Henk Rijks
De kostwinner
(2010)
Contact
315 pagina's
€ 19.95
ISBN 9789025434403
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Tegen welke prijs?
door Lies Journée, 22 mei 2010
Dat de wereld van de hard drugs in de Nederlandse maatschappij geen ver-van-ons-bed-show is, behoeft geen uitleg. Maar wanneer er 600 kilo cocaïne in je tuin blijkt te staan, komt die wereld ineens wel erg dichtbij. Een ondenkbaar idee, dat werkelijkheid wordt voor Tonk van Lexmond, hoofdpersoon uit het romandebuut van Henk Rijks, De kostwinner.
Middertiger Tonk van Lexmond heeft het allemaal: een riant salaris, een woning in het Amsterdamse Oud-Zuid en een gezinnetje dat zo op het omslag van een postordercatalogus zou kunnen prijken. Op de schaal van een ideaal-en-geslaagd-leven zou menigeen hem hoog waarderen.
Dit succes en ogenschijnlijke geluk is echter een grote façade. Tonk zit gevangen in een gezapig gezinsleven. Al ziet zijn vrouw ziet er nog goed uit na de bevalling en is de tweeling om op te eten, er is in feite sprake van een liefdeloos Ikea-huwelijk waaruit twee verwende blagen zijn voortgekomen. Ach, zolang Tonk geld in het laatje brengt, hoort hij hen niet klagen.
Maar dan wordt hij plotseling ontslagen: weg is de financiële onafhankelijkheid. De hypotheek van hun zojuist gekochte riante villa in een dure Amsterdamse buitenwijk valt niet meer op te brengen, rekeningen stapelen zich op. Zijn vrouw Saskia is des duivels, en Tonks zelfvertrouwen loopt een gigantische deuk op: hij is aan het verworden tot de loser van het statusgeile en materialistische milieu waar hij zich al zijn hele leven in bevindt. Daar wordt men immers gewaardeerd zijn financiële vermogen.
Maandenlang zit Tonk werkeloos thuis, tot grote ergernis van zijn vrouw. Hij voelt zich zo opgeslokt door de gezinsverplichtingen en verwijten van Saskia, dat hij besluit om de verhuiscontainer die nog steeds in de tuin staat om te toveren tot een eigen werkplaats, maar vooral een eigen plek. Tijdens de verbouwing van de container doet hij een grote ontdekking: in de wand zit een berg onversneden cocaïne verstopt. Tonk ziet eurotekens voor zijn ogen dansen: hij gaat weer rijk worden!
De bedrijfseconoom in Tonk ontwaakt. Hij schrijft een businessplan, en de zaken beginnen al spoedig soepel te lopen. Binnen korte tijd verwerft Tonk een belangrijke status als cokevoorziener binnen de hoogste kringen van zakelijk, politiek en cultureel Amsterdam.
Het is Henk Rijks verbazend goed gelukt om een geslaagd beeld neer te zetten van een wereld waarin alles om geld en aanzien draait. Je ogen struikelen over merknamen en dure winkels. De koopzieke Saskia wordt milder wanneer het geld weer binnenstroomt en zij haar schoenencollectie weer aan kan vullen. Ook Tonk, die afgeeft op de materialistische dwangmatigheid wanneer hij zelf geen cent te makken heeft, koopt zich een slag in de rondte wanneer zijn zakken weer gevuld zijn. Meneer en mevrouw Van Lexmond willen er uiteindelijk gewoon bij horen, en doen maar wat graag mee aan het exploiteren van hun eigen rijkdom.
Een grote verdienste van de schrijver is dat hij de emotie van Tonk heel overtuigend weet te brengen. Enerzijds wekt Tonk medelijden door de situatie waarin hij verkeert, hij lijkt niet meer te zijn dan de kostwinner in een huishouden waar zijn vrouw de broek aan heeft. Hij lijkt zich te hebben neergelegd bij de suffe voorspelbaarheid waar zijn leven aan onderhevig ligt. Als het gezin van Lexmond op een vroege zondagochtend op weg is naar het zwembad:
‘Natuurlijk was het niet mijn idee geweest om hiernaartoe te gaan. Saskia, mijn vrouw, had in een of ander opvoedtijdschrift gelezen dat zwemmen zo goed was voor de motoriek van “je kindje”. De tweeling was zoals gewoonlijk al om zes uur wakker, dus wie was ik om dwars te gaan liggen? Wilde ik soms ook niet het beste voor de kinderen?’De goudmijn aan cocaïne biedt Tonk de kans om de gezapigheid vaarwel te zeggen en een nieuwe richting in te slaan. Geld en spanning zijn doorslaggevender dan de risico’s waaraan hij zich en zijn gezin blootstelt. Want de man is zo afgestompt door zijn omgeving en onverschillig ten aanzien van zijn vrouw en kinderen, dat hij geen echte emoties meer kan tonen als het om hen gaat. ‘Rijkdom waarborgt ultiem geluk.’ Een zeer egoïstisch uitgangspunt, maar het gekke is: je gunt het hem van harte. Ook al hebben we te maken met een crimineel in de dop die zijn onvermijdelijke ondergang tegemoet gaat, Rijks maakt het aannemelijk dat Tonk slechts slachtoffer is van ‘de loop der dingen’. Deze twee uitersten zijn succesvol met elkaar vervlochten. Naast een zeer vlot geschreven verhaal met zeer modern vocabulaire, is De kostwinner een zeer komische roman geworden. De lezer sluit regelmatig op hilarische scènes waaruit alle subtiliteit verdwenen is en Tonks sarcasme de boventoon voert:
[…]
Toen ik klaar was met kwartier maken, slenterde ik langs de rand van het grote bad. Bij het diepe dook ik het koude water in, en trok een haastig baantje om op temperatuur te komen. Vanuit het bad speurde ik naar mijn gezin, dat verderop in een pislauw kinderbadje rondspetterde. Het was nog niet zolang geleden dat Saskia en ik op zondagmorgen tegen elkaar aan lagen. Wat deden we eigenlijk op zondag, voordat we kinderen hadden? Geen idee, het leek een leven geleden.’
‘Toen ik even later de slaapkamer binnen kwam trof ik Saskia op bed aan. Ze was naakt. Op het nachtkastje brandden drie rode waxinelichtjes en daarnaast kringelde wierook uit een aardewerken houdertje. De kaarsjes produceerden net voldoende licht zodat ik kon zien wat ze zichzelf aangedaan had. Een full Brazilian, er zat geen streepje haar meer op, ’t was zo kaal, tja, zo kaal als een wat?
[…]
In een poging verleidelijk te doen, spreidde ze haar benen.
“Kom,” zei ze. “Kom hier, Tonk.”
En zo, van anderhalve meter afstand, leek haar kale, uitpuilende geval nog het meest op een tandeloze versie van die scheve waffel van Willeke Alberti. De zoete wierooklucht en het gelige strijklicht deden de rest. Als ik het had gekund, dan had ik het wel gedaan, echt…’
Het gevaar van materialistische instelling is de behoefte alleen maar méér te willen. Het is een aaneenschakeling van kortstondige bevredigingen die al snel weer in verveling verzanden. Henk Rijks heeft een zeer vermakelijk, bij vlagen ontroerend portret neergezet van een man die niet meer weet wat hem écht gelukkig kan maken. Niet liefde, maar geld maakt blind.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

(4/5)


