Gawie Keyser
De donkere kant van de straat
(2008)
L.J. Veen
286 pagina's
€ 18.90
ISBN 9789020403299
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
Geweld verzuipt in trivia
door Elsje Frouws, 22 november 2008
In de Nederlandse literatuur zijn amper boeken te vinden waarin excessief geweld voorkomt. Wil een auteur dit toch aan de orde stellen, dan is hij welhaast gedwongen zijn verhaal in een ander land of andere tijd te laten spelen. Zo heeft Gawie Keyser ervoor gekozen zijn romandebuut De donkere kant van de straat, te laten afspelen in het Zuid-Afrikaanse Johannesburg, in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, een stad waar extreem geweld van criminelen tegen burgers aan de orde van de dag is.
Zo krijgt Stephen Nooitgedacht, de hoofdpersoon, er als kind mee te maken op het moment dat zijn buren op gruwelijke wijze beroofd worden. De daders vermoorden de buurman, martelen en verkrachten de buurvrouw en Stephen is er later, als veertienjarige, getuige van hoe zij zichzelf, op het grasveldje tussen hun huizen, op bloederige wijze ombrengt. Als tiener maakt hij een bomaanslag mee (de romp van de man ‘lag er als een standbeeld van vlees, in een poel van bloed, rechtop, alsof het uit de grond, uit het beton, groeide’) en als jonge twintiger moet hij de zelfmoord van een vriendin, slachtoffer van incest, een moord op een baby van een andere vriendin en nog enkele moorden, gepleegd door iemand die hem na staat, zien te verwerken. Bovendien is Stephen inmiddels misdaadreporter geworden en dat brengt hem ook nog dagelijks met extreem geweld in aanraking. Al met al is het te veel, niet door het excessieve van het geweld, maar door de hoeveelheid haak je als lezer af. Je constateert: weer een dooie, kijken of er nog meer vallen; raken doet het je niet meer.
Hoe te leven in zo’n gewelddadige, onzekere wereld? Een van de motto’s van het boek is ‘This is my city and my game’, een uitspraak van Sam Spade. Googelen maakt duidelijk dat Sam Spade de archetypische privé-detective is uit The Maltese Falcon, later ook verfilmd met Humphrey Bogart. Dit is relevante informatie, het verdiept de werking van het motto, maar het ontgaat je als je Sam Spade niet kunt plaatsen.
Dit motto is dan ook in tweeërlei opzicht typerend voor het boek. In de eerste plaats omdat Stephen leeft in twee werelden: in de gewelddadige realiteit waaraan hij langzaam kapot gaat en in een wereld van de veelal ook gewelddadige films en comics die hij zo op zijn duimpje kent, dat ze deel lijken uit te maken van de realiteit. Deze gespletenheid is Stephens antwoord op de vraag hoe je kunt leven in een gewelddadige, onzekere wereld. Maar in tegenstelling tot een comic, die je weer dicht kan slaan, is het bloed bij Stephens doden echt. Deze oplossing werkt dan ook niet. Mentaal staat Stephen aan de afgrond: ‘Hij bestaat uit fragmenten. Waar is hij? Hij kijkt om zich heen. Nergens. Hij voelt zich kleiner worden, kleiner en kleiner. En de wereld wordt groter en groter, onmetelijk en angstaanjagend, en volledig onmogelijk.’
Het motto is eveneens typerend omdat Keyser, ook auteur van de Encyclopedie van de populaire cultuur (2007), de lezer overvraagt en overvoert door voortdurend een ongelooflijke hoeveelheid weetjes uit de wereld van de film en comics over de lezer uit te storten. Deze triviant-antwoorden zijn niet alleen storend omdat ze het verhaal te vaak onderbreken, maar ook omdat ze niet werken als je bepaalde films, stripbladen, cartoonfiguren niet kent. Wil je als lezer bij een motto nog de moeite opbrengen om te kijken waar het vandaan komt, in het verhaal is dat alleen al door de hoeveelheid namen onbegonnen werk. Soms lijkt Keyser vooral een gelegenheid te zoeken om maar weer wat trivialiteiten te spuien. Het had voor hem zelf een waarschuwing moeten zijn als zelfs zijn eigen personages in het boek uitroepen: ‘“O god, how corny. Gaan we weer,” zei Dave, “met de filmcitaten… wie ben je vanavond, Stephen?”’
Ook de vlakke, feitelijke stijl, soms telegramachtig, is geen reden om aan dit boek te beginnen:
‘Het tafeltje was vlak naast de bar. Alle vier zaten zij te drinken en naar de muziek te luisteren. Het was druk in de kroeg en op de dansvloer. Vrijdagavond. Veel jonge mensen, tieners zelfs.’
Toch laat De donkere kant van de straat, dat aan het einde nog meer de trekken krijgt van een B-film, je niet meteen los. Voor te veel mensen is leven in een gewelddadige maatschappij geen verhaal in een boek, maar bittere realiteit, dat maakt de keuze van het onderwerp sterk. Bovendien zorgt de gekozen vertelwijze ervoor dat je de verwarring en het ‘uiteenvallen’ van Stephen mee kan voelen. Keyser vertelt het verhaal in korte fragmenten van telkens zo’n twee pagina’s, waarbij hij voortdurend in de tijd heen en weer springt. Deze vorm past uitstekend bij de wirwar in het hoofd van Stephen, want ‘de stilte over het incident [de moordpartij op hun buren, EF] was oorverdovend. Maar in het hoofd van Stephen kreeg het meer invulling, meer kleur, iedere dag meer.’ Deze psychische desintegratie van Stephen Nooitgedacht, geeft Keyser zo prima weer. Al met al: twee voldoendes, maar toch gezakt.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



