Luc Panhuysen
Rampjaar 1672
(2009)
Atlas
480 pagina's
€ 39,90
ISBN 9789045013282
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
Een jaar, een ramp, een gezin
door Lukasz Koterba, 26 oktober 2009
Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury
Is het mogelijk om het lot van één gezin zo goed te beschrijven dat zo’n familieverhaal ook een gedetailleerd beeld van een grote historische gebeurtenis kan geven? Luc Panhuysen probeert dat in zijn Rampjaar 1672 bereiken, maar het resultaat is niet helemaal overtuigend.
Het boek van Panhuysen gaat over een belangrijke episode in de Nederlandse geschiedenis. In 1672 werd de Republiek door drie vijanden aangevallen: Frankrijk, Engeland en de bisdommen Keulen en Munster. Twintig of dertig jaar daarvoor was de Republiek nog een van de machtigste landen ter wereld geweest, maar in 1672 was de Gouden Eeuw duidelijk voorbij en werden land en volk waren in hun bestaan bedreigd. Na dit verschrikkelijke, moeilijke en tragische jaar (dat in werkelijkheid 16 maanden heeft geduurd), is de Republiek – dankzij de nieuwe Oranje stadhouder Willem III, de Waterlinie en buitenlandse troepen – gelukkig niet van de kaart van Europa verdwenen.
De titel suggereert dat in dit boek alleen het jaar 1672 aan de orde komt, maar dat klopt niet. In zijn inleiding presenteert Panhuysen ons een bredere perspectief door een korte geschiedenis van Nederlanden in de 16de en 17de eeuw en soms zelfs vroeger te geven. En het boek eindigt aan het begin van de 18de eeuw. Het boek gaat ook niet alleen over de Republiek, maar ook en misschien zelfs wel vooral over een gezin. Panhuysen schetst ons het Rampjaar als een persoonlijke ervaring van drie leden van de familie Van Reede: vader Godard Adriaan (belangrijk diplomaat in Berlijn), moeder Margaretha (die van haar kasteel Amerongen naar Holland moet vluchten) en zoon Godard (officier in het leger van Willem III). Dit fraaie trio laat ons alle kanten van het Rampjaar zien: de politieke kant door de ogen van de vader, de dagelijkse praktijk vanuit het perspectief van de moeder, terwijl de militaire aspecten via de zoon aan bod komen.
Door het veelvuldig gebruik van hun privé-correspondentie wordt de ‘grote’ geschiedenis zichtbaar in de persoonlijke perikelen. Het centraal stellen van het verhaal van het gezin Van Reede geeft dit historische onderzoek een persoonlijke invalshoek. Het is te prijzen dat Panhuysen hiervoor literaire middelen inzet, die we vooral kennen uit al dan niet gefingeerde brievenromans. Maar deze methode draagt ook het risico van onwetenschappelijkheid in zich en wekt niet zelden irritatie op.
Zo pakt Panhuysens neiging tot psychologiseren, niet altijd even geweldig uit. Zolang de auteur van ‘Rampjaar’ zich aan de feiten houdt, gaat het goed. Maar gedurende de perioden dat de familie Van Reede geen brieven schreef, slaat Panhuysen aan het speculeren. Dan schrijft hij met een stelligheid die de historicus niet past over kwesties waar hij niets over kan weten: ‘Ze bevond zich in een doorlopende staat van alarm en ze kon er met niemand over praten. Ze voelde zich moederziel alleen’. Of: ‘In de nacht van woensdag 29 december lag Margaretha onrustig te woelen in haar bed’. Lag Panhuysen dan ook in dat bed? Op de selectieve manier waarop de brieven van de gezinsleden worden ingezet valt ook het een ander aan te merken. Panhuysen citeert er veel te weinig uit. In het beste geval haalt hij slechts een of twee korte zinnetjes aan.
Duidelijk is dat deze historicus geen Huizinga is. Zijn stijl is lang niet zo plastischlevendig, zijn verhaal niet zo spannend en zijn boek niet zo suggestief als bijvoorbeeld Herfsttij der Middeleeuwen. De beschrijvingen van veldslagen zijn nogal bleek en sommige metaforen (‘De prins was zo groen als gras’) zijn clichés. Maar als het gaat over politieke intriges, de spanningen tussen prins en regenten, het leven aan het hof en de beschrijving van de internationale situatie, dan levert dat zeer lezenswaardig proza op. Wil je dat in de ruimte plaatsen, dan heb je echter vervolgens niets aan de kaarten in het boek. Daar laat de boekverzorging te wensen over: ze zijn amper te begrijpen.
Het einde van de Hollandse Oorlog waaraan het Rampjaar zijn naam dankt, kwam pas in 1678 toen in Nijmegen een vredesverdrag tussen de Republiek en Frankrijk werd ondertekend. Er was geen winnaar en geen verliezer. Beide partijen waren gelukkig dat aan de uitputtingsslag een einde was gekomen. Moe maar gelukkig is ook de lezer aan het einde van Rampjaar 1672, dat leest als een lang avontuur: soms vermoeiend, vervelend zelfs, maar vaak ook spannend en uiteraard zeer leerzaam.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



