Maria Vonk
Oude soldaten sterven niet
(2008)
L.J. Veen
175 pagina's
€ 16,90
ISBN 9789020408843
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Oorlogsleed van 'een Parkinson'
door Judith Mulder, 31 juli 2009
Een problematische jeugd in de volkswijk De Jordaan te Amsterdam, gevolgd door een leven vol oorlogsleed. Dat is in het kort het leven van de hoofdpersoon uit Oude soldaten sterven niet, de debuutroman van journaliste Maria Vonk. Een oude man, die lijdt aan de ziekte van Parkinson, blikt terug op zijn leven.
‘Als ik hem op straat tegenkom doet ie net of ie me niet kent. “Ga uit m’n ogen, loeder,” sist hij dan heel zachtjes want niemand mag merken dat ik zijn zoon ben. Hij slaat altijd, en verschrikkelijk hard, zelfs als we niks gedaan hebben.’
Dit citaat illustreert slechts een van de vele vreselijke en ingrijpende gebeurtenissen uit het leven van de hoofdpersoon Piet in Oude soldaten sterven niet. Stukje bij beetje schetst hij een beeld van zijn bestaan, dat er verre van rooskleurig heeft uitgezien. Het begon in de jaren twintig van de vorige eeuw met een afschuwelijke jeugd. Zijn moeder stierf in haar kraambed bij de bevalling van zijn broertje Jan. Zijn vader is zijn kinderen liever kwijt dan rijk: hij verkracht regelmatig zijn dochters en slaat zijn jongens zonder reden bont en blauw.
Deze herinneringen komen – niet volledig chronologisch – in flarden terug in de vorm van verhalen, dromen, hallucinaties en nachtmerries, die hij op latere leeftijd aan een van zijn dochters vertelt. Zijn vader, die hij in zijn dromen regelmatig vermoordt, komt voortdurend terug. Steeds realiseert hij zich, nadat hij badend in het zweet wakker is geworden, dat hij gedroomd heeft, en dat hij aan de ziekte van Parkinson lijdt. Niet voor niets wordt hij ‘een Parkinson’ genoemd.
Op jonge leeftijd hoopt hij zijn ouderlijk huis te kunnen ontvluchten, en droomt hij van een leven op zee, net zoals Michiel de Ruijter. Zeeman wordt hij niet; hij gaat als huzaar aan de slag. Met werkelijke oorlog heeft hij dan nog nooit rekening gehouden, maar in de tijd van zijn jeugd valt er niet aan te ontkomen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt hij in Overijssel tewerk gesteld, waar hij tussen het herverkavelen van de grond door zijn tijd doodt met ‘strootjes roken’. Daar ontmoet hij ook zijn latere echtgenoot Mien, ‘het rodekooltje’ – vanwege haar vlammende rode haren. Bij haar voelt hij zich zijn hele leven de koning te rijk. Alleen zij is in staat met haar arm om zijn taille, de vijand uit zijn nachtmerries te verdrijven.
‘Ze verschuilen zich soms in de wc, wel met vijf of zes tegelijk, en dan durf ik er niet naartoe waar ik weet best dat ze kwaad willen. (…) Gelukkig is mijn sabel er nog. “Niet waar, Piet,” zegt mijn vrouw weer, “dat verbeeld je je maar.” Ze bedoelt het goed maar ze is nooit soldaat geweest en ze heeft in de oorlog niet gevochten.’
Midden in de oorlog komen zij samen op een etage in Amsterdam terecht, waar zijn eerste dochter geboren wordt. Ondanks het vaderschap vertrekt hij al snel naar Indië, waar hij meer dan negenhonderd nachten eenzaamheid en verlangen kent, en louter verkrachte vrouwen, bloedbaden en uiteengerukte lichamen ziet. Na ruim tweeënhalf jaar komt hij aan het eind van de jaren veertig eindelijk weer terug bij zijn gezin. Zijn kinderen kennen hem alleen maar als een ‘papa van papier’, maar nu kan zijn leven als vader dan beginnen. Een ding weet hij heel zeker: hij zal niet zo worden als zijn grote schrik en angst: zijn vader.
Oude soldaten sterven niet is een ontroerend verhaal waarin de hoofdpersoon het heden en verleden in elkaar laat overvloeien. Geschreven in de tegenwoordige tijd en als ik-vertelling worden de gruwelijkheden heel dichtbij gehaald, maar nergens krijg je die enorme dosis ellende zouteloos over je heen gekieperd. Juist de eenvoudige manier van vertellen, zonder mooie beeldspraak en opsmuk, overtuigt. Zo maakt de volkse Piet, die van zijn vader vanzelfsprekend niet door mocht leren, regelmatig taalfouten. Behalve de taalfouten, laat hij ook geregeld onvervalst Amsterdams horen. Juist dit maakt het verhaal, omdat hij de verteller is, persoonlijk, authentiek en geloofwaardig. In vertroebelde beelden en herinneringen, waarin geen woord te veel wordt gebruikt, weet Vonk op subtiele wijze diverse thema’s – van een ellendige jeugd tot de behandeling van Nederlandse soldaten in Indonesië, en van een dementerende man tot zijn tewerkstelling aan de andere kant van het land in de Tweede wereldoorlog – de revue te laten passeren. Een persoonlijk document, dat door de verhalen an sich én de vertelwijze indruk maakt.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

(4/5)


