Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Een aaneenschakeling van misverstanden

door Pieter Hoexum, 1 december 2010

Alleen de titel al zou makkelijk aanleiding kunnen geven tot een misverstand, namelijk dat deze roman zou gaan over vrouwen die wonen in nieuwbouwwijken, om precies te zijn in wijken die gebouwd zijn op zogenaamde ‘vinexlocaties’. Het boek gaat echter niet over hen, maar over Naima El Bezaz. Het is een autobiografie waarin de schrijfster uitwijdt over haar dagelijkse beslommeringen en enkele anekdotes opdist over haar spaarzame avonturen buitenshuis, met name op Marken en in Egypte.

De betiteling ‘roman’ lijkt me ook een misverstand. Er is geen sprake van een verhaal of een geschiedenis of iets dergelijks. Het heeft nog het meeste weg van een bundeling columns uit een glossy vrouwenblad. Ik had liever een roman gelezen over vinexvrouwen, veel liever zelfs.

Ook de eerste zin belooft het een en ander, wat helaas ook al niet wordt waargemaakt. De eerste zin luidt: ‘Ik ben een Marokkaan in een vinexwijk.’ Gaat het dan misschien over Marokkanen in de vinexwijken? Misschien zelfs over Marokkanen in het Nederland van de jaren negentig en het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw? Daar zou ik ook graag een roman over willen lezen. Maar El Bezaz blijkt geen Marokkaan in een vinexwijk, maar een schrijfster in een vinexwijk. El Bezaz is Kunstenaar, ze hoort eigenlijk thuis in de grote stad, Amsterdam dus, maar door een samenloop van omstandigheden, tot haar eigen verbazing in een nieuwbouwwijk terecht is gekomen. Daar zit ze dan, als creatieve, vrije geest, tussen de saaie Henken en Ingrids van deze wereld.

Overigens is El Bezaz eerder een verteller dan een schrijfster. Haar stijl is in elk geval bepaald niet verzorgd. Zoals Gerrit Krol de schrijver is van de komma en vooral van de puntkomma, en zoals Koos van Zomeren de schrijver van de witregel is, zo is El Bezaz de schrijfster van het uitroepteken. Ze schreeuwt eerder dan dat ze schrijft, en ze is de eerste die dat toe zal geven:

‘Ik schreeuw: “Ik ben hier, zie mij, erken mij, accepteer mij!” En nu moet ik nog leren hoe ik mezelf moet accepteren.’

Maar goed, het is dus een autobiografisch boek waarin een zogenaamd onaangepaste schrijfster uitwijdt over het conformistische leven in Vinexwijken. Daarover heeft ze helaas niets interessants te melden. Alles wat ze doet is het bevestigen van een cliché dat je al na een bladzijde op je klompen aan voelt komen: de saaiheid van de nieuwbouwwijk blijkt schijn, het is een façade waarachter een waar Sodom en Gormorra schuil gaat: sex, drugs and rock & roll… Het wordt de schrijfster al snel allemaal te veel, zij blijkt natuurlijk helemaal niet zo onaangepast, maar probeert juist wanhopig haar best te doen een normaal leven te leiden. Die wanhoop wordt hier en daar mooi beschreven, dat zijn de weinige lichtpuntjes in dit boek.

Zo is er de uitgebreide beschrijving van de droom waarin haar overleden Marokkaanse grootmoeder haar bezoekt; die grootmoeder vraagt haar waarom ze hier woont…

‘“Ik weet het niet,” zie ik zacht.
“Wat zeg je?”
“Ik weet het niet, ik weet het niet,” herhaalde ik. Ik drukte mijn hoofd tegen het raam en begon ertegenaan te bonken. “Ik weet het niet, ik weet het niet. Ik deed wat andere mensen doen. Wat gezinnen doen. Ik wil het goed doen. Maar eigenlijk weet ik het niet.” En voor het eerst huilde ik. Tranen gleden over mijn wangen, hete dikke tranen.’

Het boek eindigt toepasselijk, met een vergissing. Het eindigt namelijk met de weergave van een telefoongesprek dat El Bezaz had met ene Josje, van haar uitgeverij, Querido. El Bezaz vertelt haar dat ze iets geleerd heeft van het schrijven aan dit manuscript: ‘Dat ik totaal niets van Nederland en Nederlanders begrijp.’ Dat is onzin, El Bezaz is wat dit betreft veel te bescheiden. Ze doorgrondt de Nederlanders volkomen: ze weet precies wat Nederlanders graag lezen en levert ze dat in hapklare brokjes. Ik voorspel dit boek dan ook een groot verkoopsucces, met de daarbij horende boekverfilming.

Nederlanders laten zich namelijk van oudsher graag, op zondag, in de kerk de les lezen door de dominee, om vervolgens van maandag tot en met zaterdag weer gewoon hun verdorven gang te gaan. Sinds de ontkerkelijking hebben de cabaretiers die rol overgenomen. Niets is meer Nederlands dan een cabaretier zoals Youp van ’t Hek, die al jaren lang de theaterzalen van alle provincieplaatsen van Nederland afreist om het massaal toegestroomde publiek in te peperen hoe provinciaal ze zijn. Dat gaat erin als koek, als Gods woord in een ouderling.

Zowel qua inhoud als vorm slaat El Bezaz de spijker precies op de kop. De morele les (wat doen we eigenlijk toch raar met z’n allen en wat zijn we toch eigenlijk allemaal hypocriet) is helder en duidelijk, de toon is honend en tegelijk luchtig (‘Ach lieve mensen, het is maar cabaret, moet u maar denken’) en deze donderpreek duurt maar kort, 190 bladzijden.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.