Gabri van Tussenbroek
Amsterdam in 1597
(2009)
L.J. Veen
351 pagina's
€ 24,90
ISBN 9789020416978
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
De metamorfose van Amsterdam
door Marleen van den Hoven, 4 november 2010
Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury.
1597. Prins Maurits verslaat eindelijk de Spanjaarden, en de Republiek der Nederlanden wordt voor het eerst een gesloten gebied. Een grote immigrantenstroom uit voornamelijk de Zuidelijke Nederlanden komt op gang en de stad begint enorm te groeien. Uiteindelijk barst ze zelfs uit haar voegen. Het leidt tot verandering en uitbreiding op allerlei gebieden.
Amsterdam in 1597. Kroniek van een cruciaal jaar van bouwhistoricus Gabri van Tussenbroek (1969) vertelt het verhaal van Amsterdam in dit roerige jaar. Veel gebeurtenissen en ontwikkelingen die zich toen voordeden, zijn bepalend geweest voor de toekomst van de stad. Dat ontdek je pas als je het boek doorbladert, en de twaalf hoofdstukken leest die elk een maand van 1597 beschrijven. Bijna van dag tot dag laat van Tussenbroek zien hoe het er in Amsterdam aan toe ging.
Cornelis Claesz, de belangrijkste boekhandelaar en uitgever van Amsterdam, is de hoofdpersoon van het boek. Via hem kwamen de Amsterdammers voornamelijk aan informatie over wat zich afspeelde. Het verlangen om te expanderen op het gebied van de handel nam langzaam toe en daarom was er vanaf 1597 veel aandacht voor kaarten, reisverhalen en verslagen van gemaakte scheepsreizen. Amsterdam ging zelf de wijde wereld in om deze te verkennen en nieuwe zeeroutes te ontdekken, om zo te kunnen concurreren met de Spanjaarden en de Portugezen. Van groot belang was dan ook de terugkeer van de expeditie van Willem Barentz van Nova Zembla, evenals die van Cornelis de Houtman uit Indië.
Gunstig voor Amsterdam was ook dat, na de blokkade in de Schelde en de val van Antwerpen in 1585, vele Antwerpse handelaren en ambachtslieden die stad hadden verlaten om naar andere steden te trekken. Amsterdam werd hierdoor steeds populairder en groeide in 1597 uit tot het middelpunt van de handel. Langzaamaan had Amsterdam zich ontwikkeld van een kleine handelsplaats tot een belangrijke metropool.
Dankzij de vele prachtige en gedetailleerde beschrijvingen van de gebouwen, stratenpatronen en omgeving, krijg je een heel duidelijk beeld van Amsterdam in 1597. Van Tussenbroek doet er alles aan om je de sfeer van die tijd te laten opsnuiven:
“Zoals januari kwakkelig was begonnen, begon ook februari 1597 somber. De regen plensde neer in sloppen en stegen, terwijl de uitwateringssluis van de Oudezijds Kolk op hoge toeren draaide om al het water in het IJ te spuien. Buiten de stad liepen karren vast op modderige wegen, voetgangers raakten doorweekt en in de talloze bootjes op de grachten moest voortdurend worden gehoosd. De bouw lag stil, klerken zaten in vochtige kleren te kleumen op het stadhuis, het brood beschimmelde en dienstmeiden foeterden op alle viezigheid die de huizen mee in werd gedragen.”
Buiten gebeurtenissen uit het jaar 1597 geeft Van Tussenbroek ook veel informatie over het dagelijkse leven zoals de eetgewoontes, tuchthuizen en kleding van de Amsterdammers. Aan de hand van Cornelis Claesz krijgt de lezer als het ware een soort rondwandeling door de stad. Dat werkt goed: de lezer ervaart daardoor het leven van die tijd. Je komt bijvoorbeeld te weten dat in 1597 de Spaanse mode nog steeds overheersend was en dat iedereen in die tijd vis at. Hierbij maakt Van Tussenbroek wel vaak gebruik van te lange opsommingen, wat op den duur gaat storen:
“Had je geld, dan kon je nadenken over alles wat je kon aanschaffen: zilveren bekers, bestek, glazen, borden, pannen, potten, stoelen, krukken, tafels, kasten, kisten, koffers, bedden, bedlinnen, dekens, kussens, kleden, dekkleden, gordijnen, koper- en ijzerwerk, tinwerk, houtwerk, beeldjes, schilderijen, prenten…”
In het gebruik van namen is Van Tussenbroek ook erg overvloedig. Zo somt hij bijvoorbeeld een rijtje schepenen op en noemt hij een groot aantal personen die in 1597 behoorden tot ‘die happy few die zich vrijwel alles konden verloven of voor wie dat in het verschiet lag’. Omdat over de meesten behalve hun naam, verder niets wordt gezegd, zijn die gedeeltes irrelevant.
De illustraties in de kroniek Amsterdam in 1597 hebben een toegevoegde waarde. Vooral de plattegronden en kaarten zijn het vermelden waard. Ze laten goed zien hoe de stad in elkaar zat. Daarnaast brengen prenten van bijvoorbeeld de boter- en kaasmarkt en de haven, afbeeldingen van archeologische vondsten en enkele gebouwen het beeld van Amsterdam nog meer tot leven.
Voor iedereen die een idee wil krijgen van wat zich in 1597 afspeelde, die wil weten hoe het leven van alledag er toen uit zag of zich afvraagt waarom Amsterdam in de 17e eeuw ineens zo belangrijk werd op het gebied van handel, is dit verantwoorde maar toegankelijk geschreven historische werk het perfecte naslagwerk.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



