Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Terug naar de natuur

door Inez van Eijk, 7 oktober 2010

Een vrouw trekt zich terug op het platteland van Wales, in een ruig en schaars bewoond gebied met moerassige paden, draaihekken, poeltjes, oeroude bomen bedekt met lichtgrijs, ruw mos: ‘Het was er vaak grauw, de zee was niet ver weg.’ Lezers van de columns van Gerbrand Bakker in De Groene Amsterdammer herkennen ongetwijfeld plaatsnamen als Caernarfon, Bangor, Waunfawr, Mount Snowdon. Zoals zijn beschrijving van het landschap je tenen doen jeuken – waar zijn mijn wandelschoenen? – zo bekruipt je de zin om in dat huis te bivakkeren: ‘Heel langzaam daalde het land en alle ramen gaven uitzicht naar omlaag.’ Dit en de herfstige atmosfeer zouden De omweg weleens tot een boek kunnen maken om je in te verliezen. En bovendien, zo vaak gebeurt het niet dat een mannelijk auteur overtuigend een vrouwelijke hoofdpersoon neerzet. Dat Bakker zo’n waagstuk aangaat maakt op zichzelf al nieuwsgierig.

De vrouw, haar naam duikt pas op tegen het eind, is hals over kop uit Amsterdam vertrokken om spoorloos te verdwijnen, weg van haar man en haar werk aan de universiteit. Haar mobiel heeft ze met opzet op de boot naar Hull laten liggen. Waarom?

Kruimel voor kruimel laat Bakker informatie los. Zowel om, als Klein Duimpje, de weg terug te vinden – hoe is het zo gekomen? – als om de spanning – waar gaat dit heen? Er is iets met een oom: ‘Ze bewoonde dit huis zoals hij in die vijver gestaan had.’ Ze slikt handenvol pijnstillers; zwanger of ziek, ze wil die ‘vijand’ niet onder ogen zien. Ook de natuur is haar niet welgezind, als ze argeloos in de zon ligt bijt een das in haar voet. Ze maakt wandelingen, richt het huis in, gaat in de tuin aan de slag, rookt, drinkt, smeert een boterham, maar wie ís ze nou?

Ze zoekt vereenzelvigiging met Emily Dickinson over wie ze een proefschrift wilde schrijven. De citaten uit dat oeuvre zijn bedoeld als verwijzingen, kennelijk naar een op til zijnde ‘rustieke begrafenis’, maar dragen weinig bij.

Zo Bakker de spanning er al inhoudt met kruimpjes, af en toe laat hij een hele boterham vallen. In de vorm van de jonge Welshe god die haar leven binnenrolt, of de tien ganzen die stuk voor stuk worden opgevreten door een vos of een wolf, zoals zij wordt aangetast door haar ziekte. Maar om nu haar echtgenoot een gebroken voet te bezorgen, zodat hij met de klomp gips nog machtelozer en klungeliger wordt dan hij in zijn huwelijk toch al was, is een broodje symboliek waar je even van schrikt.

Hoe intrigerend het begin ook is – ‘Op een vroege ochtend zag ze de dassen.’* – halverwege blijkt de aandacht weggeëbd. Je ziet haar naar buiten staren, in Dickinson bladeren, boodschappen doen, in bed liggen, maar haar gevoelsleven blijft schimmig. De auteur slaagt er niet in betrokkenheid of compassie te wekken voor dit vreemde, vervreemde, bijna onsympathieke wezen. De wezenlijke hoofdpersoon in De omweg is de natuur. Misschien hoort een mens daar volgens Bakker wel niet thuis.

* De daarop volgende zinnen kunt u lezen in de voorpublicatie op Athenaeum.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.