Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Verhalen over afstand en verlangen

door Mieke van Zonneveld, 8 februari 2010

Eenzaamheid is een gebrek aan wezenlijk contact. We kunnen er last van hebben als we alleen zijn, misschien nog meer in gezelschap van mensen die merkbaar belangstelling veinzen. In Deze eenzame wereld voert Jan Wijnen (1943) personages op die allemaal op hun eigen manier eenzaam zijn. Er is de beginnende student, de jongen die door zijn ouders verlaten is, de pensioengerechtigde leraar die lijdt aan kanker en de oude man die allang niet meer deelneemt aan de maatschappij en teert op vooroordelen. In de vorm van elf korte verhalen schrijft Wijnen over verlatenheid, afstand en onvervulbaar verlangen.

In het eerste verhaal, ‘Zonsverduistering’, maken we kennis met Charlie, een jonge vrouw die met Stein, een klasgenoot van haar broertje, de eclips gaat bekijken. Liggend in haar tent spreekt Charlie haar vriend, die al drie maanden op reis is, in gedachten toe: ‘Ik kom er steeds meer achter dat ik niemand nodig heb. Of misschien wel maar daar zorg ik dan zelf wel voor.’ Intussen ligt Stein zich in zijn eigen slaapzak af te vragen of de halfnaakte vrouw naast hem wel weet dat hij ‘al dertien’ is. Kennelijk niet, want ze noemt hem ‘haar neefje’ of ‘wijsneus’ en helpt hem zijn hemd uittrekken. Pas als de zonsverduistering plaatsvindt, belanden ze per ongeluk even in elkaars armen, maar zodra het weer licht wordt, laat ze hem los:


‘De hele terugreis zegt hij niets. Zij ook niet veel.’

Dankzij het auctoriale vertellerperspectief komen van beide personages de gedachten aan de orde, zodat je je als lezer voortdurend bewust bent van de discrepantie tussen dat wat gezegd en dat wat heimelijk gevoeld wordt. De spanning die daaruit voortvloeit, maakt ‘Zonsverduistering’ tot een sterk openingsverhaal.
Charlie is eenzaam want min of meer verlaten door haar vriend, Stein vereenzaamt door zijn onrealiseerbaar verlangen. Even lijkt het mogelijk dat ze bij elkaar iets vinden, maar de onbeholpen poging tot toenadering eindigt in hernieuwde en nog grotere afstand. De eenzaamheid laat zich niet verdrijven.

De hardnekkigheid van de eenzaamheid blijkt ook uit andere verhalen in de bundel. Zo voert Wijnen in ‘Toch liever België’ een student op die meelift met ene Hugo, een joviale man. Nadat Hugo het levensverhaal van de jongen heeft aangehoord, verzucht hij: ‘Net achttien en dan al zo eenzaam!’ Gelukkig, denk je als lezer, eindelijk iemand die naar hem wil luisteren. Maar dan begint Hugo ineens over seks en rijdt een donkere straat in…

Een personage dat in maar liefst drie verhalen de hoofdrol speelt is Koen: een jongen van vijftien wiens moeder in een inrichting is opgenomen en wiens vader zijn gezin in de steek heeft gelaten voor een andere vrouw. Koen woont alleen in het grote huis, gaat niet meer naar school en heeft eigenlijk niemand. Pijnlijk is het verhaal ‘Bakje troost’, waarin Koen bij zijn oude oom en tante op bezoek gaat. Zijn tante verwelkomt hem hartelijk:

‘Kom binnen, jongen. Wat ben jij groot geworden! Je komt natuurlijk voor ome Kees. Wat zal hij dat fijn vinden!’

Ome Kees is een mopperpot die geheel in beslag is genomen door zijn eigen ellende, en de tante zelf is nogal vergeetachtig. Het is duidelijk dat Koen hier geen troost zal vinden. Des te ironischer het hartelijke aanbod van de tante:

‘Ik was net koffie aan het zetten. Je zult wel toe zijn aan een bakje troost.’

Het leed van Koen is invoelbaar. Dat kan van veel personages in de andere verhalen niet gezegd worden. Ook de gekken in het verhaal ‘De Buitenbisschop’ zijn eenzaam, maar Wijnen schrijft hier veel minder ernstig. Joris, een van de bewoners van het gekkenhuis, is ervan overtuigd dat hij ‘de tweelingbroer van de Zoon van God’ is en Wijnen schrijft spottend:


‘Niet origineel, toegegeven, maar je hebt het niet voor het zeggen wie je bent. Zelf weet hij het ook nog niet zo lang (…)’.

De Buitenbisschop is de enige die Joris gelooft, die het daardoor onomstotelijk bewezen acht dat de bisschop de waarheid in pacht heeft. Maar juist deze bisschop draait zijn vermeende vriend uiteindelijk een loer en wel omdat ze allebei een oogje hebben op Maria Magdalena. Ook hier is dus geen sprake van een diepgaande vriendschap. De eenzaamheid blijft.

Wijnen heeft het eenzaamheidsmotief over het algemeen knap uitgewerkt. De verhalen waarin hij gebruikmaakt van een ik-verteller zijn wat zwakker, zoals ‘Een mountainbike met bagagedrager’. De hoofdpersoon, een bejaarde man, flapt er aan de lopende band vooroordelen uit, maar schijnt zelf ook niet te weten hoe hij echt over moeilijke kwesties denkt. Zijn gesprekspartner, zo zegt de man, ‘weet nooit of ik het meen of niet. Ik ook niet, dus dat zit wel goed.’
We hebben allemaal vooroordelen maar deze figuur lijkt uit niets anders te bestaan, wat zijn geloofwaardigheid niet ten goede komt. Wat een verschil met Koen, die je voor je kunt zien zitten naast het bed van zijn klagende oom met een bitter bakje troost. Het sterke personage van Koen zorgt er, samen met het mooie openingsverhaal, voor dat Deze eenzame wereld het lezen meer dan waard is!

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.