Alex Verburg
Dwalingen
(2009)
Arbeiderspers
279 pagina's
€ 18,95
ISBN 978902956770
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Zonnestralen in oorlogstijd
door Judith Mulder, 16 juli 2009
‘Maar als ik jou nou de omgang ten koste van alles verboden had, had ik je dan al dit verdriet kunnen besparen?’ Annies moeder vraagt het haar dochter aan het begin van Dwalingen, de waargebeurde liefdesgeschiedenis van een Nederlands meisje en een Duitse jongen. Het is de derde roman van Alex Verburg – na Het huis van mijn vader (2002) en Het najagen van de wind (2004) – , en het overtuigt.
1943. Annie, zeventien jaar oud, loopt met Johann, een Duitser. Het was liefde op het eerste gezicht tussen het brave, schuchtere meisje en de serieuze jonge soldaat, die gestationeerd is in de stallen van Langeveld. Al snel nemen de praatjes en het gesmiespel echter hand over hand toe en Annie gaat zich steeds minder thuis voelen in het kleine, christelijke kustplaatsje Duindorp. Zelfs haar zus wil niet meer met haar praten. En ja, haar vader is tegen de zin van moeder NSB-lid geworden, een onenigheid die exemplarisch is voor een vreugdeloos huwelijk. Maar zíj accepteren Annies keuze wel. Toch is er voortdurend een sluimerend schuldgevoel aanwezig.
Maar wat doet ze eigenlijk fout? Dat is de vraag die Annie zichzelf stelt en die als een rode draad door het boek loopt. Heeft ze te makkelijk toegegeven aan haar gevoelens. Dwaalt ze daarin dan af van het rechte pad? Ze bidt toch iedere dag, en zorgt toch met volle toewijding voor haar zieke moeder? Annie heeft geen antwoord. Enerzijds omdat er geen eenduidig antwoord te geven is op de vraag wie goed en fout was, anderzijds ook omdat de vragen vervliegen in de waan van de dag, in de nood om te overleven. Bovendien wil ze helemaal niets met politiek en de oorlog te maken hebben; het gaat haar enkel en alleen om haar liefde voor Johann.
Die allesomvattende liefde zit hem in kleine dingen. Samen gaan ze naar de jaarlijkse kermis, ze verlangt de hele week naar de ritjes te paard die ze met Johann maakt, en voor haar verjaardag wil ze geen ‘echt’ cadeau: een haarlok van Johann maakt haar al zielsgelukkig. Nergens wordt Verburg in zijn beschrijvingen sentimenteel, eerder blijft hij als een objectieve registrator aan de zijlijn staan:
‘Ze gedroegen zich zoals geliefden zich nu eenmaal gedragen. Aanrakerig. Elkaars verhalen indrinkend alsof ze over de grootste wonderen gingen ooit aan de mensheid geopenbaard. Wellicht kende hun samenzijn een nog net iets grotere intensiteit, omdat beiden wisten dat het zomaar voorbij kon zijn, ook al spraken ze daar nauwelijks over.’
Als ze afscheid van elkaar moeten nemen omdat Johann elders gestationeerd wordt, fluistert Annie: ‘Dank je wel voor wie je bent.’ Alle brieven die Johann vanuit verre oorden schrijft, beantwoordt zij met minstens twee brieven terug. Het zijn voor hem ‘zonnestralen tussen de zwarte wolken’. De zonnestralen zijn echter van korte duur; de politiek haalt hun liefde in.
Verburg is een meester in het neerzetten van gedetailleerde sfeerbeschrijvingen, en dat wordt duidelijk als we de kievit hoog in de lucht zijn eigen naam horen roepen, er anemonen in het dorp bloeien, Annies jurk van een gebloemde beddensprei gemaakt blijkt of de geur van stro naar voren komt: ‘Ze snoof de kruidige geur van vers stro op, van haver en paardenvijgen. Vliegen gonsden door de ruimte, sommige met glanzende rugschildjes van pauwachtig blauw en groen.’
Verburg vervalt nergens in moralistische overpeinzingen. De vraag of en door wie er dwalingen zijn begaan, laat hij open. Geen sentiment, oog voor sfeer, en geen gemoraliseer. Als een kermiswaarzegster zegt dat iedereen even volkomen en onvolkomen is als de ander, dan gaat dat terloops. Dwalingen pretendeert geen grote wijsheden in pacht te hebben, maar kabbelt zachtjes voort, ingetogen en genuanceerd. Een eerlijk, leesbaar en echt verhaal om van te genieten.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

(4/5)


