Jo Willems
Honden
(2009)
Nieuw Amsterdam
318 pagina's
€ 19,90
ISBN 9789046804957
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Trouw en verraad in een zweem van oorlog
door Julia Homoet, 23 november 2009
Andreas Brock is een zestigjarige, vermogende man uit Kern, die zijn dagen slijt met gokken, drinken en zijn pogingen van deze verslavingen af te komen. De tsunami van kerst 2004 is voor hem de aanleiding contact te zoeken met zijn oude zakenpartner en vriend, Eddie Roccaro. Hij besluit hem op te zoeken in Colombo, waar zij twintig jaar geleden samen succesvol opereerden in de Sri Lankaanse onderwereld.
In de tweede roman van Jo Willems (1954) – behalve romanschrijver tevens onafhankelijk operaproducent en schrijver van libretto’s en toneelteksten – maken we kennis met Brock, die de corrupte politiechef Roccaro voor het eerst eind jaren tachtig in Sri Lanka ontmoet en zich laat verleiden mee te werken aan kinderprostitutie. Dit gebeurt onder de dekmantel van de organisatie ‘God en Gezin’, die kinderen uit arme dorpen werft om hen vervolgens ‘een goed leven’ te bieden in de grote stad. Eén van deze kinderen is de dertienjarige Kusama, op wie Brock op slag verliefd wordt. Brock en Kusama hebben een dubbelzinnige relatie, waarin ze tegelijk ‘pooier–prostituee’ en ‘beschermheer–kind’ zijn. Het tweede aspect heeft echter de overhand; het meisje voelt zich veilig bij Brock, juist omdat hij de enige man is bij wie ze kind kan zijn.
Twintig jaar later ontmoet hij bij zijn terugkomst in Sri Lanka Kusama opnieuw en bloeit zijn liefde direct en in dezelfde hevigheid op. Willems beschrijft hun relatie als die van prins Siegfried en Odette in Het zwanenmeer: de twee beleven tussen zonsondergang en zonsopgang passievolle nachten met elkaar, maar zodra de dag aanbreekt verandert Kusama als een ware Odette in de prostituee die ze overdag is. In deze uren verdwijnt ze uit het zicht van Brock en is ze in Roccaro’s bezit. Dit frustreert Brock, die volledig opgaat in zijn liefde voor Kusama en het liefst direct met haar naar Kern zou vertrekken. Brock voelt zich gevangen: enerzijds wil hij Kusama ‘redden’ en zich niet door Roccaro laten meeslepen in diens illegale praktijken, anderzijds wil hij trouw blijven aan zijn vriend.
De dubieuze vriendschap tussen Brock en Roccaro staat centraal in dit boek. Opvallend zijn hun gesprekken, die dikwijls het verloop hebben van een gevecht:
‘De twee mannen hadden nog geen drie zinnen gewisseld of ze bevonden zich al in een boksring. Ze dansten om elkaar heen en tastten elkaar af. Maar Brock was niet echt in voor een sparringpartijtje verbaal kinhaken. Lusteloos hing hij in de touwen en beantwoordde de plaagstootjes van zijn maat met een verstoorde blik.’
In de loop van het boek is Brock steeds minder zeker van Roccaro’s bedoelingen tegenover hem en bekruipt hem het gevoel dat hun relatie niet op sympathie, maar op wederzijds nut of machtsvertoon gebaseerd is. De breekbare aard van hun vriendschap komt goed naar voren in hun bedrieglijke gesprekken, waarin geen van beiden zegt wat hij denkt:
‘“Hoe is het met mevrouw Roccaro?”
De vraag had de uitwerking moeten hebben van een leverstoot, Roccaro had naar adem moeten snakken omdat hem onmiskenbaar te verstaan werd gegeven dat hij, Brock, nog lang geen Viking op retour was. Maar blijkbaar was de uitval in de lucht gemikt en niet precies onder of op de negende en tiende rib geplaatst. Eddie knipperde niet eens met zijn ogen.
“Is dat zo geestig?”
Brock veegde de grijns van zijn gezicht en deed of er niets aan de hand was.’
Honden bevat ook een politiek element: het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de burgeroorlog tussen de Tamils en de Sinhalesen, die al sinds 1983 woedt. De oorlog treedt in dit boek nergens op de voorgrond, maar sijpelt telkens het verhaal binnen, bijvoorbeeld in het project van ‘God en Gezin’, dat slechts kan bestaan dankzij de armoede van de oorlog, of in de afwijzende manier waarop over de Tamils wordt gesproken. Juist omdat het verhaal zich grotendeels afspeelt in luxe resorts waar Brock en Roccaro hun zaken doen, wordt de kloof tussen arm en rijk, die door de oorlog is vergroot, pijnlijk zichtbaar. Exemplarisch hierbij is de Sinhalese hotelknecht Nimal, die zijn hele leven als moderne slaaf voor Roccaro moet werken, maar zichzelf evenwel gelukkig prijst. In vergelijking met veel andere Sinhalesen heeft hij het niet slecht.
In zijn beschrijvingen van de gebeurtenissen in Sri Lanka maakt Willems veelvuldig gebruik van beeldspraak (‘Een zachte zeebries speelde als een jong katje met de lichtgele tafelkleedjes en hoog in hun toppen flapperden de palmbomen bijna knikkebollerig met hun bladeren’). Hij legt vooral talrijke parallellen tussen mensen en honden. De titel van het boek verscherpt de aandacht voor deze parallellen. Enkele van deze vergelijkingen staan in dienst van het verhaal; zij benadrukken bijvoorbeeld de slaafse positie van de Sinhalesen:
‘Ze hebben het karakter en begripsvermogen van honden, dacht Brock […] Laf zijn ze, en liever lui. Zonder de strenge hand van de meester alleen maar in staat tot zinloos blaffen en voortplanten!’
In andere gevallen is de functie van de beeldspraak minder evident, zoals wanneer Brock de geur van zijn chauffeur vergelijkt met de geur van ‘natte, bange kennelhond’. Deze vergelijking lijkt eerder bedoeld om ons nog eens te attenderen op het hondenmotief in dit boek, dan dat het de beschrijving van de situatie daadwerkelijk versterkt. De gekozen literaire middelen pakken dan ook niet overal even goed uit. Niettemin weet Willems in Honden de gevaren van een vriendschap tussen twee mannen in een land van oorlog en armoede op subtiele wijze weer te geven.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



