Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

De Winter zorgt voor angstige momenten

door Lucienne Klinkenberg, 6 oktober 2008

(Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury)
De geschiedenis van het Midden Oosten is deprimerend, ook de toekomst ziet er in Het recht op terugkeer niet hoopgevend uit. De bewoners van Israel, ‘het Joodse landje [dat] was ineengekrompen tot een stadsstaat met de oppervlakte van Tel Aviv plus een zandbak’, leven voortdurend in angst. En ‘de Palestijnen waren weliswaar bezig de Joden te verslaan, maar hun overvolle land bood geen werk, geen toekomst, geen hybride auto’s’. De Winter laat in deze roman zijn betrokkenheid zien bij de Joodse zaak, maar de politieke situatie is ondergeschikt aan het verhaal.

We maken kennis met de hoofdpersoon Bram Mannheim in 2024. Hij woont in Israel en werkt bij ‘de bank’, een opsporingsbureau voor verdwenen kinderen. In de vorm van lange flashbacks komen we erachter hoe hij in deze woon- en werksituatie is beland. Eerst gaan we terug naar het jaar 2004: Bram leeft ook dan al in Israel met zijn vrouw Rachel en hun pasgeboren baby Bennie. Hij werkt aan de universiteit. Nadat Bennie een aanslag op zijn crčche net heeft overleefd, besluit het gezin naar Amerika te gaan, waar Bram bij Princeton kan werken. In het huis dat ze daar betrekken, voelt Bram zich niet veilig. Zijn angst is, blijkt vier jaar later, terecht: Bennie is, in enkele minuten onoplettendheid, verdwenen. Hoe dit kon gebeuren, blijft voor zowel Bram als de lezer een lange tijd onduidelijk.

Tijdens een wanhopige zoektocht naar Bennie belandt Bram in Santa Monica. Op een geobsedeerde manier probeert hij achter de verblijfplaats van zijn zoon te komen: ‘Hij had een verborgen patroon in de werkelijkheid ontdekt en de kennis en het inzicht die hij inmiddels in de cijfers twee en acht had verworven moest hij geheim houden en alleen voor zichzelf benutten – nou, ja, voor zichzelf, voor zijn zoon.’ Ook als hij weer in Israel woont, blijft Bram ‘op zoek naar inzichten die naast de feiten konden opbloeien’. Hij denkt te weten wie de dader is, dus neemt hij wraak. Hiermee eindigt het eerste deel.

Tot nu toe volgen de spannende momenten elkaar in rap tempo op. De Winter weet op thrillerachtige wijze de spanning op te bouwen, bijvoorbeeld net na de aanslag op de crčche:

‘Honderden sirenes leek het wel, gierende uithalen van prehistorische dieren die kermden van de pijn. Hij kon haar bellen, dacht Bram, verbazingwekkend dat hij daar niet meteen aan gedacht had, gewoon bellen, mobiel naar mobiel, waarom had hij gewacht tot de onrust met een ijzeren hand zijn keel toekneep en zijn slappe knieën en enkels geen enkele steun meer boden?’

Hoe Bennie de aanslag overleefd heeft, blijft lang onduidelijk, maar het verhaal zit zo goed in elkaar dat alle vragen langzaam maar zeker worden beantwoord.

De Winter gebruikt ook vooruitwijzingen om spanning te creëren. Opnieuw bezoekt Bram de Verenigde Staten: ‘Alles was hier mooi, aangenaam en veilig, dacht Bram. Hij kende geen twijfel.’ Dat Bram wraak gaat nemen op de vermeende kidnapper van zijn zoon is niet duidelijk, dat er iets aankomt wel.

Het tweede, en tevens laatste, deel van het boek speelt zich volledig af in 2024. Door een zelfmoordaanslag bij een grenspost staat het leven van Bram weer op zijn kop. Alle vermeende zekerheden over de kidnapping van zijn zoon verdwijnen. Ongewild wordt hij meegetrokken in een complottheorie waaruit blijkt dat de getallenmanie die hij eerder ontwikkeld had toch enige grond heeft. Hier wordt de roman wel zeer ongeloofwaardig. In een razend tempo ontwikkelt het avontuur zich, waar de ene onwaarschijnlijkheid na de andere toch de waarheid blijkt te zijn. Een zekere irritatie bekroop mij: waarom heeft elk detail een betekenis? Het is een wel erg gemakkelijke manier om aan te geven ‘dat er orde was in de chaos’.

De Winters taal is weinig verrassend, en vooral gericht op spanning. De korte, heldere zinnen zorgen daarvoor: ‘Hendrikus kefte, dichterbij nu. Bram kon ook de toon van het gekef interpreteren. Hendrikus waarschuwde. Het beest waarschuwde Bennie en het waarschuwde Bram. “Verroer je niet!” gilde Bram. “BENNIE BLIJF STAAN WAAR JE STAAT!”’ De angst is voelbaar, de stijl werkt.

Naast de universele thema’s angst en hoop komt de actualiteit in deze roman ruimschoots aan de orde. Op enkele plaatsen geeft dat stof tot nadenken. In het spanningsveld tussen de veiligheid en de privacybehoefte, momenteel in de ‘strijd tegen het terrorisme’ een belangrijk onderwerp, delft de privacy in De Winters toekomstbeeld het onderspit. ‘Dat ene moment dat hij zijn gezicht liet zien was voor de bemanning voldoende om zijn identiteit te achterhalen.’

Helaas laat De Winter het daar niet bij. Enkele thema’s worden aangestipt zonder ze uit te diepen. In Amsterdam willen moslims een autonoom shariagebied instellen, en het is anno 2024 nog steeds eenvoudig als asielzoeker Nederland binnen te komen. Over het hoe en waarom zegt De Winter niets, en deze opmerkingen voegen niets toe aan de roman.

Het recht op terugkeer laat mij enigszins onbevredigd achter: door de ongeloofwaardigheid vallen bepaalde onderwerpen in het niet, terwijl die tegenwoordig zeker vernieuwende inzichten waard zijn. Wel heeft De Winter een roman geschreven die je vanwege de compositie en de spanningsopbouw niet makkelijk weglegt.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.