Arnon Grunberg
Onze oom
(2008)
Lebowksi
639 pagina's
€ 19,90
ISBN 9789048801336
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
recensie van Het aapje dat geluk pakt
recensie van Tirza
Nog steeds kan er gevraagd worden: wie is Arnon Grunberg?
recensie van Omdat ik u begeer
recensie van Tirza
Brievenboek van Grunberg biedt te weinig inhoud
recensie van Omdat ik u begeer
recensie van Onze oom
Een oom die geen cadeautjes meebrengt
recensie van Onze oom
recensie van De heilige Antonio
Schaduwjury: Sievez of Speedboot?
opiniestuk
Schaduwjury: De Gouden Uil volgens De Kritiek
opiniestuk
opiniestuk
Schaduwjury: Los van deze tijd
opiniestuk
Stem nu! De NS Publieksprijs van binnenuit
opiniestuk
Toplijst Ako: weer Grunberg, geen vrouwen
opiniestuk
Tirza op weg naar een Grand Slam? (NS Publieksprijscorrespondentie)
opiniestuk
opiniestuk
Omissies en miskleunen op toplijst AKO Literatuurprijs
opiniestuk
AKO-schaduwjury 2008 van start
opiniestuk
Libris en Gouden Uil 2009: drie schaduwjury's van start
opiniestuk
Schaduwjury: Niet engagement, maar gelaagdheid
opiniestuk
Titanenstrijd om De Gouden Uil
opiniestuk
Een evenwicht tussen persoonlijkheid en techniek
opiniestuk
andere recensies
NRC Handelsblad
Het Parool
Vrij Nederland
HP|De Tijd – Max Pam
8weekly
De Recensent
Cutting Edge
Deadline.nl
Oorlogsroman die gebukt gaat onder repeterende boodschap
door Marjolein Groenewegen, 9 november 2009
Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury
In 2006 ging Arnon Grunberg als verslaggever naar Uruzgan, de meest besproken provincie van Afghanistan. Een week lang was hij daar te gast bij het leger en begeleidde hij vanaf het thuisfront de soldaten bij het schrijven van hun verhalen tijdens literaire trainingskampen. Het is zeer aannemelijk dat Grunberg gedurende zijn bezoek en in zijn rol als begeleider inspiratie heeft opgedaan voor zijn roman Onze oom. Hij schreef al eerder over zijn ervaringen in een driedelige serie in het Cultureel Supplement van het NRC Handelsblad. Een oorlogsroman was hierop een logisch vervolg.
Het verhaal speelt zich af in een fictief Zuid-Amerikaans land dat in de ban is van een burgeroorlog. Het is niet de eerste keer dat Grunberg Latijns Amerika als decor voor zijn proza heeft gekozen. In Het aapje dat geluk pakt (2005) is diplomaat Jean Baptiste Warnke gestationeerd in Lima, Peru. In tegenstelling tot Onze oom is de plaatsbepaling hier zeer specifiek. Alleen omdat er in Onze oom sporadisch sprake is van lama’s en indianen is het duidelijk dat we hier te maken hebben met een Zuid-Amerikaans land. De verwijzingen naar Latijns Amerika zijn echter zo onopvallend dat we kunnen spreken van een universele (burger)oorlog: een groep mensen verzet zich tegen de gevestigde orde en wordt betiteld als ‘terroristen’ en ‘vijanden van de staat’ om het offensief te legitimeren.
Meer dan de helft van de roman is gewijd aan majoor Anthony, een personage dat kenmerkend is voor het werk van Grunberg. Net als Jean Baptiste in Het aapje dat geluk pakt probeert de majoor zichzelf ervan te overtuigen dat hij een gelukkige relatie heeft met zijn vrouw, Paloma. Om dit geluk te bezegelen neemt hij voor zijn kinderloze echtgenote het meisje Lina Siñani Huanca mee, nadat haar ouders zijn vermoord tijdens een van zijn militaire operaties.
Dit besluit blijkt de eerste in een reeks van verkeerde beslissingen te zijn. Paloma weigert de kleine Lina te accepteren als haar eigen kind. Toch blijft de majoor herhalen dat hij juist heeft gehandeld. Hij heeft het meisje immers gered en zijn vrouw zal vanzelf wel van het kind gaan houden.
‘“Jij wilde een kind!” riep hij. “Hier is je kind. Wees blij. Dit is het. Lina is nu van ons.” En hij draaide het meisje een kwartslag, zodat ze met haar gezicht naar Paloma stond. “Voor jou heb ik dit besloten. Voor jou! Omdat je wegkwijnde, dat zei je zelf. Je leven was leeg zonder kind, doelloos en nutteloos. Zonder kind wilde je niet meer leven. Daarom heb ik dit besloten. Eindelijk heb je iets om voor te leven.”’
Storend zijn de vele herhalingen in deze roman. Als repeterende breuken komen woorden en zinsdelen voortdurend terug, zowel binnen als buiten de dialogen. De vlechten van Lina, het zwembad, de zeemeerminnenfontein en de term ‘majoor’ beginnen al snel mateloos te irriteren.
Gelukkig vindt er een verschuiving in het vertelperspectief plaats, waarbij ook de schrijfstijl verandert en de irritante herhalingen verdwijnen. Lina loopt weg om haar ouders te zoeken. Als blijkt dat zij spoorloos verdwenen zijn en er vreemde mensen in haar huis wonen, wordt ze gedwongen tot een zwervend bestaan. Verschillende mensen geven haar advies en reiken haar de hand, die Lina steeds zonder aarzelen vastpakt. Argeloos, ze is immers nog maar een kind, raakt ze verzeild in de wereld van de kinderprostitutie en het verzet.
Centraal in Onze oom staat het geloof, dat door elk personage anders wordt ingevuld. De een gelooft in een goed huwelijk en het leger, de ander in het verzet en de verzetsleider. Lina gelooft voornamelijk in zichzelf en in ‘onze Oom’, een pop in de goudmijn waar zij komt te werken. De Oom waakt over de mijnwerkers in ruil voor offers als drank en sigaretten, want ‘als je hem te eten geeft, is hij goed voor je, maar als je hem niet meer voedt, zal hij je vernietigen’.
Door deze soms contrasterende versies van religie en geloofsbeleving zo nadrukkelijk te presenteren (ook het aanhangen van een ideologie, een leider of een pop wordt als ‘geloof’ voorgesteld) confronteert Grunberg zijn lezers met de dunne lijn tussen goed en kwaad, een lijn die opeens niet meer zo duidelijk is. Want ‘ook aan goedheid kleeft een prijs. Je kunt onze oom niets weigeren. Ook geen mens.’ De boodschap is duidelijk, wellicht iets té duidelijk en doet daarmee afbreuk aan de vaart en leesbaarheid van het verhaal.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



