Jef Aerts
Rue Fontaine d'Amour
(2008)
De Bezige Bij
189 pagina's
€ 16.90
ISBN 9789023429982
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Wat niet gezegd wordt
door Saskia Terpstra, 18 december 2008
De verteller in de roman Rue Fontaine d’Amour is de vijftienjarige Lize die vaak op het dak van haar huis verblijft om daar de stad gade te slaan. Zoals ze zelf zegt: ‘Ik zit op het dak van een rijhuis in de Rue Fontaine d’Amour. Het is zeven uur. […] Kijk met me mee over de dakrand.’ Het dak is de plek waar Lize helemaal zichzelf kan zijn en waar ze haar gedachten op een rijtje kan zetten.
Het meisje heeft een nogal slechte relatie met haar familie. Haar moeder en zus Lena zijn het huis uitgevlucht; moeder naar een nieuwe vriend, Lena naar een ongure buurt in Brussel. Lizes vader ‘professor dr.’ is simpel gezegd niet helemaal lekker in zijn hoofd. Hij is geobsedeerd door de Russische balletdanser Nijinski en neemt de twee mysterieuze Albanezen Besnik en Ismail in huis omdat zij zogenaamd geďnteresseerd zijn in de verhalen over Nijinski. Vader noemt hen engelen die hem naar het ware geloof gaan brengen door middel van zijn Russische balletheld en het ballet. Maar zijn zij echt engelen of zijn het slechts illegalen die misbruik maken van de wat labiele professor dr.? Met al deze kwesties, plus de problemen van elk vijftienjarig meisje, is Lize aan het worstelen.
Met de komst van de twee buitenlanders in huis, beginnen de omgangsvormen te veranderen. Het ouderlijk huis was voor hun komst doordrongen van verdwenen liefde en eenzaamheid, aangezien Lize niet kon terugvallen op haar moeder en zus en ze al helemaal niks had aan haar verknipte vader. Door die afwezigheid van haar familie is Lize nogal een eenling met tegenstrijdige behoeftes. Aan de ene kant wil ze zich afzetten tegen haar familie, maar aan de andere kant wil ze zich af en toe wel aan iemand vastklampen. Die troost en genegenheid vindt ze bij de mensen die zij bespioneert vanaf het dak. Nu Besnik en Ismail in haar huis rondlopen is haar vader een stuk opener en vriendelijker en heeft ze twee nieuwe gesprekspartners.
Jef Aerts (1972, Leuven) laat in zijn vierde roman zien dat hij met weinig woorden heel veel kan zeggen. Zijn korte, maar krachtige, zinnen pent hij zo neer dat er veel ruimte open blijft die de lezer zelf kan invullen. Wat niet expliciet wordt uitgesproken doet het ‘m in het boek. Bijvoorbeeld wanneer Lize op zoek gaat naar haar weggelopen zus: ‘En dan het besef dat ik niet verder kom dan misschien. Dat ik wel iets heb herkend, maar alleen wat stukjes. Wat schilfertjes van Lena. Niet mijn hele zus.’
Wat af en toe wel stoort in de roman is het taalgebruik van de Albanezen. De ene keer spreken zij Nederlands en de andere keer plots Frans, wat in een tweetalige stad als Brussel een gewoonte is, maar de leesbaarheid – althans voor de Nederlandstalige lezer – niet ten goede komt.
Toch ligt de kracht van deze beeldende roman Aerts’ taalgebruik. Hij kan zich goed verplaatsen in de vijftienjarige hoofdpersoon en laat een observatievermogen zien waarbij alledaagse dingen, zoals het uitzicht op de stad waar de puber elke dag op uit kijkt, opeens interessant wordt: ‘Brussel ligt puffend op de heuvels. Straks rolt de stad zich op haar zij. Als een oud wijf met doorligwonden schudt ze de bewoners van haar rug.’
Aerts zorgt, naarmate de roman zijn einde nadert, voor wat onverwachte wendingen in het leven van professor dr. en de Albanezen. De twee zogezegde engelen zouden professor dr. naar het ware geloof brengen maar het ware geloof is voor de professor dr. wat anders dan voor de Albanezen. De professor dr. denkt dat hij van de Albanezen een nieuw leven krijgt waarbij hij zich niet met aardse dingen hoeft bezig te houden, maar waarbij hij het dansen en alles wat hij over Nijinski weet kan gebruiken om in hogere sferen te komen. De Albanezen hebben echter een achterliggende reden om Lizes vader naar het ware geloof te leiden en dat pakt verassend uit. Ook voor Lize.
De roman leek bij aanvang een simpele verhaallijn te volgen, maar de onverwachte wendingen en de gecompliceerde en ietwat absurde personages zorgen ervoor dat het een intrigerende roman wordt, die de lezer aanzet tot nadenken over de voorbijgekomen thema’s en kwesties. Ik raad iedereen dus aan om met Lize mee te kijken over de dakrand en mee te leven met de bewoners van Rue Fontaine d’Amour.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



