Oscar van den Boogaard
Meer dan een minnaar
(2010)
De Bezige Bij
230 pagina's
€ 19,95
ISBN 9789023454410
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
Vrouwen in een gekantelde wereld
recensie van Het verticale strand
recensie van Majesteit
Neighbours in België met méér dan alleen minnaars
recensie van Meer dan een minnaar
andere recensies
Een bitter liefdesverhaal met een te zoete bovenlaag
door Simone van Saarloos, 7 november 2010
Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury.
Oscar van den Boogaard heeft zich het genre van de familieroman goed eigen gemaakt. In Liefdesdood (1999) staat de onder spanning gekomen liefde van twee ouders centraal, terwijl De heerlijkheid van Julia (1995) als een lofzang op de liefde – inclusief de zwarte kanten ervan – kan worden beschouwd. Zijn nieuwste roman, Meer dan een minnaar, laat overtuigend zien dat iedere ongelukkige liefde zijn eigen bijzondere karakter kent. Ook deze familieroman verbeeldt alle mogelijke variaties van misère en liefde.
Van den Boogaard blijft overtuigd dat de liefde uiteindelijk overwint; geluk blijkt wel degelijk op ongeluk te volgen. Zo observeert de verteller: ‘Vanuit de duisternis kon een mens wel in het licht kijken, maar vanuit het licht niet in de duisternis.’ De duisternis is vergaan en alleen het licht van geluk is blijven bestaan. Gelukkig bezit Van den Boogaard de kunst om het duister te beschrijven, want het zijn juist deze glimpen van donkerte waardoor Meer dan een minnaar schittert.
Het verhaal begint onschuldig in het Oost-Vlaamse dorpje Sint-Martens-Latem. Hier woont ‘greenkeeper’ Noël Poppe – een man die als een ware Noach alles wil redden wat dreigt te verdrinken – met zijn vrouw Regina en zoon August aan het plaatselijke golfterrein. De vijftienjarige August probeert aan het benauwende bestaan in het dorp te ontsnappen, maar zijn lange haren noch zijn make-up kunnen hem verlossen van de tradities die in maart 1987 in de plattelandsgrond liggen vastgevroren. Dat het conventionele bestaan van zijn ouders helemaal niet zo saai en rimpelloos is als de gladgestreken golfbaan, wordt zowel August als de lezer gauw duidelijk. De bouw van de betonnen kubusvilla van de nieuwe buren verbeeldt een breuk met de heersende gewoonten. Toch ontstaat deze barst in het leven van de familie Poppe niet geheel abrupt. De buren zijn geen onbekenden: er blijkt sprake van een reünie.
Het klassenverschil tussen beide buren is niet alleen zichtbaar in hun huizen, maar vertaalt zich vooral in de verschillende levensopvattingen. Deze contrasteren, maar trekken elkaar eclectisch aan. Bij Noël thuis geloven ze in God en wordt het leven simpel benaderd: ‘wat mooi was, was mooi en wat lelijk was, was lelijk’, terwijl achter de betonnen villamuren van seksuoloog Rudolf Bouvy en zijn kersverse vrouw Elsie vooral de overtuiging heerst dat alles met behulp van conceptuele kunst en intellectuele inzet kan worden opgelost. Zo probeert de zwangere Elsie haar baby gezond ‘te denken’ en krijgen de overspelige neigingen van Rudolf onder het motto van dichter John Keats een eufemistisch karakter. Immers, ‘a dirty mind is a joy forever.’
De vierhoeksverhouding die ontstaat, lijkt een even logisch als verwarrend gevolg van deze onderlinge verschillen. Noël biedt Elsie aandacht die in eenvoud floreert, terwijl Regina bij Rudolf meer dan een minnaar alleen vindt. Vastgevroren door het stijve gezinsleven smelt ze in zijn aanwezigheid om tot een levenslustige en leergierige vrouw.
Sint-Martens-Latem, door puberdochter Lilly Bouvy spottend Small, Medium, Large genoemd – ‘alsof er groei in zat’ – , biedt een mooi decor voor de ontwikkelingen tussen beide gezinnen. Het zwembad in de kubusvilla dient in dit verhaal niet als een poel om zonden af te wassen, maar juist als aanzet tot verschillende affaires: daar vindt Rudolfs getroebleerde puberdochter Lilly de liefde van August, terwijl hun ouders hier al eens eerder verstrengeld zijn geraakt; ieder met de verkeerde echtgenoot.
Een bittere plotwending versnelt de roman naar een einde toe. Vanaf dan gaat de auteur eigenlijk te vlug. Neemt Van den Boogaard eerst uitgebreid de ruimte om de psyche van de personages en hun wereldbeschouwingen uiteen te zetten, in de tweede helft van het verhaal worden de plotse ontwikkelingen met opzichtige metaforen beschreven. Zo scheert August zijn lange haren af en gooit hij het beeldje van zijn beschermengel stuk. De jongen betreedt de wereld van volwassenen terwijl de auteur met deze voor de hand liggende symboliek op puberaal niveau blijft hangen.
De suikerdikke symboliek is storend, juist omdat Van den Boogaard het stilistisch talent heeft om het decor en de personages in zijn roman van reliëf te voorzien. Dit toont hij al op de allereerste bladzijde:
‘Laat ik beginnen met goed nieuws voor alle mensen die aan hun familie ten onder gaan. Ik heb ergens gelezen dat voor een astronaut de aarde eruitziet als een gelukzalige bol die vreedzaam in de kosmos zweeft. Van buiten de dampkring gezien geen glimp van ongelukkige vaders, moeders en kinderen. Dit betekent dus – het klinkt te mooi om waar te zijn – dat als je maar genoeg afstand neemt zelfs je eigen familie opgaat in zoetsappige onschuld.’
Hoewel er vanuit dit astronautenperspectief hier en daar een pijnlijk onrealistisch zoet suikerlaagje is gestrooid, zorgt de positie van de alwetende verteller ervoor dat de spanningsboog strak blijft: de lezer krijgt essentiële details en gebeurtenissen mondjesmaat voorgeschoteld doordat het perspectief voortdurend van personage verspringt. Wanneer we op het einde getrakteerd worden met de eigenlijke verteller, zijn ook de naïeve bespiegelingen begrijpelijk: pijn in het verleden is gauw vergeten en geromantiseerd.
De tegenstelling en aantrekkingskracht tussen de verschillende karakters intrigeren tot het einde, ware het niet dat Van den Boogaard voor veilig lijkt te kiezen wanneer hij zijn roman zoet laat eindigen. Noël redt uiteindelijk wat er te redden valt, August verliest zijn wilde haren en Regina schikt zich, niet langer stijf en koud maar opgewarmd en vitaal, in haar lot. Zo heeft Van den Boogaard een prachtig verhaal bekokstooft, waaraan helaas een pittige nasmaak ontbreekt.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

(4/5)


