Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Illusies verpakt in burrito’s

door Maartje Kunnen, 17 april 2009

Als er een plaats op de wereld symbool staat voor het beginnen van een nieuw leven en het waarmaken van je dromen, is het wel New York. Dat is het ook voor het uit Mexico afkomstige gezin Andino, dat in Queens een nieuw leven probeert op te bouwen. In De heilige Antonio, het boekenweekgeschenk van 1998 verdient de jonge moeder Raffaella de kost als serveerster, terwijl haar zoons Tito (19) en Paul (18) Mexicaans eten bezorgen. Het gezin heeft veel meegemaakt – de vader vermoord, een barre reis onder leiding van mensensmokkelaars – maar daar lijken de gezinsleden niet zo mee bezig te zijn. Ze zijn vooral gericht op de liefde of wat daar voor door moet gaan.

En dan komt Ewald Stanislas Krieg in hun leven, als minnaar van Raffaella. Krieg vertoont veel overeenkomsten met de naar New York geëmigreerde Arnon Grunberg. Ook Krieg is schrijver en beroemd in eigen land en de uiterlijke kenmerken komen eveneens overeen. Maar voor de manier waarop deze kenmerken zijn beschreven is wel wat zelfspot of zelfs verachting nodig. Krieg is een ‘mannetje’ met een ‘wit en licht gevlekt gezicht’, dat tijdens het niezen een klodder snot op het tapijt spuugt. Paul en Tito mogen hem niet erg. Krieg bedenkt dat ze een eigen Mexicaanse afhaalservice, Mama Burrito, kunnen beginnen en al vrij snel heeft hij het gezin in zijn greep. Hij verkoopt deze mensen zijn illusie, een thema dat in later werk van Grunberg – Fantoompijn, De joodse messias – zal terugkeren.

Gaandeweg het verhaal is het niet moeilijk om een hekel aan Krieg te krijgen. Als de burrito-droom is doorgeprikt, zegt Raffaella dat zij hem haat, maar hij reageert, vernietigend: ‘Er is niet veel voor nodig iemand te haten die intelligenter en geestiger is dan jij, ook nog eens jonger, en die nu al meer geld heeft verdiend dan jij in de rest van je leven zult verdienen. Ik begrijp het, ik begrijp het verdomd goed.’ Geen fraai figuur. Mensen die toch al weinig hoop hadden, geeft hij een tijdelijke illusie en als die voorbij is, hebben ze nog minder.

Paul en Tito zijn echter nog niet van hem af. Als de broers met het meisje Kristin, op wie ze verliefd zijn, in een bar zitten, komt Krieg er ineens aan. Hij blijkt Kristin te kennen en het heeft er alle schijn van dat dat als hoerenloper was. Alweer komt Krieg niet best naar voren. Hij zit onder de muggenbulten, waaraan hij voortdurend krabt en de serveerster wil hem vanwege een niet nader toegelicht voorval niet meer bedienen. Daarbij heeft hij roze kauwgom aan zijn broek kleven. Tot walging van Paul en Tito wrijft hij over Kristins haar.

Honger en dorst spelen een belangrijke rol in dit verhaal. Raffaella is de vrouw die haar minnaars hongerig houdt. Zij geeft hun de illusie dat ze hun honger zal stillen, maar zorgt ervoor dat dit nooit helemaal gebeurt. Kristin is degene die haar minnaar dorstig houdt. ‘Ik ben de bron. Maar ik les de dorst niet.’ Maar uiteindelijk is het de schrijver die zijn personages echt hongerig en dorstig houdt. Hij kent ze, beter dan ze elkaar kennen, geeft ze illusies en bepaalt uiteindelijk hun lot. De schrijver is een god in zijn eigen universum, vermomd als een naar en vies mannetje.

Al met al is het verhaal zeer vermakelijk. De ondergang van het Mama Burrito-imperium is sneu voor de betrokkenen, maar het heeft ook iets van slapstick, zoals je het al lang van tevoren ziet aankomen, het is over the top. Dat maakt wel dat het moeilijk is om mee te leven met de emoties van de personages, het blijven typetjes. De broertjes zijn te naďef en Kristin te poëtisch. Ze zegt dingen als ‘De man die om mij geeft vraagt niets, want hij weet dat er niets te vragen valt. En hij wenst niets, want alles wat hij nodig heeft krijgt hij vanzelf – en hij wil niets, omdat hij alles al heeft. Daarom is hij de man die om mij geeft. Hij wil alleen maar dat ik huppel. Waar we ook gaan, ik zal altijd huppelen. Zelfs als we met de trein reizen, dan nog zal ik huppelen.’ Hier is duidelijk Grunberg aan het woord en niet een 19-jarig meisje uit Kroatië, dat in Amerika een nieuwe toekomst probeert op te bouwen.

Hoe heftig de gebeurtenissen ook zijn die de personages meemaken, het grijpt je niet aan. Ze dienen vooral als achtergrond bij het spel dat de schrijver speelt met de werkelijkheid en de lezer. Een ingenieus spel, want personage Raffaella komt fel in opstand tegen haar ‘schepper’: ‘Niemand kan je verlaten, want je bent er nooit echt, je bent er altijd half. […] ik zeg je dat ik nog nooit iemand heb ontmoet die zo failliet is als jij. […] Daarom is geld ook zo belangrijk voor je. Tussen jou en de totale eenzaamheid staat alleen maar geld. En dat weet je. Je weet het. Want je bent als de dood voor het allerkleinste gevoel, je zou nog liever sterven dan iets voelen. […] Een spookhuis vermomd als liefde, dat is wat jij te bieden hebt.’ Hiermee geeft de schrijver zelf een metafoor voor zijn boek. Het is een spookhuis (prachtig gemaakt, dat wel), waarin je even kunt ‘griezelen’, maar zodra je eruit bent, schud je de ervaring weer net zo makkelijk van je af.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.