Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Requiem voor vriend eert Van der Heijden zelf het meest

door Elsje Frouws, 16 december 2008

Op een ‘ongegeneerd mooie zomerdag’ in juni 2003 overlijdt Jean-Paul Franssens, schilder en schrijver van poëzie, romans, verhalen en een brievenbundel met daarin correspondentie tussen Franssens en A.F.Th. van der Heijden, twee vrienden te midden van een grotere kunstenaarsvriendenkring.

Voetstampwijnen zijn tandknarswijnen is een requiem. Van der Heijden heeft daar ervaring mee: Asbestemming (1994), waarin het overlijden van zijn vader centraal staat, is zijn derde na De sandwich (1986), over de dood van een geliefde en een dorpsgenoot, en het boekenweekgeschenk van 1992, Weerborstels, een herdenking van een overleden neef. Er is alleen wel een groot verschil tussen die drie uitgaven en Voetstampwijnen zijn tandknarswijnen. Asbestemming en De sandwich zijn ook romans, Weerborstels een novelle maar deze nieuwe Van der Heijden is alleen een requiem, geschreven als een eerbetoon aan zijn vriend.

In korte fragmenten vertelt Van der Heijden over hun vriendschap van zo’n twintig jaar, waarbij ook bekende namen vallen van andere schrijvers en kunstenaars. De pagina’s zijn gevuld met grappige anekdotes over en van zijn vriend, waarbij het plezier in het leven van de pagina’s spat. Maar we lezen ook over het onmatige alcoholgebruik van Franssens en het verdriet en de zorgen rond een zoon van hem die zelfmoord pleegt.

Franssens staat in het middelpunt, natuurlijk, maar Van der Heijden trekt het gedenken breder. Hij trakteert de lezer op een prachtige, ontroerende scène waarin hij een café tot leven wekt dat langzaamaan gevuld raakt met allerhande mensen die overleden zijn. In gedachten heb ik er zelf nog een aantal aan de stamtafel bijgeschoven, zo sterk verwoordt Van der Heijden het gevoel: oh, nog één keer iedereen terugzien. ‘Daar, de jonge journalist met het aangeboren teveel aan cholesterol. Een duik in een vrieskoud IJslands bergmeertje, en hij was niet meer bovengekomen. Vandaag deed hij zijn verhaal, met de gewone bravoure. Overleden dichters, tekenaars, advocaten – er waren niet voldoende krukken en stoelen om ze allemaal een zitplaats te geven. De natte mozaïekvloer raakte vol met groepjes druk pratende doden. Happy hour.’

Meer naar het einde van dit requiem komt de focus te liggen op het laatste levensjaar van Franssens, zijn overlijden en begrafenis. Daar beantwoordt Van der Heijden ook wat vergoelijkend de vraag die hij zichzelf stelt: ‘Waar was ik in die maanden?’ Hij laat zichzelf wegkomen met: te druk met eigen zaken. Vanaf dit punt boeide het boek mij minder. Wanneer is verdriet interessant genoeg om over te schrijven, om een lezer te raken? Misschien wreekt zich hier het feit dat Van der Heijden ‘niet meer’ heeft geschreven dan een requiem en er geen fictie van heeft willen maken, zoals wel gebeurde bij het hartverscheurende Asbestemming. Er ontbreekt een dwingende en dramatische lijn. Natuurlijk is er schrik en verdriet, maar verdriet om een vriend die je een half jaar voor zijn overlijden niet meer hebt gezien, blijft wat aan de oppervlakte.

In een brief aan Carla, de levenspartner van Franssens, noemt Van der Heijden de drijfveren die geleid hebben tot Voetstampwijnen zijn tandknarswijnen. Naast het eerbetoon is het verwerken van de dood de reden dat hij de pen heeft gepakt, omdat hij ‘op slot raakt bij de directe confrontatie, en pas op het tweede plan kan reageren’. Maar de belangrijkste reden is wel de belofte aan Carla, om het werk van Franssens levend te houden. ‘De publicatie is er natuurlijk in de eerste plaats om Jean-Paul een requiemmis-in-proza te brengen, maar ik zal zeker niet nalaten te proberen de heren uitgevers ermee tot herdrukken te verleiden.’ Vandaar waarschijnlijk dat precies vijf jaar na het overlijden Voetstampwijnen zijn tandknarswijnen is verschenen. Of het gaat lukken om de belangstelling voor Franssens’ werk levend te houden? In de periode 1981-2002 zijn er negentien uitgaven van hem verschenen. Maar dit requiem maakt niet nieuwsgierig naar zijn werk. Van der Heijden laat zich er praktisch niet over uit, laat staan in lovende bewoordingen. In de schaduw van een eik is weinig ruimte voor mindere majestueuze bomen, iets wat je de eik moeilijk kwalijk kunt nemen. Met deze uitgave vestigt Van der Heijden, vast onbedoeld, uiteindelijk meer de aandacht op zijn eigen schrijverschap, dan op dat van zijn vriend. Herdrukken zullen er wel komen, maar niet van Franssens’ werk.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.