes centraal staan, zal moeten blijken.
En de vele verende tenen zijn haar vergeven. Ruimschoots.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.