Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

De zwerfkatten aan de Suezkade

door Dinie Schoorlemmer, 14 januari 2009

Wanneer Marc Cordesius op weg is naar zijn eerste baan op het gymnasium Descartes, voelt hij ondanks de regen ‘een welzijn en verwachting die hij in lang niet gekend had’. Hij duikt behaaglijk onder zijn rode paraplu en denkt tevreden aan het lesrooster waarin zijn uren Frans naar wens zijn ingedeeld: een uur aan het begin én aan het eind van elke schooldag, zodat hij de tijd ertussen op het Descartes kan doorbrengen om op die manier de stilte in zijn ruime huis aan de Suezkade te ontvluchten. Wanneer hij op straat een meisje ziet dat voor hem uithuppelt en daarbij behendig de waterplassen ontwijkt óf er middenin springt, houdt hij bij het oversteken de paraplu beschermend boven haar hoofd en hoort tot zijn plezier dat ze ook naar het Descartes blijkt te gaan; naar de eerste klas. Maar hoe vrolijk en veelbelovend dit begin ook moge zijn: na de eerste bladzijden van Jan Siebelinks Suezkade weet je al dat dit niet goed kán aflopen. Het is niet alleen de rode paraplu van de jonge leraar, ook het Descartes heeft helrode muren en rood-witte luiken; het meisje draagt een rode lakjas met rode laarsjes en Marc noemt haar in gedachten – jawel – Roodkapje.

Het moet voor Jan Siebelink niet gemakkelijk zijn geweest om na Knielen op een bed violen, een monumentale roman geschreven vanuit een innerlijke noodzaak, te komen met nieuw werk. In een interview in Volkskrant Magazine (5-11-2005) zei hij hier het volgende over: ‘Het zou best kunnen dat schrijven voorlopig ondenkbaar is. Elk woord dat ik nu nog aan dit onderwerp wijd, is er een te veel. Het oeuvre is rond. […] Daar zit ik ook wel mee, daar ben ik ook bang voor.’

Nu kun je bij Siebelink gelukkig spreken van twee oeuvres: naast romans waarin de strenge godsdienstbeleving een grote rol speelt, zijn er boeken die gesitueerd zijn in het onderwijs en Suezkade past hier duidelijk in. Als voormalig docent kent hij het leven op een middelbare school uit ervaring. Binnen het genre van de (autobiografische) onderwijsroman hebben ook L.H. Wiener en Robert Anker geschreven over de leraar die geïntrigeerd raakt door een leerlinge en dat heeft boeiende literatuur opgeleverd. Is dat ook zo bij Suezkade?

Bij Siebelink is de leerlinge van ‘oosterse, zuidelijke afkomst’. Ze heet Najoua Azahaf en is graag in Marcs nabijheid. Al die eerste dag lukt het haar om ingedeeld te worden in de klas die Franse les krijgt van hem. Marc voelt zich verwant met haar, alsof ze het zusje is dat hij ontbeert. Niet alleen Najoua, ook het personeel van de school, van rector tot conciërge en alles daar tussenin; allemaal vallen ze voor de nieuwe leraar.

De auteur beschrijft zijn personages door middel van wat anderen daarover zeggen. De vertelinstantie verschuilt zich dus, maar intussen krijgt de lezer wél te horen wat iedereen zoal denkt, voelt en meemaakt. Maar toch worden ze niet geloofwaardig, ook Marc niet en over Najoua horen we bijzonder weinig, haar personage krijgt geen reliëf.

Wat wél tot leven komt is Marc als de bevlogen leraar. Door zijn goede contacten met de rector krijgt hij de beschikking over een van de ongebruikte noodlokalen, die hij voor eigen rekening laat opknappen, waarna hij er platen ophangt van o.a. de kathedraal van Vézelay en een ingekleurde plattegrond van de Parijse metro uit 1920. Als hij een belangrijk deel van de Franse literaire canon van de ondergang heeft gered nadat de schoolleiding ze bij het grof vuil had gezet, kan hij met zijn leerlingen in elke wijk die daarvoor in aanmerking komt, een denkbeeldige literaire wandeling maken. Want die boeken van Flaubert, Stendhal, Zola, Verlaine en Huysmans krijgen ook een plaats in zijn lokaal dat meer en meer een persoonlijk domein wordt dat hij alleen met zijn leerlingen deelt. En met een blinde zwerfkat.

Nu komen belangrijke verhaallijnen bij elkaar want Marc en Najoua zijn eigenlijk ook ‘zwerfkatten’. Najoua is op haar zevende in het zoveelste pleeggezin terechtgekomen, maar met haar dertien broertjes en zusjes heeft ze geen contact. Marc heeft zijn vader nooit gekend en zijn moeder werd op een zomerdag onverhoeds een auto ingeloodst, terwijl hij als driejarige achterbleef en vervolgens door zijn grootmoeder werd opgevoed aan de Suezkade. Beider levens zijn getekend door de gevolgen van een jeugdtrauma: Marc heeft problemen met het aangaan van relaties die zich ondermeer uiten in stevige erectiestoornissen en Najoua ontwikkelt een alarmerende vorm van anorexia. Maar het motief van de oedipale driehoek waar de lege oogkassen van de derde zwerfkat immers naar verwijzen, wordt niet geloofwaardig uitgewerkt.

Mijn laatste punt van kritiek geldt de lengte van het boek. Al die personeelsbijeenkomsten, van rapportvergaderingen tot nieuwjaarsrecepties, al die intriges tussen de docenten gaan op den duur vervelen. Want elk trimester zijn de wolken die zich samenpakken boven het Descartes opnieuw roodgerand.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.