Nelleke Zandwijk
Pierenland
(2009)
Querido
215 pagina's
€ 17,95
ISBN 9789021435350
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Lichtheid in het gestoorde
door Eveline Vink, 10 juni 2009
Eén woord schiet me te binnen als ik denk aan het werk van Nelleke Zandwijk: absurditeit. Haar personages, verhaallijnen, heel haar boeken zijn doordesemd van absurditeit. Ook deze derde roman, Pierenland, kent een hoop bizarre ingrediënten.
De hoofdpersoon is een dertienjarig meisje dat opgroeit in een gezin zoals je ze tegenkomt in het werk van Manon Uphoff (bijvoorbeeld in Koudvuur). Afwezige, zuipende, verwaarlozende ouders die hun handen vol hebben aan zichzelf. Kinderen die zichzelf en elkaar dan maar een beetje opvoeden – of niet, en toch redelijk terecht komen – of niet. Familie en kennissen die met de beste bedoelingen hier en daar helpen en redderen, maar niemand die echt ingrijpt.
De moeder van Helena Hartsuiker en haar oudere broer Tonnie dook van de trap, na een leven lang beneveld in kasten verstopt of op zolder met een voet door het plafond te hebben gezeten. Tonnie, die een beetje traag maar verder in orde is, vond haar onder aan de trap.
‘Mijn moeder is twee keer gevonden. Eerst door mijn broer en daarna door mijn vader. Tonnie vond haar als eerste, liggend met haar hoofd tegen de voordeur. Omdat hij niet wist wat hij moest doen was hij over haar heen gestapt en naar zijn kamer gegaan. Daar bleef hij de rest van de middag wachten. Tegen de tijd dat mijn vader thuis kwam was mijn moeder al stijf.’
Helena verwijt haar broer dat hij niets deed. Wie weet leefde ze nog wel, had hij haar kunnen redden. Misschien niet van de dood, maar dan toch van de lelijke dood, want Helena’s moeder is inmiddels al zo stijf dat het afleggen niet al te best meer gaat. Lievelingstante Lena is aflegster en klaart het klusje met Helena’s hulp. Als de situatie zelf nog niet absurd was, is de hoeveelheid excuses die Lena bedenkt voor de deplorabele staat van deze dode dat wel. Daarna wordt Helena alsmaar meegenomen naar andere, mooiere doden, om te leren dat monden soms wel sluiten en ogen niet altijd open piepen. Om de dood van haar moeder te verzachten, te verwerken.
Zandwijk laat bezoekers van een begrafenis sterven door een blikseminslag tijdens het zingen van ‘wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des heren hand’. Ze laat de vader van Tonnie en Helena een allochtone moeder en haar drie jonge kinderen uit het blijf-van-mijn-lijfhuis meebrengen, die direct bij hen intrekken. Ze laat Tonnie het hele boek lang niet uit zijn gore bed komen – op één keer na en dat was om van een elektriciteitsmast te springen – maar in een vieze luier liggen stinken, marsrepen en kapucijners etend. En ze blinkt uit in het geloofwaardig beschrijven van dergelijke onzin:
‘Nadat Tonnie met de rug van zijn hand zijn mond had afgeveegd zodat ik voor een keer niet tegen een gele picallilysnor hoefde aan te kijken, leefde hij helemaal op. Hij ging rechtop zitten en lachte een klein beetje toen hij de vraag stelde.
“Denk je,” vroeg hij, “dat ik aan Alwi zou kunnen vragen hoe ik een levende kanonskogel kan worden?”
“Doe niet zo raar,” zei ik. Maar Tonnie vertrok geen spier en vertrouwde mij zelfs toe dat hij al een tijdje lag na te denken over levende kanonskogels.’
Niets is te gek. Niets is te erg. En hoewel de ellende soms bijna ondraaglijk is, voorkomt de sarcastische toon van de jonge vertelster dat het boek zwaar wordt. Het is zelfs bijna vrolijk, terwijl het toch voortdurend over dood en lijken gaat. Naast die sarcastische toon is er ook de goedige Lena, die de familie voortsleept en met haar naïeve optimisme de anderen behoedt voor zwartkijkerij. De pertinente weigering van Lena en Helena om een fatalistische levenshouding aan te nemen houdt ook bij de lezer de steen uit de maag.
Hierdoor heeft Pierenland niet zoveel impact als het zou kunnen hebben. Er vallen geen tranen tijdens het lezen, terwijl de gebeurtenissen er voldoende aanleiding toe geven. De kommer blijft enigszins op afstand, door een clowneske bril is alles lang niet zo erg. Dat is tegelijkertijd ook de kracht van het boek. De lichtheid in combinatie met het gestoorde, de humor in de malaise. Het is een specialiteit van Zandwijk, die ze hopelijk nog in vele boeken zal laten zien.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

(4/5)


