Erwin Mortier
Godenslaap
(2008)
De Bezige Bij
405 pagina's
€ 19,90
ISBN 9789023427780
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
Gevoelloos portret van de oude Gerard Reve
recensie van Avonden op het landgoed. Op reis met Gerard Reve
Ronde cirkels, zwangere rivierdelta's en de syntaxis van de honger
recensie van Godenslaap
Schaduwjuryrapport AKO-Literatuurprijs 2009: Weijts Wint
opiniestuk
andere recensies
WO I als talig strijdtoneel
door Evelien de Boer en Anne-Fleur van der Meer, 5 november 2009
Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury
In zijn vijfde roman laat de Vlaamse prozaïst en dichter Erwin Mortier (1965) ons kennismaken met de ontluisterende maar ook mystieke kant van de Eerste Wereldoorlog. Aan het woord in Godenslaap is de bijna honderdjarige Vlaamse Helena Demont. De dood in de ogen kijkend beschrijft ze in haar schriftjes de beelden van de ‘voorbije akoestieken’ die haar tijdens haar halfslaap bezoeken. Van kinds af aan vult Helena haar schriften om haar voet ‘tussen de deur van het definitieve te wringen’. Het schrijven is voor haar ‘de enige manier om naar de wereld terug te zwijgen’.
Helena is een verbitterde en hautaine vrouw. Ze heeft geen goed woord over voor de nuchterheid van haar, inmiddels gestorven, afstandelijke moeder en haar homoseksuele broer Edgar, die altijd een oogje heeft gehad op haar eigen man. Ook haar overleden dochter wordt genadeloos veroordeeld: ‘Kinderen die voor hun ouders sterven noem ik inhalig’. Alleen haar hulp Rachida kan haar goedkeuring wegdragen. (‘Ik zou de pen in mijn vingers even soepel over het papier willen sturen als zij haar dweil over de tegels – het zachtmoedige gesleep maakt me rustig en strijkt mijn zinnen glad.’)
De wereld waar Helena over schrijft beslaat niet alleen haar persoonlijke geschiedenis, maar ook een belangrijk deel van de Belgische historie: de taalscheiding, de Vlaams-Waalse verdeeldheid (Helena heeft een Franse moeder en een Vlaamse vader) en de impact van de Eerste Wereldoorlog, waarin België dienst deed als strijdtoneel van de Entente en de Centralen. In de zomer van 1914 is Helena bij haar moeders familie in Noord-Frankrijk en zo maakt ze de oorlog mee van dicht bij het geallieerde front.
Helena beschrijft de verschrikkingen van de oorlog (de totalitaire dreiging, de verwoesting van het stadje Ieper, de loopgraven en de ‘lijken in de modder’) met een zekere afstandelijkheid, als een toeschouwer. De oorlog is voor haar – hoe tegenstrijdig ook – een fascinerend schouwspel, ze beschrijft het monster als ‘iets schitterends, de hartslag van een groot gebeuren die in alle dingen klopte’.
Helena reflecteert voortdurend op de manier waarop zij de werkelijkheid om zich heen in woorden moet vatten. Daardoor ontstaan poëticale bezinningen op de kracht en de beperkingen van taal. Helena is onzeker of zij tijdens het schrijven de juiste keuzes maakt. Als ze het karakter van haar moeder wil beschrijven, vraagt ze zich af: ‘Leg ik haar dan vast in lettergrepen, of maken de woorden, die nooit zomaar de onze zijn, in het grote gedrang der dingen een plaats vrij, een welomschreven leegte, waarin hier en nu, haar intrek neemt?’ Met name in het eerste van de uit vijf delen bestaande roman, wordt dit zoeken expliciet verwoord, alsmede het gevoel van onvermogen dat daar voor Helena onlosmakelijk mee verbonden is.
Helena’s confrontaties met de grenzen van de taal staan in schril contrast met de wereld aan talige mogelijkheden die Mortier weet te openen. Door zijn wervelende stijl vol metaforiek en gelaagdheid, verdient elke zin het om opnieuw gelezen te worden. Mortier weet daarmee op virtuoze wijze zelfs glans te geven aan de gruwelijke realiteiten van de oorlog:
‘Het was zonder meer een vredig tafereel, en een even vredige, melancholieke septemberochtend, en voor de zoveelste keer verwonderde ik me erover hoe snel we, na slechts enkele uren voordien voor de vleugels van het noodlot te hebben geschuild de alledaagsheid als een taai kleed over de kraters en de doden wierpen- en ik weet nog steeds niet of ik zulks een vorm van genade vond, een teken van onverzettelijkheid, of een soort zelfverdoving, de kalmte van een schaap dat in de nabijheid van een roedel wolven te dichtbij om ze te kunnen ontvluchten, een glorieus fatalisme over zich afroept en zijn fatum kalm in de ogen blikt.’
Hartverscheurend is de passage waarin een jong meisje getroffen wordt door een granaatscherf. ‘Ze ziet er ongeschonden uit, Amelie Bonnard, een duur bepoederd popje achtergelaten door een verwend rijkeluiskind, maar als haar moeder het hoofdje optilt trekt ze ontzet haar hand terug [...] en ze brengt niet zozeer een kreet uit, als wel een gekreun dat meer uit haar weefsels en botten lijkt voort te komen dan uit haar borst, alsof in haar lijf al haar pezen en gewrichten in hun hengsels janken.’ Door Mortiers beeldende, kleurrijke schoonschrift, lijkt het alsof het overlijden van het kind alleen niet volstaat, het besef van de dood moet ook nog eens als esthetisch taalkunstwerk voor het voetlicht gebracht worden. Zo is het drama van het stervende meisje, samengebald in een voldoening schenkende sublieme volzin, amper nog na te voelen. Mortier waagt zich in de beschrijving van dergelijk oorlogsgeweld op het randje van obsceniteit en de vraag is uiteraard of het de werkelijkheid recht doet om zoiets afgrijselijks in zulk verleidelijk esthetisch proza te vangen. Maar ook hier refereert Mortier aan het vermogen van taal de geschiedenis te kleuren: het meisje is dood, maar gaat de geschiedenis in als ‘een duur bepoederd popje’ omdat iemand haar zo ervoer en dat opschreef.
Godenslaap is een meesterwerk dat de donkerste jaren van de Belgische geschiedenis blootlegt. Mortier beschrijft hoe een individu zich deze geschiedenis eigen maakt, hoe Helena door middel van taal de erfenis van de oorlog loslaat op de wereld. De geschiedenis is door mensen opgetekend en taal is de schakel tussen de mens en de wereld. Mortier maakt de huiveringwekkende realiteit niet ondergeschikt aan de taal, maar laat beide optimaal tot hun recht komen.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



