Abdelkader Benali
De stem van mijn moeder
(2009)
Arbeiderspers
243 pagina's
€ 18,95
ISBN 9789029567091
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
recensie van Laat het morgen mooi weer zijn
De dictatuur van het uiterlijk
recensie van Feldman en ik
De sprong van de Schoonspringer heeft veel gevolgen
recensie van De stem van mijn moeder
andere recensies
NRC Handelsblad
Parool
Vrij Nederland
Gazet van Antwerpen
Coen Peppelenbos
Max Pam
CJP
De ongelukkige landing van een schoonschrijver
door Anne-Fleur van der Meer, 12 oktober 2009
Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury
De hoofdpersoon uit de nieuwste roman van Abdelkader Benali (1975) heeft het over ‘de schoonspringer’ als hij zijn vader bedoelt. De vader dankt deze naam aan een heldhaftige sprong van een hoge rots in zijn geboorteland Marokko. De heldendaad zal een generatie later fataal aflopen voor het tweelingbroertje van de hoofdpersoon. Als hij net als zijn vader de sprong waagt, vindt hij de dood in een ongelukkige landing.
In het eerste hoofdstuk, als de lezer van dit alles nog niets weet, beschrijft Benali de ontstaansgeschiedenis van de naam Schoonspringer. ‘De naam dwarrelde naar beneden, nestelde zich in onze fantasiewereld en kristalliseerde daar uit tot iets wat de werkelijkheid zelf naar zijn hand kon zetten.’ Benali geeft hier al iets prijs van de nare bijsmaak die de naam in de loop van het verhaal zal krijgen. De geheimzinnigheid over de heldenstatus van de vader typeert de roman en de manier van formuleren zegt iets over de poëticale opvattingen van Benali. Laat maar dwarrelen die taal, wat ik bedoel nestelt zich wel in de fantasiewereld van mijn lezers… laten sudderen, uitkristalliseren, klaar is Kees.
Het verhaal begint als de ik-figuur gebeld wordt door zijn vader. Hij moet dringend naar huis komen om het familie-album op te zoeken. Misschien dat zijn zieke moeder dan beter wordt en wie weet zal zij dan ook weer gaan praten. Sinds de dood van haar kind heeft ze dit namelijk niet meer gedaan. Het telefoontje is voor de ik-figuur aanleiding de geschiedenis van zijn verscheurde migrantengezin op te rakelen. Daaromheen construeert hij verschillende verhaallijnen. Dagboekfragmenten van het overleden broertje wisselt hij af met gedachten aan zijn minnares die hem in Boedapest vertelt dat ze een kind van hem zal krijgen. In de loop van de roman wordt duidelijk dat het gezin lijdt onder een geheim dat te maken heeft met de sprong van de vader. Kernthema van de roman is de ingewikkelde vader-zoon relatie. Omdat vader en zoon elk tot een andere generatie Marokkaanse Nederlanders behoren is er behalve een generatiekloof, ook een cultuurkloof.
De deels in flashbacks gepresenteerde dramatische ontwikkelingen bieden stof voor bezinning op universele thema’s en levensvragen over religie, verantwoordelijkheid, opvoeding en identiteit. Benali slaagt er echter niet in om de tragiek van de familiegeschiedenis invoelbaar te maken. Het lukt hem niet de emoties van de hoofdpersoon tot uiting te brengen. Als de ik-figuur beseft dat de relatie met zijn vader zich op een dieptepunt bevindt, zegt hij: ‘Toen (...) ervoer ik (...) de woede die opkomt wanneer al je andere emoties zijn uitgeput. Als een erwt die al een hele tijd onder je matras ligt en die je plotseling genadeloos in je rug voelt prikken.’ De diepgevoelde woede die Benali hier wil vertolken, haalt hij onderuit door zo’n verwoestende emotie te vergelijken met iets banaals en kleins als een erwt.
Ook Benali’s overige metaforen om de verhouding van de ik-figuur tot zijn vader uit te drukken zijn vaak zowel clichématig als grotesk: ‘Het verbale onweer dondert en regent over mij heen als een denkbeeldige zee.’
Wellicht ter compensatie van de vaagheden en kreupele beeldspraak heeft Benali zijn roman volgepropt met hints die de lezer duidelijk aangeven waar hij op moet letten. Daarmee stuurt hij de interpretatie veel te opvallend een bepaalde kant op. Zo is er de veelvuldige herhaling van motieven. De kloof tussen de eerste en de tweede generatie migranten, een thema dat ook in Benali’s roman De langverwachte (2002) centraal staat, wordt treffend verbeeld door een camera. Nadat de ik-figuur vijfentwintig jaar geleden vanuit Marokko naar Nederland is geëmigreerd, werkt hij als succesvol fotograaf voor verschillende tijdschriften. In de poging de cultuurkloof tussen zijn ouders en hemzelf te overbruggen, zet hij zijn fototoestel in. Hij heeft de naïeve, maar begrijpelijke hoop dat hij op die manier twee werkelijkheden in één beeld bij elkaar kan brengen. Zijn vader heeft een grote afkeer van de camera. Hij ziet het apparaat als een westers product dat niet in zijn wereld thuishoort. Bovendien is hij bang dat de camera het familiegeheim zal verraden. Benali verwerkt dit motief te weinig subtiel waardoor het aan kracht inboet.
De stem van mijn moeder gaat als geheel gebukt onder een gebrek aan subtiliteit. Bij de uitwerking van de personages schroomt Benali niet te herhalen welke karaktereigenschappen eruit moeten springen. In korte tijd vertelt hij twee keer dat de vader onder stressvolle omstandigheden voortreffelijk kookt: ‘Hoe groter de crisis, hoe beter het eten.’ En even later: ‘Hij heeft weer gekookt (...) juist onder deze omstandigheden kookt hij als de beste.’
Benali heeft getracht een bezinning op universele thema’s en levensvragen te verbinden met de unieke geschiedenis van een migrantengezin. Door geforceerd gebruik van literaire middelen en al te expliciete verwijzingen slaagt Benali hier er echter niet in. Wat een heldhaftig literair waagstuk had kunnen worden, eindigt met de ongelukkige landing van een schoonschrijver.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



