Cyrille Offermans
Schipbreuk
(2008)
Cossee
259 pagina's
€ 22,90
ISBN 9789059362055
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
Pleidooi voor rehabilitatie van het intellect
door Teun de Waal, 12 oktober 2008
(Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury)
Als een algemene oproep tot een herwaardering van het intellect, zo zou je de nieuwe essaybundel van literatuurcriticus en publicist Cyrille Offermans (1945) over de stand van zaken van onze cultuur en beschaving kunnen typeren. Het is de titel, Schipbreuk, waarmee hij de alarmklok luidt en ons een geestelijke reddingsboei wil toewerpen. Met zijn openingsessay ‘Het vlot van de Medusa’ combineert hij historische informatie, beeldanalyse en intertekstualiteit om een schilderij zo compleet mogelijk te analyseren. Het is deze veelzijdigheid die de toon zet voor zijn andere essays.
Het tweede deel van de bundel behandelt maatschappelijke kwesties als het onderwijs, vrijheid van meningsuiting en allochtonen. In deel drie richt Offermans zich op de kunst en bespreekt hij onder andere de maatschappelijke relevantie van verschillende cultuurfenomenen, zoals de discussies over de canon en de acceptatie van kunst. In het slot van de bundel grijpt Offermans terug op zijn inleiding en plaatst hij het verhaal over de schipbreuk van de Medusa in een breder kader.
De titel, gebaseerd op het schilderij Le Radeau de la Meduse van Géricault, staat symbool voor de thema’s die Offermans aansnijdt. Als we de blik van de essayist volgen en tussen de regels door lezen, worden we geconfronteerd met een maatschappij die intellectueel is gezonken, getuige de ondergang van het leersysteem, de verkrachting van het Verlichtingsdenken en de misinterpretatie van wat onder ‘het vrije woord’ wordt verstaan.
Offermans is in staat (semi-)actuele gebeurtenissen grondig aan de kaak te stellen en schuwt daarbij niet scherpe persoonlijke kritiek. In het essay ‘Lof van discretie’ analyseert hij de verschillende facetten van het principe ‘vrijheid van meningsuiting’ en gaat hij in op zowel de politieke als de maatschappelijke discussie over dit onderwerp. Een van de voorbeelden die worden aangehaald is de moord op Theo van Gogh in 2004. Na zijn dood werd Van Gogh ‘geëerd als de “frontstrijder van het vrije woord” (Hirshi Ali). Maar Van Gogh was vooral de voorvechter van het door geen gêne, compassie, fatsoen of twijfel getemperde woord.’ Volgens Offermans was Van Gogh een ‘grachtengordelintellectueel’, het ‘verwende kind’ dat ‘eenmaal halfvolwassen en naar Amsterdam verhuisd, jennend en treiterend alles geoorloofd achtte om toch zijn stevige portie aandacht te krijgen.’
Offermans verzwijgt niets voor de lezer en levert harde kritiek waar hij dat nodig acht. Hij pretendeert geenszins objectief te zijn, maar hij benoemt de problemen zoals hij ze ziet. Zijn stijl zou daarbij als elitair kunnen worden opgevat, maar deze past perfect bij zijn betoog: een pleidooi voor wedergeboorte van serieuze kunst- en cultuurbeleving waarbij maatschappelijke betrokkenheid en intellectualisme geen vieze woorden meer zijn. Schipbreuk vormt een aanzet tot de rehabilitatie van het intellect. Offermans vindt het hoog tijd dat de mens weer serieus mag zijn over kunst, cultuur en het maatschappelijk denken en de essays uit deze bundel richten zich dan ook primair op het stimuleren van het intellect van de lezer.
De relativerende en cynische toon waarmee Offermans zijn betoog presenteert geeft de frustraties aan die bij de auteur aanwezig zijn over het huidige intellectuele klimaat. Het is om die reden ook niet verwonderlijk dat deze essays met impliciet en expliciet commentaar doorspekt zijn. Het gevolg is wel dat deze bundel enigszins vermoeiend leesvoer wordt. De vraag is bovendien hoe lang zijn dicht op de huid geschreven analyses meekunnen. Het is niet denkbeeldig dat de houdbaarheidsdatum snel verstreken is, omdat Offermans’ essays schipbreuk lijden op de woeste golven van weer nieuwe stormachtige ontwikkelingen.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



