Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Brievenboek van Grunberg biedt te weinig inhoud

door Elsje Frouws, 27 september 2008

(Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury)
Mocht u zich weleens afvragen waar Arnon Grunberg zijn materiaal vandaan haalt, dan leest u in zijn brievenboek Omdat ik u begeer het antwoord. Hij schrijft daar in een brief aan kennissen:

‘Toen u mij een jaar of vier geleden op het terras van D. oppikte, toen u me tot uw schaakleraar bombardeerde, en vervolgens zelfs tot huisvriend, toen u me in bijzijn van uw manke echtgenoot probeerde te verleiden, toen u mij kennis liet maken met uw volledig gestoorde dochter, heb ik nooit iets anders gedacht dan: “Over deze mensen kan ik schrijven. Dit is prachtig materiaal.” U was voor mij vlees dat ik nodig had om mijn stoofschotel te bereiden. Ik plukte u, zoals de poelier kippen en kalkoenen. Ik had u niet nodig als vriendin, kennis, gezelschapsdame of minnares, alleen als onderzoeksobject, als proefkonijn.’

Dit citaat geeft een goede typering van de inhoud van Omdat ik u begeer: een verzameling brieven waarin Grunberg de geadresseerden, zonder een enkele uitzondering, volledig afmaakt. Het boek is door Marc Schaevers, hoofdredacteur van Humo, samengesteld uit de wekelijkse brieven die in Humo en, sinds september 2005, ook in Het Parool verschijnen. Dat waren er in de periode januari 2001 – februari 2007 ruim 300, waarvan er 111 in Omdat ik u begeer terecht zijn gekomen.

Grunberg schrijft aan mensen uit zijn persoonlijke kring en aan bekende mensen, voornamelijk auteurs en politici. Hij doet dat in een briljante stijl: gemeen scherp, lichtvoetig, elk woord raak, in zinnen die een genot zijn om te lezen door de verrassende wendingen. En met de typerende Grunberg-humor. In een brief aan A.F.Th. van der Heijden becommentarieert Grunberg een citaat van Van der Heijden en dat gaat op de volgende wijze:

‘Dit noteerde je toen je bijna vijftig was, lieve Adri, dit is niet meer gewone alledaagse domheid en ongetalenteerdheid, dit mogen wij gerust een ziekte noemen, het syndroom van Adri. Lijders aan dit syndroom hebben een groot minderwaardigheidscomplex, vooral op intellectueel gebied, dat ze proberen te compenseren door tijd met een hoofdletter te schrijven en zich jarenlang het hoofd te breken over de vraag of die tijd tikt of stroomt.’

Of je dit grappig vindt, is een zaak van persoonlijke smaak. Grunberg-lezers zullen zijn stijl en humor herkennen uit zijn romans, zoals Tirza (Libris Literatuur Prijs 2007) of De asielzoeker (winnaar Ako Literatuurprijs 2004). Maar in zijn romans is de humor gedoseerd en liet de inhoud mij niet los. Het lezen van de brieven werd echter een corvee. Bij de zoveelste brief herken je als lezer het schrijfrecept: het vergelijken van appels met peren en het uitvergroten van zaken en kom je zelfs, in brief 55 en 77, hetzelfde grapje tegen. Ook de inhoud, het kraken van mensen, is al bij voorbaat bekend. Daar komt nog een tweede kritische opmerking bij: een column, wat de wekelijkse brief in feite is, gaat ergens over, geeft commentaar, prikkelt een lezer tot nadenken, opinieert of provoceert maar wel áltijd op basis van argumenten en juist argumenten zijn in de brieven van Grunberg een schaars goed. De brieven zetten mij dan ook zelden aan tot denken.

Een wekelijkse portie Grunberg, als ontspanningslectuur, is het genieten van een vilein schrijver met een geweldige stijl, de bundeling ervan is een leeservaring waarin allengs de ergernis toeneemt.

Ten slotte: wie in de openbaarheid staat als auteur of politicus, kan een weerwoord verwachten, in welke vorm dan ook. Maar familieleden, kennissen en ex-vrienden van Grunberg zoeken die openbaarheid niet. Grunberg noemt hen echter voluit bij hun naam en in een verklarend notenapparaat van Mark Schaevers, worden alle personen ook nog eens toegelicht. Mensen kijken graag hoe iemand anders te pakken wordt genomen. Ook die (laffe) sensatie van leedvermaak merkte ik bij mezelf op bij het lezen van Omdat ik u begeer. Net als vroeger op het schoolplein, als er stevig gevochten werd en wij als klasgenoten gefascineerd toekeken. Maar er werd niet gevochten tegen iemand die geen verweer had of tegen iemand uit een lagere klas. Noem het een erecode, noem het fatsoen, noem het beschaving.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.