Maria Stahlie
Boogschutters
(2008)
Prometheus
352 pagina's
€ 17,95
ISBN 9789044611434
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
Stahlie zet haar personages flink aan het werk
recensie van Galeislaven
recensie van Sint-Juttemis
recensie van Scheerjongen
andere recensies
Een solist in zijn element
door Miriam Ibrahim, 21 november 2008
Wat doe je wanneer je als 52-jarige, succesvolle en solitair in de Bourgogne wonende Nederlandse schrijver verlaten wordt door je Franse minnares? Je schrijft haar. Een lang epistel, gesteld in het Nederlands, een taal die zij niet machtig is, om haar ‘des choses’, wat dingen over jezelf, te vertellen.
Wij leren Alex Wigman kennen als een egocentrische man die zichzelf als intellectueel beschouwt. Hij heeft een ex-vrouw, Vera, bij wie hij twee kinderen heeft: de 33-jarige harige Stefan, tandarts, die onder de plak zit van zijn vrouw, en zijn 13-jarige dochter Lisette. Alex heeft zich nooit als een vader of grootvader gedragen. Op aanraden van de Fransman Claude, die een bar heeft in het dorp waar bij woont, komt de echtgenote van Claude, Françoise, tweemaal per week bij hem schoonmaken, tuinieren en koken. Hoewel niet op aanraden van Claude belanden de twee ook spoedig in bed. Tweemaal per week middagseks, op de dinsdag en vrijdag. Maar zijn ex-vrouw heeft de gewoonte enkele weken van de zomervakantie in zijn woning in Frankrijk door te brengen. Wanneer zij komt, met haar aanhang, wordt Françoise verbannen: Alex wenst zijn werelden strikt van elkaar gescheiden te houden. Haar wordt te verstaan gegeven dat zij zich gedurende deze weken niet moet laten zien.
Een gebeurtenis die centraal staat in dit boek is het overlijden van de moeder van Vera, Dolly. Alex voelt zich door de dood van zijn ex-schoonmoeder geraakt in metafysische zin. Dit verklaart ook de titel: ‘… denkers – woordkunstenaars – laten zich onderverdelen in wereldse boogschutters en metafysische boogschutters […] de metafysische boogschutter spant zijn boog – zijn denkvermogen – tot aan zijn oor en zijn pijlen – zijn woorden – slaan wónden in hun doelwit [...] de wereldse boogschutter schiet vanaf zijn mond.’ Alex rekent zichzelf – zijn intellectualisme ten spijt – tot de wereldse boogschutters. Met zijn vierde boek, geïnspireerd door de energie van de stervende Dolly, hoopt hij een metafysische boogschutter te worden. Maar op het moment dat hij dit schrijft, zijn verweerschrift bestemd voor Françoise, ziet hij zichzelf vooral als exponent van een derde categorie boogschutters: de paljas: ‘Paljaspijlen zijn mijn woorden, laag en slap vanaf de heup geschoten, gedoemd om geen enkel doel te bereiken.’
Later, wanneer Alex, in afwachting van de komst van de volgens hem wraakzuchtige Claude, een autobiografisch verhaal van zijn dochter Lisette leest dat zij had achtergelaten in de woning in Frankrijk beseft hij dat zijn dochter een metafysische boogschutter is: haar woorden slaan wonden. Maar de metafysische lading van woorden wordt niet zozeer bepaald door die woorden op zich, maar door de momentane gemoedstoestand van degene die door deze woorden getroffen wordt. Ook Alex realiseert zich dat. Zijn eerste reactie is altruïstisch – hij wil zich als een vader gedragen voor het nog ongeboren kind van Françoise en leraar worden – maar in tweede instantie vormen Lisettes ontboezemingen de grondslag om door te gaan op de reeds ingeslagen, egocentrische weg: ‘dat ik me door geen enkele macht of kracht liet dicteren wat ik moest doen of niet moest doen […] een vrij man, […] een solist die tegenover niemand anders dan zichzelf verantwoording hoefde af te leggen voor zijn beslissingen of nalatigheden.’
De grote vraag waar je als lezer mee blijft zitten is waarom deze solitair ingestelde Alex zo wanhopig is wanneer Françoise hem verlaat dat hij een pagina’s lange smeekbede tot haar richt. De relatie bestond alleen uit seks, en als seksuele partner is zij inwisselbaar. Ongeveer halverwege de roman komt Alex ook zelf tot dat inzicht, maar toch gaat het boek nog 150 pagina’s door met het epistel aan Françoise.
Ook stilistisch is de behandeling van relationele verhoudingen niet geslaagd. Grote stukken tekst zijn formeel geschreven vanuit het gezichtpunt van Alex, waarbij deze zich richt tot Françoise. Deze worden afgewisseld met passages waarin over Alex gesproken wordt in de derde persoon. Als lezer vraag je je steeds af vanuit wiens perspectief het verhaal verteld wordt. Dat is verwarrend. Ook het schrift van Lisette, waarin zij over zichzelf schrijft in de derde persoon, is vreemd: schrijven dertienjarige meisjes over zichzelf in de derde persoon? Bovendien verschilt de schrijfstijl van Lisette niet van de schrijfstijl van de rest van het boek. In de roman van Stahlie komen twee schrijvende personages, Alex en Lisette, en het toch is aannemelijk dat de schrijfstijlen van deze personages (een vijftiger met drie boeken op zijn naam en een dertienjarig meisje) zullen verschillen. Daarnaast zijn er de passages waarin het leven van Alex beschreven wordt door een alwetende instantie. Wanneer Stahlie een duidelijk stilistisch onderscheid had aangebracht in de drie soorten geschriften zou het boek aan geloofwaardigheid hebben gewonnen.
Maar daardoor zou het boek niet zijn gered. Aan dit boek ligt een ideologisch gedachtegoed ten grondslag, zoals blijkt uit de nadruk op ‘metafysisch taalgebruik’ en motto’s die betrekking hebben op de liefde en de genade. Deze grote ideeën zijn echter geen garantie voor een goed en consistent verteld verhaal. Te meer daar in de loop van het boek blijkt dat taal geen noodzakelijke voorwaarde is voor metafysisch inzicht: een eenvoudige vlieg kan voldoende zijn, zoals Lisette ontdekt. Dit ondergraaft de al te ambitieuze ponering van de onderliggende ideeën. Samengevat: het thema, de uitwerking daarvan en de gehanteerde stijl zijn niet overtuigend.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



