Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Platte karakters laten geen indruk achter

door Linda Ackermans, 29 november 2010

Idealen moeten uiteindelijk altijd plaatsmaken voor de harde realiteit: dat lijkt het idee achter Portret van een onaangepaste, de tweede roman van de jonge schrijver Bernard Wesseling (1978). Het is echter gissen naar het precieze thema, net zoals het zoeken is naar een onderwerp. Waar gaat dit boek over? Is het meer dan een bundeling stilistisch mooie zinnen?

Bij het lezen van Portret van een onaangepaste word je in het diepe gegooid. Vanaf de eerste bladzijde beland je in een diep taalzwembad waarin de zinnen als gekunstelde golven op gezette tijden over je heen spoelen. Een oer-Hollands bad bovendien:

‘Buiten klust er een op los alsof ie meedoet aan Te land, ter zee en in de lucht en een kudde wolken verplaatst zich, graast langzaam het blauw af tot het ook hier kaal wordt en avond, alweer.’

De zinnen rollen soepel, maar de beeldspraak is soms erg vergezocht en te nadrukkelijk aanwezig. Al te vaak maakt Wesseling gebruik van stijlfiguren. Dat staat haaks op het platte Amsterdamse taaltje (doet ie, veelste, z’n eigen) dat als schrijftaal wordt gebruikt, inclusief flink gevloek en grof gepraat.

Het vertelperspectief in de roman is lastig. Wesseling lijkt gebruik te maken van het jij-perspectief, maar de lezer die daar intrapt, komt toch bedrogen uit. Er is namelijk een hogere ik-verteller aanwezig, die zich achter de ‘jij’ – het hoofdpersonage – verschuilt. Daarnaast is er nog een ‘hij’ waar de jij op zijn beurt over vertelt. Klinkt dit onduidelijk en verwarrend? Dat is het ook. Wesseling doet geen moeite die onduidelijkheid weg te nemen. De twee mannelijke protagonisten blijven op die manier zogenaamde flat characters die door Wesseling niet worden uitgediept naarmate het verhaal vordert.
Daardoor kun je je nauwelijks verplaatsen in de personages en meeleven met hun sores. Want sores hebben ze genoeg: de jij en de hij blijken twee ‘treurlingen’ te zijn, op de rand van een depressie. Ze gaan in huiltherapie om hun gevoel opnieuw te leren uiten en ze proberen richting aan hun leven te geven, maar belanden steeds in depressieve gedachtegangen en handelingen.

‘Een [verslaafde] vraagt hoe ’t nou met jou gaat. En als je ’t op een jakkeren zet roept hij nog wat raadselachtigs achter je aan, mits je ‘m goed had verstaan als ie schreeuwt: “Hé, weet jij wat er gebeurt met al die ervaring?” Maar ’t had denkelijk net zo goed om geld voor een haring kunnen gaan, je zult er nooit achter komen. Door naar huis been je – nu je nog onderdak hebt, hè – en stalt op tafel uit wat er over is van je galgenbuit. Daarna pak je je schrift erbij, zet de fles aan je mond en doet een laatste keer verslag van de eilandbewoner in een poging testamentisch te worden.’

Dit fragment doet wat ‘onbestemd’ of ‘vaag’ aan, je kunt het niet goed plaatsen. Daarmee is het tekenend voor het hele boek. Nergens wordt de roman een geheel waarin het onderwerp of de boodschap duidelijk wordt. Moet een boek dan per se een boodschap hebben? Op zijn minst toch wel een kern waaraan de lezer zich vast kan houden. Die ontbreekt hier.
Wesseling weet de lezer niet te grijpen: voor zover je een draad te pakken had, raak je die halverwege kwijt. Voeg daarbij het eerder genoemde onvermogen om de personages boeiend te maken en de vraag ‘waarom verder lezen?’ rest. Portret van een onaangepaste is een boek om na het lezen te vergeten. Dat hoef je zelf niet eens te willen, het gebeurt simpelweg doordat het boek – op een aantal mooi geconstrueerde zinnen en prachtige woordvondsten na – geen indruk achterlaat.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.