Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Nooteboom maakt er zooitje van, maar wel een mooi zooitje

door Cynthia Spaan, 28 oktober 2008

(Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury)
Cees Nooteboom (1933) is een allround schrijver, de auteur van een divers en omvangrijke oeuvre. Hij heeft talrijke romans, dichtbundels, essays en reisverhalen op zijn naam staan. In zijn nieuwste werk Rode regen weet hij al deze genres in één boek bijeen te brengen, ondersteund door illustraties van Jan Vanriet. Het resultaat is een interessante mix van proza, poëzie en beeldende kunst.

De bundel bestaat uit acht delen, allemaal met als thema reizen, maar steeds vanuit een andere invalshoek. Zo vertelt hij over zijn eerste reizen, de tegenslagen tijdens het rondtrekken en zijn herinneringen aan exotische bestemmingen. Een paar verhalen gaan gepaard met gedichten. Deze zijn door Nooteboom slim geplaatst; hij vertelt het verhaal waarna hij afsluit met een gedicht dat daaruit logisch lijkt voort te vloeien. Hierdoor begrijpt de lezer direct wat Nooteboom met het gedicht bedoelt. Ook de illustraties lijken in eerste instantie niet veel toe te voegen. Hoe meer je echter wegglijdt in de verhalen, des te beter komen de afbeeldingen tot hun recht. Het leidt ertoe dat de lezer alles met de hoofdpersoon – een ‘ik’ met de naam Nooteboom, een schrijver die op het eiland Menorca woont en nagenoeg de hele wereld gezien heeft – meebeleeft, hoewel dij eigenlijk vrij weinig daadwerkelijk beleeft. Nooteboom moet het in dit boek niet hebben van gewaagde avonturen, maar eerder van zijn oog voor de kleinere dingen en dan voornamelijk het beschrijven daarvan.

Ondanks dat tekort aan spectaculaire gebeurtenissen dwingt zijn verteltrant tot doorlezen. De planten in zijn tuin worden voor de lezer interessant door de manier waarop hij ze typeert als familie en krijgen menselijke eigenschappen. Zijn experimentele kookkunsten lijken het proberen waard, ondanks het onsmakelijke gebruik van allerlei organen. Nooteboom brengt zijn verhalen met humor, waardoor de sfeer informeel wordt.

Die sfeer leidt ook tot verbindingen tussen de hoofdpersoon en de auteur. De hoofpersoon/verteller verwijstmeerdere malen naar eigen werk. Ook brengt hij persoonlijke gedachtes over zijn jeugd, de ouderdom en zijn dwingende behoefte om te reizen. Door deze ik-figuur, de verwijzingen naar Nootebooms oeuvre en de persoonlijke overpeinzingen waarin de schijver ons laat delen, krijgt het boek evident autobiografische trekken, zonder direct een autobiografie te zijn.

Twee delen, die Nooteboom intermezzo’s noemt, vallen in dat kader het meest op: ze hebben een fictief karakter. In deze twee afwijkende verhalen speelt het reizen een rol op de achtergrond. In het eerste intermezzo moet de ik-figuur een rede houden in Florence. Hij krijgt de opdracht om een woord voor vrijheid te verzinnen, in zijn eigen taal beginnend met de letter L. In zijn zoektocht naar hét woord komt de letter bij hem op visite. Omdat in dit verhaal het reizen niet het dominante thema is, voelt het verhaal aan als een buitenbeentje in de bundel. Bij het tweede intermezzo is dat net zo; in dat verhaal is de ik-figuur ineens verdwenen. De twee verhalen zorgen aanvankelijk voor lichte verwarring maar vormen per saldo een mooie afwisseling in het boek.

Door de mengvorm is Rode regen lastig te typeren, het valt in elk geval niet in één genre onder te brengen: het zijn reisverhalen met essayistische trekken waarin non-fictie en fictie door elkaar lopen. De kracht ervan schuilt in de balans die Nooteboom weet aan te brengen in de wirwar van onderwerpen en genres waarin hij van oudsher uitblinkt. En natuurlijk in zijn onnavolgbare, weergaloze verteltalent. Die maken de op het eerste gezicht gammele constructie tot een alleszins geslaagd kunstwerk.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.