Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Aandoenlijke Roma-jongen verdient meer

door Marije Klein, 7 december 2008

Xenofobie, radicalisme en onbegrip voor een vreemde cultuur willen vangen in één roman: het is een fikse uitdaging die de Vlaamse schrijfster Rachida Lamrabet is aangegaan. In haar tweede roman Een kind van God is de multiculturele samenleving van België (opnieuw) onderwerp van discussie. Lamrabet, die in 2007 debuteerde met Vrouwland, voert nu een bonte stoet van personages op, dertien in totaal, corresponderend met het aantal hoofdstukken. Ze komen elkaar soms even tegen, onderweg of als in een droom, maar echte verbanden zijn er niet.

De personages staan elk symbool voor een probleem dat in de multiculturele samenleving een rol speelt, met af en toe een politieke knipoog. De Algerijnse Belg Rachid bijvoorbeeld, het clichébeeld van het migrantenkind dat niets uitvoert en eigenlijk ook niets kan, wordt door de Belgische staat in verband gebracht met Hezbollah, op basis van een gerucht dat leeft binnen zijn gemeenschap. Hoe ongeloofwaardig ook, Lamrabet weet de verdachtmakingen en het politieverhoor op geestige wijze te brengen.

Andere personages verzanden in multiculturele clichés met een hoge inwisselbaarheid. Zo blijft de interculturele liefdesrelatie tussen de Nederlandse Katja en haar Marokkaanse vriend vlak. Katja’s extreemrechtse broer die gewelddadig wordt is een te makkelijk en uitgekauwd middel om de relatie spaak te laten lopen. Lamrabet kiest hier het perspectief van de Marokkaan en laat het interessante aspect, de complexe leefwereld van een jonge jongen die extreemrechtse sympathieën ontwikkelt, links liggen. De onruststoker blijft zo van bordkarton.

Door zulke vlakke omschrijvingen van de innerlijke leefwereld zijn de personages van Lamrabet flat characters, geen moment komen ze los uit hun omgeving die wordt ‘geteisterd’ door multiculturalisme. Lamrabet heeft getracht beide kanten van het verhaal te vertellen door perspectieven te kiezen van zowel ‘de buitenlander’ als ‘de autochtoon’, maar ze blijft steken in een stereotiepe voorstelling van zaken. Vaders en zonen die elkaar niet meer begrijpen, de minachting van de gemiddelde autochtoon voor de gemiddelde allochtoon (in nagenoeg elk verhaal wordt de vergelijking gemaakt met ‘beesten’) en een uit onderbuikgevoelens voortkomend onbegrip voor de islam.

Bovendien werken de vaak omslachtige formuleringen niet mee: ‘De bomen stonden dicht bijeen, maar hier en daar raakten de takken elkaar niet en waren er gaten in het bladerdek, waarlangs het licht in onregelmatige stralen naar beneden vloeide, waardoor op het pad licht en schaduw elkaar voor de voeten liepen.’

Een prettige uitzondering is ‘Bunicâatjes, een kortfilm’. Lamrabet slaagt er hier in de wereld door de ogen van een tienjarige jongen, Petru, weer te geven, die weet dat het woord ‘zigeuner’ een negatieve bijklank heeft en daarom steeds benadrukt dat hij Roma is.

Petru, zijn familie en kennissen vestigen zich na de zoveelste verhuizing in een dorp nabij een haven, waar de vaders aan de slag kunnen. Petru wacht elke avond in de badkamer op de komst van de Bunicâatjes, waarin hij gelooft sinds zijn oma hem voor de emigratie had verteld over deze ‘[g]rootmoedertjes die, wanneer ze stokoud werden, ineenkrompen en zo klein werden als veldmuisjes. Een handig formaat om overal mee te kunnen reizen met hun kleinkinderen.’

De jongen had hen in het vorige appartement elke avond ontmoet tussen de voegen in de badkamermuur, maar hier in het dorp willen ze niet komen. Als remedie neemt Petru de bus naar de stad om de Bunicâatjes in de oude woning op te halen. De nieuwe bewoner is een jonge man, de eerste Belg in het boek die geen xenofoob en ook niet angstig is. Maar de echte kracht van het verhaal zit in Petru’s scherpe observaties en zijn emoties. Ook in de oude badkamer kan hij zijn Bunicâatjes niet meer bereiken. ‘Petru legde zijn natte wang tegen de koude tegels, dicht bij de kier. “Waar zijn jullie? Kom dan. Ik heb gezegd dat het me spijt. Kom dan naar buiten.” Hij liet zijn vingers over de kier gaan, maar er veranderde niets.’

Petru is het enige personage dat empathie weet op te wekken, veel meer dan een ‘echt slachtoffer’, de Marokkaanse jongen die zijn geliefde kwijtraakt omdat hij in coma is geslagen door haar puberbroer met nazistische ideeën. Petru raakt je, en door met hem de cliché‘s van het ‘multiculturele drama’ te vermijden zégt ze daar ook iets over.

Als Lamrabet het zichzelf (en de lezer) had bespaard al deze dertien personages vorm te willen geven en in plaats daarvan Petru als uitgangspunt had genomen voor een hele roman, was haar onderneming veel geslaagder geweest.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.