Tom Naegels
Beleg
(2009)
Meulenhoff/Manteau
226 pagina's
€ 19.95
ISBN 9789085422198
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
De Standaard
Gazet van Antwerpen
Klara.be
Cutting Edge
De Redactie.be
LekkerLezen.net
Beleg. Of Hoe Tom Naegels uit hetzelfde vaatje tapt
door Bianca Graat, 8 november 2009
Wat is dat toch met blanke mannen en zwarte vrouwen in de Nederlandstalige literatuur? Het thema wordt vaak op dezelfde wijze ingevuld: de unheimische gevoelens van de autochtone man worden telkens weerspiegeld in de problemen van de allochtone buitenstaander, die uiteindelijk dichter bij de samenleving blijkt te staan dan de blanke ‘vervreemdeling’.
Opvallend is het Vlaamse aandeel in deze tendens. Tom Lanoye schreef Het derde huwelijk over een gearrangeerd huwelijk tussen een homoseksueel en Afrikaanse vrouw. Robert Vuijsje is weliswaar geen Vlaamse schrijver, maar zijn – door Nederlandse critici terecht verguisde – Bijlmerroman Alleen maar nette mensen werd in België bekroond met De Gouden Uil. Dan is er nog Tom Naegels die in zijn roman Los uit 2005 het contact tussen een Vlaming en jonge Marokkanen en tevens de problematiek van een interraciaal huwelijk beschrijft. Het succes van dat boek werd onlangs zelfs bekroond met een verfilming. Ook in Naegels’ nieuwste roman Beleg (ook te lezen als ‘Belg’) Of hoe mijn lief mij bedroog met een Masaï, en hoe dat ons huwelijk in gevaar bracht houdt hij vast aan hetzelfde stramien.
Arno Verelst gaat samen met zijn manisch-depressieve vader Leon op een zogenaamde male-bondingtrip. Arno krijgt van diens vrouw de opdracht mee hem niet alleen te laten. Zoals te verwachten, gaat de filantropische Leon al vrijwel direct mee met een Afrikaanse schone en verliest Arno alle grip op hem. Niet veel later zien we vader en zoon op een huwelijksfeest in een shoarmatent ergens in de minder goede buurten van Marseille, waar de ogenschijnlijk rechtschapen Arno een prachtige Masaï oppikt, meeneemt naar een louche hotel en haar daar, enigszins tegen haar zin, want zonder te betalen, neukt.
Pas in deel twee van Beleg lezen we over de Afrikaanse Judith, de verloofde van Arno, die van Suzanna, Leons vrouw, te horen krijgt over Arno’s slippertje: ‘Om de schaamte over haar eigen man te verdragen, smeert ze de mijne iets ergers aan’. Vervolgens lezen we in flashbacks over Judiths ontmoeting met Leon, met Arno, haar bewondering voor en teleurstelling in Waris Dirie (‘whatever happenend to our heroes’), over de Senegalese straatverkoper Driss, die Leon onder zijn hoede nam, en de opname van Leon. In eenentwintig hoofdstukken leert de lezer over de achtergrond van deze atypisch familie in Antwerpen, maar echt boeiend wordt de roman niet.
Naegels probeert met een perspectiefwisseling de roman diepte te geven. Deel één wordt verteld vanuit een personaal perspectief en leek de opmaat te zijn voor een bijzonder vader-zoonverhaal. In deel twee besef je pas dat dit het verhaal is dat Suzanna uit Arno heeft getrokken en vervolgens aan Judith vertelt. Teleurgesteld realiseer je je dat het interessante vader-zoonthema (de schrijver droeg de roman op aan zijn vader) naar de achtergrond is verdwenen. Naegels gaat verder met Judith, met een ik-perspectief, wat ook uit de lange ondertitel blijkt. Hoewel het een interessante keuze is, een verhaal verteld vanuit de allochtone vrouw die haar weg zoekt in Vlaanderen, is het niet altijd even geloofwaardig: ‘en voor klootzakken die hun lul in elk gat steken, is er maar één gat goed genoeg, dat van de timmerman.’ Grappig: vooruit; stilistisch gepast: nee.
Dat Naegels het grotendeels van zijn komisch talent moet hebben, bleek al uit het goed ontvangen Los. In deze nieuwe roman komt de auteur niet verder dan flauwe humor, al heeft hij geweldig materiaal voorhanden. De trotse, vaderlandslievende en manisch-depressieve vader die buitenlanders onder zijn hoede neemt zonder zich ook maar enigszins aan andere culturen te willen aanpassen; zijne saaie, egocentrische zoon die als een masochist liever wegkwijnt in schuld dan dat hij zijn begripvolle verloofde terugneemt; de naïeve Judith die nauwelijks nee durft te zeggen en daardoor in haar ondergoed in een telefooncel belandt. Alles biedt stof voor de meest tragi-komische taferelen, maar het komt niet van de grond. Je proeft de tragiek noch de humor en dat is het ergste wat deze roman kan gebeuren. ‘En toen gebeurde er dus wat er gebeurde. En nu staan we waar we staan.’ Beleg pakt de lezer niet.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



