Jan van Loy
De heining
(2008)
Nieuw Amsterdam
157 pagina's
€ 17.50
ISBN 9789046804896
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
The American Dream: een onaangenaam ontwaken
recensie van Alfa Amerika
Schaduwjury: Een keuze voor het individuele engagement
opiniestuk
Libris en Gouden Uil 2009: drie schaduwjury's van start
opiniestuk
Schaduwjury: Tussen vroegwijs en gevestigd meesterschap
opiniestuk
andere recensies
Onwaarschijnlijke angst
door Caroline Schaberg, 16 januari 2009
Wonen in een gated community. In landen als Mexico en de Verenigde Arabische Emiraten is dat een normaal verschijnel: als je geld hebt, en daarmee een doelwit bent van ontvoerders, ben je gek als je jezelf en je gezin blootstelt aan gevaar van buitenaf. In Nederland is dit verschijnsel nog nauwelijks doorgedrongen, maar de motivatie van de mensen die zich willen afschermen wordt wel steeds meer onderdeel van onze samenleving: angst. En het is juist die motivatie die ontbreekt in de derde roman van Jan van Loy, De heining.
Debbie en haar man, de ik-persoon, verhuizen uit de grote stad naar de omheinde gemeenschap ‘de Windroos’ nadat ze getuigen zijn geweest van een burenruzie die eindigde in een moord. Vooral Debbie heeft er genoeg van en overtuigt haar man ervan het veel te dure huis te kopen. Dertig procent van de prijs betalen ze voor de veiligheid. Het is een paradijs voor kinderen, lekker op straat spelen en klimmen in de speeltuin, maar Debbie en haar man hadden besloten geen kinderen te nemen en slapen gescheiden van elkaar. Sterker, als Debbie zwanger blijkt te zijn van een ander gaat het echtpaar uit elkaar. Zelfs wonen in een omheinde gemeenschap kan een huwelijk niet redden – een eerste relativering van het veilige gevoel van de omheinden.
De hoofdpersoon heeft geen zin om meer te gaan werken om het dure huis te kunnen betalen, dat laat hij aan zijn vrouw over. Om de tijd te doden past hij daarom, ondanks zijn negatieve kijk op kinderen, op zijn buurjongetje Milan Kazan, zoon van de projectontwikkelaar, de heerser van de gemeenschap. Maar zelfs binnen de omheinde zone is niemand veilig: Milan verdwijnt terwijl de ik met hem aan het spelen is in de speeltuin. De gemeenschap is toch niet zo veilig als die lijkt, maar komt het gevaar van binnenuit of buitenaf?
Jan van Loy stipt actuele onderwerpen aan. Men voelt zich niet meer veilig op straat in de stad, men wil beschermd worden en terug naar de gemeenschap waar anonimiteit niet meer bestaat. Hij laat dit gegeven subtiel omslaan naar het andere uiterste van deze bescherming: waar geen anonimiteit meer bestaat, weet iedereen altijd alles van elkaar en ook dat kan als een bedreiging aanvoelen.
Waar Van Loy hier speelt met de verschillende vormen van angst en waar die vandaan komen, is hij in zijn karakters minder subtiel: bijna alle personages worden als spaanplaat zo plat neergezet. Overbuurman Bril is een rijke erfgenaam die niets anders doet dan zich verdrinken in bier. Geen whiskey, want hij moet langzaam en constant onder een dichtbewolkte lucht van alcohol blijven. Projectontwikkelaar Kazan is een ruwe man die de gemeenschap als een dictator leidt, de oude mevrouw ‘Schrompelkop’ Dupont woont in de Windroos om zich tegen het uitschot van alles wat buitenlands is te beschermen.
Maar het vlakste personage is de ik-persoon, die van Van Loy geen naam krijgt. Ondanks alles wat gebeurt, blijft hij laconiek reageren alsof het hem allemaal niet deert, wat een destructief effect heeft op het boek – want ik geloof hem niet. Er is zelfs eigenlijk niets om te geloven, want de man heeft geen diepgang en geen motivatie. Het lijkt alsof hij geen wil heeft en nergens door geraakt wordt. Zelfs de verdwijning van Milan neemt hij vrij licht op.
Is dat laconieke een poging van Van Loy om de houding van mensen tegenover gevaar aan te tonen, een andere variant van de desinteresse die we in Nederland tolerantie noemen? Dan overtuigt dat niet in deze roman. Overal staan hekken en camera’s, er wordt omgekocht, bedreigd, gechanteerd en er verdwijnt zelfs een kind, en toch grijpt de angst je nergens echt aan, nergens wordt die voelbaar. Zonder succes grijpt Van Loy naar clichématige stijlmiddelen als de ultrakorte zin om iets van spanning en gevoel aan de verdwijning mee te geven: ‘De bel. Ik deed open. Rozie Kazan. Zij glimlachte. Ik niet. Zij ook niet meer. Achter haar kwamen twee politieagenten het tuinpad op gelopen. Zij volgde mijn blik en keek achterom. Zij keek terug naar mij. Zij raadde het.’
Schrikt er iemand? Hij probeert het. Het werkt niet. Ondanks de actuele thematiek van angst en het subtiele spel dat Van Loy ermee speelt, blijft De heining een vlakke roman die je nergens echt raakt.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



