Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Geslaagde waanzin in een onzinnig zelfhulpboek

door Linda Ackermans, 4 augustus 2010

‘Als je in een wereld als deze jezelf niet helpt, wie zal het dan in jouw plaats doen?’ Dat is de achterliggende gedachte van Vincent de Wimper wanneer hij besluit een zelfhulpboek te schrijven. Dat zelfhulpboek is hard nodig, want Vincent, hoofdpersoon in het achtste boek van Christophe Vekeman, heeft het zwaar. Hij voelt zich bedrogen door de liefde, de maatschappij, de mensen en eigenlijk gewoon door het leven zelf. En dus zoekt hij afleiding, die hij op de meest wonderbaarlijke manieren vindt.

Geneeslijk ziek zijn, niet naar de wasserette gaan, de tijd doden, niet praten tegen je psycholoog, maar juist wel feesten met je buurman: het zijn allemaal manieren om de dag door te komen. Voor elke manier is er in 49 manieren om de dag door te komen één hoofdstuk. Via Vincents adviezen aan zichzelf – hij spreekt zichzelf toe in de jij-vorm – leert de lezer hem kennen. Sinds zijn relatie met Patty tien maanden geleden op de klippen liep, brengt Vincent zijn dagen in ledigheid door. Zij ging ervandoor met een andere vent en dat maakt hem tot ‘de man overboord’, die rare fratsen uithaalt:

‘Het door een turkooizen plastic rand omgeven badkamerspiegeltje drong je vanochtend de nogal ontstellende suggestie op dat je eergisteravond werkelijk een poging ondernomen hebt om met de rand van de gloeiende pan niets meer of minder dan de letter “P” in je schouder te branden, en de kans lijkt je behoorlijk klein dat het eenvoudigweg de “P” van “Pan” betrof.’

Vincent heeft gelukkig zelfspot. Hij is niet alleen goed in het verzinnen van manieren om de dag door te komen, maar ook in het zoeken van afleiding. Van zijn liefdesverdriet of, sterker nog, van zijn ongeloof in het goede van het leven. Die afleiding vindt Vincent in fantasieën over de zangeres Duffy, het maken van denkbeeldige reizen naar Texas, het rouwen om zijn vermeend gestorven maar eigenlijk nog springlevende vader, het lastigvallen van kassameisjes in de supermarkt (‘de Carrefourhoeren’), of het schrijven van brieven aan wijlen zijn onzichtbare hondje Maxi. Vincents leven is één grote, bizarre gedachtegang vol humoristische gebeurtenissen die in hun geestigheid juist de waanzin ervan onderstrepen. Vincent vraagt zijn buurman bij het weggaan bijvoorbeeld voorzichtig te zijn met de deur, zodat onzichtbare Maxi er niet tussenkomt. Vervolgens doet hij een poging zijn denkbeeldige hond op te voeden:

‘Je bukt je om het bot van Maxi op te rapen, neemt het tussen duim en wijsvinger en steekt het met grote ogen de hoogte in om het hem te tonen, je doet hem voor hoe het moet. Je gaat langzaam zitten op handen en knieën en klemt er je tanden omheen.’

Vekeman is erin geslaagd 49 hoofdstukken vol geweldige onzin te schrijven rondom een minimalistisch plot. Dat dat een compliment en geen bezwaar is is te danken aan de gehanteerde vorm en verteltechniek. De hoofdstukken in 49 manieren om de dag door te komen kunnen gelezen worden als op zichzelf staande verhalen, maar ze ontlenen hun kracht aan de verwijzingen naar eerdere scènes. Een zin als ‘You got me begging you for mercy’ is alleen grappig als je Vincents fascinatie voor de zangeres Duffy kent. De scènes worden zo op rake wijze met elkaar verweven.

De verteltechniek en het –perspectief zijn zeldzaam: de roman is geschreven in de weinig gebruikte jij-vorm en in de tegenwoordige tijd, waardoor het boek een lekkere vaart heeft. Je voelt je als lezer verbonden met Vincent, maar blijft als buitenstaander op veilige afstand . Het is duidelijk dat de hoofdpersoon behoorlijk gek is, maar dat je als lezer ver genoeg van hem verwijderd bent om zijn waanzin te kunnen relativeren en om de scherpe, absurde humor te kunnen waarderen.

Door af en toe van perspectief te wisselen, versterkt Vekeman die relativering en waardering. Zo zijn twee van Vincents dagbestedingen ‘Eens kijken wat men in jouw afwezigheid desgevraagd zoal over je vertelt’ en ‘Jezelf niet zijn; je eigen dubbelganger zijn’. Vincent beschouwt zichzelf in die hoofdstukken vanuit andermans ogen of vanuit zijn eigen spiegelbeeld en is dus ineens een ‘hij’. In de brieven aan Maxi wordt juist vanuit het ik-perspectief geschreven. Samengenomen levert dat een fijne, goed doordachte afwisseling op, die nergens verwarrend werkt. Het geeft aan hoe belangrijk de vorm is voor Vekeman en hoe talentvol deze Vlaamse schrijver is in het componeren van een boek.

49 manieren om de dag door te komen is een nieuw topstuk in het oeuvre van Vekeman, die weliswaar nog geen enkele literaire prijs heeft gewonnen, maar wel kan rekenen op goede kritieken. Zelf zei hij daarover in een interview in de ‘Standaard der Letteren’ van 2 april 2010: ‘Intussen heb ik mijn plaatsje wel in de Vlaamse literaire wereld, maar het is wel een outsiderspositie. Heeft dat te maken met bepaalde meningen die een mens ventileert? Heb ik het foute kapsel? Ga ik te vaak met een hoed op de foto?’
Prijs of geen prijs, hoed of geen hoed, de waanzinnige onzin in dit boek is een prima manier om de dag door te komen. Daar heb je geen 48 alternatieven voor nodig.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.