Tomas Lieske
Een ijzersterke jeugd
(2009)
Querido
123 pagina's
€ 14,95
ISBN 9789021435305
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
Een luchtschip in bonte kleuren
recensie van Dünya
recensie van Dünya
recensie van Mijn soevereine liefde
Een geweer voor blikjes poedermelk
recensie van Dünya
De sublieme totalitaire dreiging
recensie van Een ijzersterke jeugd
Volwassen man verdwaalt in zijn verleden
recensie van Alles kantelt
AKO-schaduwjury 2008 van start
opiniestuk
Aan mijn doodsbed geen cynisme
opiniestuk
opiniestuk
AKO schaduwjury 2011: Brouwers de beste
opiniestuk
andere recensies
de Volkskrant
Het Parool
8weekly
Leeuwarder Courant – Coen Peppelenbos
Lust met een nationaalsocialistisch tintje
door Evelien de Boer, 24 november 2009
In de novelle Een ijzersterke jeugd zet Tomas Lieske (1943) een opmerkelijke vertelling neer over Lodron – een fictief bergdorpje in Midden-Europa. De vermissing van de burgemeesterszoon kondigt onraad aan: er komt een delegatie van ‘de partij’, die de vermissingszaak in behandeling zal gaan nemen.
Evenals Lieskes eerdere romans Franklin (2000) en Dünya (2007), vangt Een ijzersterke jeugd aan met een hoofdstuk waarin een voorgeschiedenis verteld wordt. In dit gemoedelijke begin beschrijft ene dr. S. hoe hij bij ‘de partij’ terecht gekomen is en hoe hij en drie van zijn kompanen (dr. Bril, dr. Snor en dr. Golfslag) op weg gaan naar Lodron om het vermiste kind van de burgemeester op te sporen. De intrede van geüniformeerde partijleden die gepaard gaat met leuzen als ‘Van vreemde smetten vrij. Wie niet voor ons is, is tegen ons’, doet vermoeden dat het verhaal zich afspeelt tegen een nationaalsocialistische achtergrond. Dr. S. rept in zijn aantekeningen over het inventariseren van vreemdelingen en zwakken en het aanpakken van de losbandige en verdorven jeugd: ‘Incestueuze, rasonzuivere, arm met rijk, intelligent met achterlijk. Er lopen geestelijk gehandicapten rond. Zieken. [...] Het is godgeklaagd.’
Een parallel verhaal wordt verteld vanuit de in Lodron opgegroeide Augustine – een blonde, ongeremde en vrijgevochten tiener. Vanwege haar slechte reputatie is zij door haar dorpsgenoten aangewezen als dienstmeid van ‘de partij’. In haar dagboek, dat ze tijdens het verblijf bij de vier heren bijhoudt, beschrijft zij het doen en laten van de jeugd in het dorp. Ze vertelt over het meer, waar de kinderen van Lodron bijeenkomen en waar niemand op hen let. Hier zwemmen ze naakt, lachen om elkaars gebreken en honen de zwakken en buitenstaanders weg.
Gaandeweg wordt duidelijk dat het zoeken naar de burgemeesterszoon niet de enige missie van ‘de partij’ is; ‘het zo volledig mogelijk registreren, van de totale bevolking en van de vreemdelingen’ staat mogelijk nog hoger op hun agenda. De heren nemen Augustine mee het dorp in waar zij over elk huishouden dient te vertellen wat zij weet. Door haar spionagepraktijken wordt Augustine door de inwoners gezien als een collaborateur. Haar dagboek – dat de heren al gauw ontdekken – wordt gebruikt om de bevolking in kaart te brengen en de anarchie in Lodron te bestrijden. Ook blijkt uit haar geschreven confidenties dat Augustine meer met de verdwijning van het kind te maken heeft dan ze doet voorkomen.
De lustgevoelens die dr. S. verteren, nemen buitenproportionele vormen aan. Niet alleen onderwerpt hij zijn werk aan zijn begeerte (‘een correct register is als pornografie’); ook Augustine moet er aan geloven. Hij wil haar bezitten en haar aan zijn ‘huisraad’ toevoegen. Ondanks het feit dat de rebelse Augustine in veel opzichten lijkt op het soort mensen dat dr. S. verafschuwt, maakt een blind verlangen zich van hem meester: ‘... je openingen behoren aan ons, je ingewanden behoren aan ons vaderland, je lichaam behoort aan iemand die van ons volk is.’ Geleidelijk komt ook de ware aard van Augustine bovendrijven. Zij ontpopt zich tot een uitdagende, door lust bezeten jongedame, die haar seksualiteit niet onder stoelen of banken steekt.
Lieske maakt het de vier heren wel heel gemakkelijk: ze maken aanvankelijk weinig aanstalten om een grootscheeps onderzoek te verrichten, Augustine wordt hun in de schoot geworpen en het kost ze vervolgens weinig moeite haar onthullende geschriften te vinden en de zaak op te lossen. De verdwijning van de burgemeesterszoon lijkt hierdoor een ondergeschikte verhaallijn te zijn. Ook missen de alom aanwezige vreemdelingenhaat en het patriottisme van dr. S. en zijn collega’s een wezenlijk doel in het verhaal, dat vooral drijft op de onbedwingbare lust.
Hoewel de perspectiefwisseling tussen Augustine en dr. S. bijdraagt aan de grimmige sfeer, levert deze constructie een aantal problemen op die je het zicht op de vertelling ontnemen. Al in zijn eerste aantekeningen refereert dr. S. aan zijn collega’s met dezelfde bijnamen die Augustine de heren in haar dagboek geeft, terwijl hij dit pas later onder ogen krijgt. Gezien de inhoud van de aantekeningen van dr. S. is het echter niet aannemelijk dat hij deze pas in een later stadium geschreven heeft. Daarnaast wordt het dagboek van Augustine door dr. S. bewerkt weergegeven en de vraag is in hoeverre haar woorden nog als authentiek beschouwd kunnen worden. De functie van dit mogelijk onbetrouwbare perspectief is onduidelijk, vooral omdat niet helder is of er hier sprake is van een bewust misleidende verteller, of van onzorgvuldigheid van de schrijver.
Verwarrend, maar tegelijkertijd ook beangstigend, is het contrast tussen schijn en werkelijkheid. Zo typeert dr. S. zichzelf meerdere malen als een ‘aimabel man’, terwijl hij zich gedraagt als een bruut; Augustine veinst een sterke persoonlijkheid, maar wordt intussen gekweld door angst voor haar duistere, ongrijpbare driften.
In Een ijzersterke jeugd dienen grote thema’s als totalitarisme en vreemdelingenhaat slechts als dekmantel voor de pijnlijke waarheid dat elk mens, verblind door lust, tot onmenselijkheid in staat is. Het is de lust die de ogenschijnlijk tegengestelde karakters van dr. S. en Augustine verbindt, maar Lieske bewandelt te veel zijpaden om dit begrip te concretiseren. Desondanks creëren het onheilspellende karakter van de novelle, het voortdurend op het verkeerde been zetten van de lezer en de daarmee gepaard gaande ongrijpbare sfeer een subtiele spanning waardoor een Een ijzersterke jeugd lang blijft nagalmen.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



