Bianca Stigter
De ontsproten Picasso
(2008)
Contact
304 pagina's
€ 24,95
ISBN 9789025426149
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Krioelende maden op een gelatinehoofd
door Sanne Bakker, 10 oktober 2008
(Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury)
Grote vragen als ‘wat is kunst?’, ‘waar houdt kunst op en begint de werkelijkheid?’ en ‘is er nog wel een grens tussen kunst en werkelijkheid?’ sluipen je hoofd binnen bij het lezen van De ontsproten Picasso van Bianca Stigter (1964). Stigters nieuwste boek is een bundeling van 59 beschouwingen over kunst en de ontwikkeling van de kunst door de tijd heen. Een aantal van deze stukken is eerder verschenen in NRC Handelsblad, de krant waar Stigter redacteur van is.
In De ontsproten Picasso behandelt Stigter verschillende disciplines binnen de kunst. Ze voert je als lezer langs schilderkunst, film en fotografie, maar ook langs internetkunst en genetisch gemanipuleerde kunst waarbij dieren gemanipuleerd worden tot er een mooiste vorm is gecreëerd. ‘Een rechtvaardiging voor deze levenskunst wordt vaak gezocht in het feit dat kunstenaars nu eenmaal nieuwe technieken gebruiken en dat die technieken de kunst ten goede zullen komen. De camera, de fax, de computer, internet, ze zijn uit de kunst niet meer weg te denken. Zonder de uitvinding van de verftube was het impressionisme niet mogelijk geweest. Wie weet wat ons nu te wachten staat?’
Stigter balanceert in haar onderwerpkeuze voortdurend op het randje van kunst en werkelijkheid en laat de lezer als het ware mee balanceren. Dat is de grote kracht van dit boek: het dwingt je tot concentratie, nadenken en het stellen van vragen. De schrijfster kijkt naar een kunstwerk, wijdt er een beschouwing aan maar oordeelt er niet over. Dat laat zij over aan de lezer. Zo is in het stuk ‘Op weg naar een bloem; gluren in een graf met de webcam’ te lezen hoe een 16-jarige jongen het idee krijgt om bij zijn overlijden een webcam mee te nemen in zijn graf. Deze ‘necrocam’ zou het ontbindingsproces moeten vastleggen, zodat iedereen via internet 24 uur per dag de rotting van zijn lijk kan volgen. Het idee is nog niet tot uitvoering gebracht, maar er is inmiddels wel een scenario voor een televisiefilm geschreven dat als waarschuwing zou moeten dienen voor het shockerende effect dat dit idee kan veroorzaken. De regisseur van de film gebruikte voor de realisatie van het project een kopie van het hoofd van de acteur, gemaakt van gelatine. ‘Tijdens het filmen van het gelatinehoofd en de maden die erop krioelen, werd Nechushtan [Dana Nechushtan (1970), Nederlandse regisseur] toch enthousiast. “Ik dacht: dit is kunst. Ik moet hier een heel lange opname van hebben. Maar in het laboratorium bleken de extra opnames mislukt. Dat was ook wel een opluchting. God is zich ermee gaan bemoeien, dacht ik.”’ Of de lezer dit net als Nechushtan kunst vindt, is aan hemzelf.
Als lezer merk je dat Stigter begaan is met de kunstwerken waar ze over schrijft, want ze bekijkt ze écht en ze weet dat over te brengen. Het kunstwerk gaat door haar woorden voor je leven. Zo schrijft ze over Het meisje met de parel van Johannes Vermeer: ‘Je zou het schilderij een stilleven van een gezicht kunnen noemen. Het licht weerkaatst net zo van haar lippen als van een half geschilderde citroen; de parel in haar oor glanst als een oesterschelp.’
Hetzelfde geldt voor het tweede stuk uit het boek over venusbeeldjes uit de prehistorie. De titel van de beschouwing, ‘Vlees’, is al treffend, want de venusbeeldjes zijn afbeeldingen van vrouwen met dikke dijen, dikke borsten, dikke buiken en dikke billen. ‘Meer heeft ze ook niet. Geen ogen, geen mond, geen neus, geen voeten. De kunst van het weglaten, tot de essentie verpletterend overblijft. Deze vrouw is geen man.’ Vervolgens maakt Stigter een mooie vergelijking. ‘Als je ze ziet, voel je ze bijna. Al dat ronde past precies in je hand. Als zeepje zouden ze perfect zijn. Met Venus zou je je moeten kunnen wassen; met haar borsten die van jezelf schoonwrijven.’ Door het boek heen blijft Stigter je verbazen met haar scherpe en originele waarnemingen.
De bundeling van krantenstukken in een boek heeft echter als nadeel dat je soms te veel informatie in één keer moet verwerken. Het is dan ook aan te raden de bundel niet achter elkaar uit te lezen, maar gedoseerd. Dat is de manier om optimaal te profiteren van Stigters interessante, verbazingwekkende en verontrustende kunstbeschouwingen. De ontsproten Picasso is een boek dat met recht een eyeopener genoemd kan worden..
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

(4/5)


