Jacqueline Hoefnagels en Santje Kramer
Ons soort mensen
(2007)
Arena
382 pagina's
€ 18,95
ISBN 9789069748818
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Meer dan een doorsnee chicklit
door Tessa van der Gaag, 30 november 2008
De chicklit is een nieuw genre dat zich een paar jaar geleden in de schrijfkunst heeft aangediend. Het Nederlandse publiek is vooral bekend met vertalingen van Engelstalige werken van schrijfsters als Jill Mansell. Zij schrijven luchtige chicklit die met name over vrouwen gaan die de ware liefde zoeken. Het voornaamste dat deze soort chicklit onderscheidt van het doktersromannetje is de scherpe humor. De chicklit wordt gezien als een roman zonder literaire pretentie. Bridget Jones’s Diary van Helen Fielding en Sex and the City van Candace Bushnell gelden als de moeders van de chicklit. Deze werken hebben echter bewezen wel degelijk over literaire kwaliteiten te beschikken en stijgen hierdoor uit boven de meeste andere chicklit. Beide boeken zijn brutaal en vernieuwend en zitten vol scherpzinnige humor, voornamelijk omdat ze onderwerpen verkennen die traditioneel niet in vrouwenliteratuur werden behandeld: de schrijfsters nemen zichzelf en hun vrouwelijke hoofdpersonen niet erg serieus en drijven hier op geestige wijze de spot mee. Ons soort mensen van Jacqueline Hoefnagels en Santje Kramer is een kwaliteitschicklit van eigen bodem.
De twee vriendinnen, respectievelijk eindredacteur en tekstschrijver, en televisie- en campagnemaker, hebben de roman geschreven uit pure ergernis over de arrogantie en decadentie van hun medebewoners in Amsterdam Oud Zuid. Met dit boek willen ze de idiotie van het leven in dit chique gedeelte van Amsterdam blootleggen. Ons soort mensen draait, zoals veel chicklit, om een jonge vrouw met een flitsende carrière, Martine. Zij is een moeder van eind dertig uit Oud Zuid, die haar drukke baan als vooraanstaand advocate combineert met het opvoeden van drie kinderen, een hond, en een lastige, aartsluie man Cas, die een populaire anchorman is.
Martine is bevriend met de stereotiepe ‘valse nicht’; de aantrekkelijke en bijzonder cynische (‘er is maar één ding erger dan een vrouw die zich tekortgedaan voelt in het leven en dat is een pot die zich tekort gedaan voelt in het leven’) Milan, bij wie ze haar hart kan luchten tijdens hun wekelijkse lunch. Verder mag de vaste beste-vriendinnen-club natuurlijk niet ontbreken, bestaande uit, jawel, drie vrouwen die elkaar al sinds hun studententijd kennen: Martine, Kaat en Hes. Tijdens hun bijna wekelijkse etentjes komen alle te verwachten onderwerpen aan bod: hun partners, hun affaires, en relatieroddels over anderen.
De plot van het boek draait om het nieuws dat het stel Rogier en Sylvia, vrienden van Martine en Cas, in scheiding ligt. Dit hakt erin bij Martine, omdat ze dacht dat Rogier en Sylvia het ideale koppel vormden. Binnen de kortste keren vinden beiden een nieuwe partner, respectievelijk een jonge moeder en een oude rijkaard met prostaatkanker. Rogier maakt de jonge moeder zwanger en Sylvia’s nieuw verworven echtgenoot sterft vlak na het huwelijk, haar stinkend rijk achterlatend. Dan ontdekt Martine dat er meer achter de plotselinge scheiding van Rogier en Sylvia zit. Ze gaat op onderzoek uit. Gelukkig heeft ze haar beste vriendinnen en cynische homo om haar te helpen.
Ons soort mensen doet niet onder voor de mateloos populaire Engelstalige chicklit. De dialogen bestaan uit dezelfde soort scherpe woordwisselingen als in de Engelse tegenhangers en zetten de vrouwelijke hoofdpersoon neer als intelligent, cynisch en vooral zelfstandig.
‘“Ober! Ja, meneer, ik wil graag nog iets bestellen.”
“Zegt u ’t maar.”
“Ik wil graag een koffie verkeerd, dit keer een warme.”
“Een warme?”
“Ja, een warme.”
“Alles is hier warm.”
“Behalve dan de koffie van daarnet.”
“O, u wilt héte koffie?”
“Nee. Heet is pedis. Ik wil gewoon warme koffie, geen lauwe.”
“Een warme koffie. Anders nog iets?”’
Wat het boek onderscheidt van de populaire chicklit van de hand van Jill Mansell, is dat het hier niet zozeer draait om de zoektocht naar liefde, maar om het bekritiseren en ridiculiseren van het leven dat de schrijfsters en de mensen om hen heen leiden. Bovendien bevat Ons soort mensen een flinke dosis vileine humor en zelfreflectie. De schrijfsters problematiseren het per definitie clichématige karakter van chicklit. Deze bespiegelende kant van de roman is verwerkt in het verhaal. Als de getrouwde Kaat een affaire begint met de timmerman van Martine, beseft ze wat een cliché ze van zichzelf heeft gemaakt:
‘Ze ziet het al voor zich: gepromoveerd radioloog Froukje, naam om redenen van privacy veranderd, heeft vier kinderen en een leuke, fatsoenlijke, hardwerkende, trouwe man, maar doet het voortdurend met de twaalf jaar jongere timmerman van haar vriendin. Als ze het zou lezen, zou ze er hard om moeten lachen. Want hoe voorspelbaar.’
De schrijfsters maken gehakt van kakelende kakmadams die bij gebrek aan een interessante levensvervulling van de kleinste dingen een melodrama maken. Geestig maar genadeloos wordt hun bestedingspatroon op de hak genomen: ‘wie laat er tegenwoordig nou nog witgoed repareren?’. Ons soort mensen laat zien dat luchtig en geestig niet simpel en onnozel hoeft te zijn, maar realistische en trefzekere satire kan opleveren.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



