Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Monument voor een gestorven zwaan

door Anna Kaal, 30 september 2009

‘Ik heb een keer een zwaan zien sterven’, zo opent Janneke Jonkman haar nieuwste psychologische roman Vederlicht, waarin ze het leven van toekomstige professionele dansers aan de balletacademie beschrijft. Het is een verwijzing naar Mikhail Fokine’s legendarische choreografie ‘De stervende zwaan’ (1905) waarin de laatste momenten van een zwaan worden uitgebeeld als symbool voor de dood. Ook in Vederlicht lijkt het dier symbool te staan voor letterlijk dan wel figuurlijk sterven; het boek belicht de sombere kant van de danswereld waarin jonge kinderen van hun eigenwaarde worden beroofd en zelftwijfel kan leiden tot zelfmoord.

Centraal in Vederlicht staat documentairemaakster Elien, die besluit een film te maken over haar ervaringen en die van haar klasgenoten aan de balletacademie. Ze praat met hen over docenten en gebeurtenissen aan het conservatorium en over hun vriend Abel, die op jonge leeftijd zelfmoord pleegde. In de vorm van een raamvertelling, vanuit de volwassen Elien, lezen we hoe ze als onschuldig jong meisje probeert haar balletdroom waar te maken. Vanuit een sprookjesachtige wereld vol lieve mensen belandt ze in een boze nachtmerrie waarin perfectionisme en onderwaardering overheersen. Anorexia wordt aangemoedigd, ‘elk jaar word je opnieuw beoordeeld en uiteindelijk vrijwel altijd te licht bevonden, figuurlijk gezien; letterlijk ben je meestal te zwaar’, en docenten strooien met scheldwoorden als ‘dooie koe’, ‘trut’ en ‘stom wijf’ wanneer ze een danspas met het verkeerde been begint. Deze verhaallijn wordt steeds onderbroken voor verscheidene momentopnamen uit Eliens leven: herinneringen aan een rondreis in Zuid-Amerika waarin ze wordt verkracht, aan de scheiding van haar ouders, aan de destructieve relatie met haar vriend Jona, aan haar nieuwe vriend Igor aan wie ze zich maar niet durft te binden, en aan Abel.

De aanwezigheid van autobiografische elementen in Vederlicht is onomstreden. Zo.schrijft Jonkman in HP/De Tijd van 19 juni 2009 hoe zij als elfjarig meisje werd toegelaten tot de balletacademie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Drie jaar maakte ze de harde danswereld mee, waarna ze de opleiding moest verlaten wegens fysieke beperkingen. In plaats van danseres werd ze schrijfster en verschenen van haar hand de romans Soms mis je me nooit (2001), De Droomfotograaf (2004) en Verboden te twijfelen (2006). Aanleiding voor Vederlicht was een reünie met oud-klasgenoten waar bleek dat geen van hen de tijd aan de academie als onverdeeld positief heeft ervaren. Een van hen pleegde werkelijk zelfmoord. Jonkman besloot al hun verhalen samen te brengen in een roman. “De wereld moet weten wat voor impact die danswereld kan hebben op jonge kinderen […].” (Martine Bruynhooge in VIVA, 7-8-2009).

Het resultaat is een zeer persoonlijke blik op drie jaar academie en alle gevolgen van dien. Een blik die Rudi van Dantzig bij de boekpresentatie omschreef als ‘ontluisterend’. Die ontluisterende passages zijn echter omgeven door een overdaad aan psychologische uitleg. Waar Jonkman in haar eerdere werk werd geprezen voor de diepgang in haar personages, de symboliek waarmee ze haar verhalen structureert en de tijd die ze neemt om haar verhalen te vertellen, past ze deze elementen in _Vederlich_t onhandig, overmatig toe. Elien is een overtuigend personage – vooral de dagboekaantekeningen van het jonge meisje zijn vermakelijk om te lezen – maar de vele overpeinzingen waarvan de lezer deelgenoot wordt gemaakt, zorgen dat de roman leest als een onliterair damesblad-verhaal. Bij iedere beslissing die ze neemt, vraagt ze zich af of het wel ‘een goed idee is’; kleine tegenslagen ziet ze als tekens dat het inderdaad ‘niets gaat worden’. Emoties en gevoelens worden met uitvoerige metaforen beschreven:

‘Ik leek een geurende bloem waar kinderen als vlinders op afkwamen en ik moest me inspannen om mijn aandacht evenredig over iedereen te verdelen. […] Nu was ik slechts een paardenbloem, waarvan de steel half geknakt was en de pluisjes door de wind alle kanten op werden gevoerd; ik wist niet waar mijn oude glans gebleven was en waar ik die ooit weer vandaan zou moeten halen.’

Ook de structurerende symboliek mist subtiliteit. Sprekend is het beeld van de stervende zwaan die de ‘ontheemde zielen’ aan de balletacademie aan wie het boek is opgedragen lijkt te vertegenwoordigen. Of wanneer danser Abel over het podium beweegt als een vederlichte engel. Echter, geforceerde beschrijvingen van symbolische dromen, bijvoorbeeld over een kat die Elien maar niet kan vangen, vragen de lezer als huis-tuin-en-keuken-psycholoog vast te stellen dat Elien constant op zoek is naar waardering van haar vriend en vader. Dat moet dan weer het gevolg zijn van de onzekerheid die ze op de balletacademie opdeed. De engelen die Elien om de zoveel hoofdstukken hoopgevende formules toegooien over zelfvertrouwen en liefde (‘kind, je hart vertelt altijd de waarheid’) maken deze zweverigheid compleet. Structuur en eenheid? Ja, misschien, maar is al die truttigheid echt nodig?

Aan het begin van Vederlicht zegt Elien over haar documentaire: ‘Ik weet ook niet of het gaat werken, misschien blijkt het helemaal geen goed verhaal op te leveren; dan moet ik misschien mijn plannen omgooien […]. Of we beschouwen het als een soort therapeutisch weekend.’ Dit citaat vat het boek het beste samen. Jonkman heeft duidelijk haar ervaringen van zich afgeschreven. Als persoonlijke kijk op de danswereld is dat best interessant, maar ik zit niet te wachten op zo’n therapeutisch weekend in romanvorm.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.