Kees 't Hart
Engelvisje en andere verhalen
(2010)
Querido
252 pagina's
€ 16.95
ISBN 9789021437897
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
recensie van De krokodil van Manhattan
Satire, karikatuur of accurate beschrijving van de werkelijkheid?
recensie van Ter navolging
recensie van De krokodil van Manhattan
Magistraal metatoneelstukje aan het Doornse hof
recensie van De keizer en de astroloog
Historische fictie aan het hof van Doorn
recensie van De keizer en de astroloog
Schaduwjury: Verbazing troef, verwondering wint
opiniestuk
Schaduw Toplijst AKO Literatuurprijs 2009
opiniestuk
Schaduwjuryrapport AKO-Literatuurprijs 2009: Weijts Wint
opiniestuk
Het genot van verlangen en gemis
door Inez van Eijk, 18 september 2010
Het duurt even voor de lezer vat krijgt op de verhalen van Kees ‘t Hart. Beter gezegd op de schrijver zelf, want dat wil je blijkbaar, vooral als de schrijver zo vaak teruggrijpt op eigen belevenissen en er door zijn vrouw gemaakte foto’s zijn opgenomen. Foto’s van de auteur, van straten waar hij woonde, van voorwerpen op zijn zolder. Na een verhaal of wat staak je je pogingen om de auteur in een categorie onder te brengen – en wat maakt het ook eigenlijk uit; een onmiskenbaar eigen toon bindt de diversiteit aan onderwerpen toch wel tot een geheel.
Zijn manier van schrijven ligt dicht bij de journalistiek. Als een verslaggever rapporteert ‘t Hart ontmoetingen en gebeurtenissen – ook als hij ze verzint. Hij is niet uit op fraaie formuleringen en evenmin op ingewikkelde verhaalconstructies of sprongen in de tijd. Zijn lezer betrekt hij quasi terloops bij het verhaal met uitroepen als ‘Moet je die stomme vogel zien!’ ‘Jezus, wat was ik toen een lulletje.’ Alsof je samen in een café zit met een biertje.
Hij schrijft over voetbal, over een knuffelmeisje (Angelfish) van Mark Twain, popmuziek, Vestdijk, Rimbeau als vaandrig in Harderwijk, over jeugdzonden en stayeren achter motoren. Een tikje ironie hier en daar behoedt de verhalen voor geweeklaag over wat was en niet meer is en voor al te veel zelfvertedering.
Als hij bijvoorbeeld Jesse Ventura gaat interviewen, voormalig showworstelaar en later gouverneur van Minnesota is hij net zo onzeker en onder de indruk als toen hij, jongetje van twaalf, een vermaard Duits stayerkampioen vroeg of deze veel Amerikanen had gedood – doelend op de Tweede Wereldoorlog. Een onnozele en pijnlijke vraag, beantwoord met: ‘Du bleibst ein kleiner Junge.’ Later stelt de schrijver vast dat de man natuurlijk ‘du bist ein kleiner Junge’ heeft gezegd. ‘Het is natuurlijk nog waar ook, ik blijf altijd een kleine jongen.’
Een prachtig verhaal waarin ‘waar gebeurd’ naadloos overgaat in verzinsel is ‘De koffiejuffrouw’. De verteller ziet hoe tijdens een voetbalcompetitie trainer Van Marwijk iets zegt tegen een vrouw op de tribune achter hem. Zij moet Mathilde zijn, de vrouw die ‘zelfs beter dan Johan Cruijff’ het verloop van een wedstrijd kan analyseren en eens per twee weken een urenlang overleg heeft met Willem (de achternaam laat zich gemakkelijk raden), de trainer van AZ. ‘En ik weet zeker dat Mathilde in 2014 in Brazilië bij de technische staf zit. En dat we dan wereldkampioen zullen worden.’
Hoewel ‘t Hart met veel plezier en vakmanschap het spel met de werkelijkheid aangaat, bevat Engelvisje ook pure fictie, zoals ‘De windbuks’ en ‘The Train from Kansas City’ over een moeder en dochter op zoek naar wat hen behalve The Shangri-Las nog verder bindt. In ‘Koorzang’ leeft ‘t Hart zich helemaal uit in de bekentenis van een man die bij het luisteren naar vrouwenkoren dermate opgewonden raakt dat hij met harde hand uit kerken en concertzalen moet worden verwijderd. Door quasi-authentieke feiten te vermelden wekt ‘t Hart ook hier de schijn dat het om een geheime zonde van hemzelf zou gaan.
Die kleine jongen, die hij zegt te zijn gebleven, is toch maar mooi in staat kleine gebeurtenissen, waar gebeurd of niet, uit te lichten en met verve in tijd en ruimte te plaatsen. Zoals in een van zijn beste verhalen, ‘De stem van Heinz Jakobi’. Hierin herinnert hij zich hoe zijn vader hem in de jaren vijftig-zestig van de vorige eeuw meenam naar het Steile Wandrijden en stayerwedstrijden.
‘Als zo’n motor startte verging je horen en zien. Het gedaver was tot in Duitsland te horen, rookwolken stegen op boven het Goffertstadion en daar begonnen ze hun rondjes! [...] Ooit zal ik over het starten en het rondrazen van de grote motoren een lang episch gedicht schrijven waarvan de honden geen brood lusten.’
Afgesproken! We zien ernaar uit.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

(4/5)


