Chris de Stoop
Het complot van Belgié
(2007)
De Bezige Bij
202 pagina's
€ 16,90
ISBN 9789023427513
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
Een complexe mix van schoonheid, gevaar en ondergang
recensie van De vuurwerkmeester
andere recensies
Speurneus De Stoop duikt diep in Belgische beerput
door Marije Klein, 5 oktober 2008
(Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury)
Auteur en journalist Chris de Stoop levert met Het complot van België een onthullend, verontrustend en gedetailleerd literair non-fictiewerk af. De Stoop probeert hierin het zogenoemde complot achter de genocide in Rwanda in 1994 te ontrafelen. Jaren na zijn verslaggeving van de moordpartijen tussen Hutu’s en Tutsi’s krijgt hij bezoek van Nina H., een jonge Belgische vrouw die hem met een enorme hoeveelheid door haar uitgetikte dossiers opscheept. Nina H. is ervan overtuigd dat ook tegen haar een complot is beraamd, en wel door de ‘rode regering’ van Belgie. Het zal niet lang duren voordat ze of geïnterneerd of geprostitueerd gaat worden, wat de socialisten volgens Nina H. al jarenlang doen met de onderklasse van de Belgische bevolking. De ministers die ze daarvoor aanklaagt worden met naam en toenaam genoemd.
Al haar dossiers, waar De Stoop pas later de tijd voor neemt, vertonen paranoia op een hellend vlak: op een gegeven moment is Nina H. ervan overtuigd dat bij een geheime operatie een microchip in haar voorhoofdskwab is geplant zodat ze overal en altijd gevolgd kan worden. Alles en iedereen maakt deel uit van het complot. Als ze op een bepaald moment drie rode Peugeots geparkeerd ziet staan, zijn de socialisten haar aan het ‘pesten’ omdat De Stoop in precies zo’n auto rijdt. Als ze op haar ‘kot’ deze dossiers intikt weet ze zeker dat ze afgeluisterd wordt en dat ‘zij’ aan de hand van welke toetsen ze aanslaat op haar typemachine, weten wat ze allemaal intypt .
In haar documenten wordt de journalist aangeduid als de kapstok, de enige die alles van haar weet en de enige die zij kan vertrouwen. Groot is haar onthutsing als ze erachter komt dat De Stoop haar dossiers jarenlang opspaarde in het bezemhok en de verzegelde zelfs nooit heeft geopend. Voor dat verzegelen had Nina H. een goede reden: zo had de journalist bewijs dat de dossiers authentiek en onvervalst waren, want haar DNA was op het bestand aanwezig in de vorm van een pluk haar en gynaecologisch vocht.
Het relaas van Nina H. en haar waanvoorstellingen blijken nauw samen te vallen met De Stoops belevingen in Rwanda: een land dat door België in de steek is gelaten, een land direct al na de genocide door de wereld vergeten, een land met de meest ernstige vorm van wantrouwen denkbaar. Het is onmogelijk het ‘echte verhaal’ van Rwanda op te tekenen, het is onmogelijk goed en kwaad aan te wijzen, je hoort het De Stoop uitroepen: ‘Wat was dát allemaal? Hoe kon ik ooit weten wie gelijk had en wie niet? Wie de motherfucking bad guys waren en wie de good guys please?’
Het complot van België bestaat uit twee delen. Tussen de proloog en de epiloog vallen de eerste tien hoofdstukken onder de noemer Reconstructie en de volgende veertien onder Deconstructie. Parallel aan Nina H.’s neuroses en aan de verschrikkingen van de massaslachting onder de Hutu’s en Tutsi’s lopen de ervaringen van De Stoops Nonkel André, die in de jaren vijftig slachtoffer was van de Belgische wantoestanden in de psychiatrie. De Stoop, zelf overgevoelig als het op schedels en hersenen aankomt, beschrijft met walging de methodes van die jaren om psychiatrische patiënten rustig te krijgen: elektroshocks, insulinetherapie en vooral: de lobotomie. De patiënt werd plaatselijk verdoofd waarna een ijspriem via de oogkassen binnen de hersenen werd gestoten. Daar werd dan gewrikt en gegraven. Met een prop watten tegen zijn ogen kon de patiënt weer naar zijn kamer. Nonkel Andre, opgenomen in het gesticht in Zelzate geleid door de Broeders van Liefde, werd na drie van deze behandelingen een zombie.
De Stoop graaft en graaft in het verleden van de psychiatrie, op een gedetailleerde en precieze manier legt hij het pijnpunt, het schedeldak, ervan bloot. Hij zoekt een paar nog levende Broeders van Liefde op die allemaal hun verhaal vertellen. Met die feiten gaat De Stoop aan de slag, hij vormt ze om tot een verhaal. Tegelijkertijd probeert hij het genocideverleden van Rwanda te reconstrueren in een scherpe, observerende en bij vlagen cynische maar ook betrokken stijl.
Ook Nina H. wordt aan het woord gelaten, na jarenlang genegeerd te zijn krijgt de Belgische dan toch de kans haar verhaal te vertellen. De dossiers zijn door De Stoop zo uitgewerkt dat het perspectief geheel bij haar ligt, hijzelf wordt aangeduid met ‘de journalist’ of ‘meneer De Stoop’. Het complot van België heeft niet alleen in Rwanda plaatsgevonden maar vindt net zo goed op microschaal plaats in het land zelf, tegen de onfortuinlijke Nina H.
Al deze losse eindjes die door De Stoop aan elkaar worden geknoopt, soms met een overgevoeligheid voor complotdenken, geeft de lezer het idee dat als iemand de taak op zich moet nemen de Rwandese massaslachting, het barbaarse verleden van de psychiatrie en het alom aanwezige wantrouwen van het huidige België te verslaan, het toch vooral Chris de Stoop moet zijn.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



