Pjeroo Roobjee
Naar betere oorden
(2008)
Querido
208 pagina's
€ 19,95
ISBN 9789021434964
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
Kritische Vlaming laakt materialistisch gedrag
door Elisa Jansen, 24 december 2008
Pjeroo Roobjee, pseudoniem van de Vlaming Dirk de Vilder (Gent, 1945) geniet behalve als schrijver ook bekendheid als schilder, acteur, theatermaker en zanger. Sinds hij in 1966 debuteerde met de roman De nachtschrijver verschenen er allerlei publicaties van zijn hand, die in België in tegenstelling tot in Nederland, wel aandacht kregen. Alleen De kleinzoon van de letterzetter (1995), met op de flap een aanbeveling van Hugo Claus, werd door de Nederlandse kritiek opgemerkt en geprezen als ‘virtuoze klucht’. Het jaar daarvoor werd hij al onderscheiden met de Louis Paul Boon prijs en in 2004 met de cultuurprijs van de stad Gent.
Sindsdien is het betrekkelijk stil rondom Roobjee. Het verhaal ging dat hij in België geen uitgever meer kon vinden voor zijn kennelijk slecht verkopende literaire werken. Des te verrassender dat zijn nieuwe boek Naar betere oorden bij een gerenommeerde literaire uitgeverij is verschenen. In deze verhalenbundel neemt Roobjee de levenswijze van de westerse mens kritisch onder de loep. Vooral de hang van de westerling naar materialisme stelt hij op moralistische wijze aan de kaak. Andere slechte eigenschappen van de mens, die grotendeels voortkomen uit nervositeit en omgangsvormen, komen eveneens aan bod.
In totaal bevat de bundel negentien verhalen. Het zijn varianten op traditionele genres als het sprookje, de parabel en de christelijke preek, op een enkele uitzondering na niet langer dan tien bladzijden. De eigenzinnige manier waarop Roobjee de conventies van deze genres gebruikt, geven een extra dimensie aan de verhalen. In ‘De weergalm’ komt de hoofdpersoon aanvankelijk over als een naïeve jongen wiens ware aard duidelijk wordt door de beschrijving van zijn droom. In de preek ‘Hoor en wil zwijgen’ wordt de lezer aangesproken met ´lievekes van mij´ en ´kinderkens´.
Roobjee lapt de conventies van de parabel aan zijn laars door de christelijke waarden en normen af te vallen. Parabels worden traditioneel ingezet om een moreel, religieus idee uit het dagelijks leven kracht bij te zetten. In het begin van het verhaal ‘Lekkernijen’ bijvoorbeeld, lijkt de moraal ´Vrees steeds den Oppertal, hij ziet u overal´. De kinderen blijven braaf van het snoepgoed, maar in plaats van de kanarie die zij als beloning hiervoor op het oog hadden, krijgen zij een boek over de martelaren. Teleurgesteld zetten zij al hun onderdanigheid opzij en gaan een losbandig leven leiden. De boodschap wordt: geniet eerst van het heden, wacht maar af wat er later van komt. De gepredikte moraal aan het slot van dit verhaal heeft absurdistische trekken. ´Daar, binnen de grenzen van een goddeloze oase, leefden zij aanbiddelijk lang en adorabel gelukkig, en ongelovig content vertrokken zij van hun zoet en vredig sterfbed naar de laai van de eeuwigste verdoemenis amen.´
De stijl van Roobjee is al even opvallend als de strekking van zijn verhalen. Met lange gestileerde zinnen geeft hij zijn verhalen esthetische waarde. Aanvankelijk doet zijn archaïsche taalgebruik wat onwennig aan. ´Een goochelaar vraagde om voor een prins eenen trek van behendigheid uit te voeren, zeggende dat geen aardeling nooit iets dergelijks kon gezien hebben.´ Naar mate je vordert in de bundel merk je dat deze stijl inherent is aan zijn doel, de mens aan te zetten tot zelfreflectie en het aannemen van een kritische blik op de huidige westerse samenleving. Roobjees taalgebruik is in overeenstemming met de geparodieerde genres, hij spreekt je toe zoals kinderen in sprookjes worden aangesproken, archaïsch zoals men in preken gewoon is te doen. Tegelijkertijd maakt hij deze taal ook belachelijk: ´Een scherpe tong is het eenige snijtuig dat scherper wordt door het gebruik, dus zal ik rad en rap mijn tong blijven bezigen om u de volle pot waarheid uit de vodden te doen, de volle aha! pot omtrent ´t geen zich in voddige klokhuizen allemaal kan nestelen.´
Met zijn rappe tong en zijn genre-ondermijnende, tegendraadse verhalen slaagt Roobjee erin zijn strijd tegen de materialistische Westerse samenleving kracht bij te zetten. Je kunt genieten van zijn Vlaamse taalgebruik, maar identificatie met de personages of aangekaarte problematiek blijft juist door de atypische beschrijvingen achterwege. Roobjee dwingt je een mening te vormen met betrekking tot de morele opvattingen waar hij tegen ageert. De op vermakelijke wijze aangesneden thema’s zetten aan tot nadenken.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



