Marieke Prinsen Geerligs
Dansen op asfalt
(2010)
Augustus
379 pagina's
€ 22,50
ISBN 9789045703206
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Geschiedenisles met Ziggy Stardust
door Irwan Droog, 20 december 2010
In het debuut van Marieke Prinsen Geerligs (1950) dansen drie personages zich op de muziek van David Bowie een weg door de turbulente jaren ’60, ’70 en ’80. Fotografe Giselle de Vries groeit op bij een drank- en drugsverslaafde moeder. Op twintigjarige leeftijd vlucht ze naar Engeland, waar ze de popcultuur in duikt en een dochter krijgt van rockster Orfeo Levi. Fotomodel Ruben Witkamp ontsnapt eveneens aan zijn (strenggelovige) ouders, met wie hij in conflict raakt door zijn homoseksualiteit en vrije geest. Misja Levi heeft weliswaar een goede band met zijn alleenstaande moeder, maar heeft een moeilijke jeugd nadat hij zijn vader Orfeo zelfmoord heeft zien plegen. Misja besluit te verzwijgen wat hij heeft gezien, en daarmee meteen om helemaal te stoppen met praten. Wanneer hij hier van terugkomt verandert hij zijn hele leven: voortaan heet hij Gideon, en wordt hij een succesvol tv-presentator. Giselle en Ruben worden (ondanks zijn geaardheid) verliefd, maar Ruben blijft toch iets missen: met de eveneens homoseksuele Gideon wordt de relatie later aangevuld.
Deze onconventionele driehoeksverhouding vormt de losse kern van Dansen op asfalt (wat Giselle letterlijk doet op de eerste autoloze zondag van Nederland), naast de oude en nieuwe problemen waar ze op stuiten na een veelbelovende periode van vrijheid: het einde van de Sixties kondigt een tijd van verval, ziekte en ingrijpende veranderingen aan. De Berlijnse Muur wordt gebouwd en op het einde afgebroken; er zijn diverse demonstraties, en de ster van nieuwe popiconen/helden is rijzende, zoals David Bowie en zijn alter ego Ziggy Stardust. De vergelijking tussen Gideon en Ziggy Stardust is een van de meer geslaagde parallellen in deze roman, die vooral een complex netwerk is van zich tegelijkertijd afspelende gebeurtenissen en voor een groot gedeelte steunt op soms onduidelijke verbanden tussen historische situaties en de ontwikkeling van de personages. Zo besluit Gideon de moeder van Giselle te confronteren met haar verleden; dit wordt beschreven tegen de achtergrond van het Chinese studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede, de Poolse verkiezingen van 1989 en de treinramp bij het Russische Oefa. Een relatie tussen de gebeurtenissen wordt gesuggereerd, maar evenals in de rest van de roman komt dit precieze verband niet duidelijk genoeg naar voren.
Naast de prominente aanwezigheid van Bowie zijn er gastrollen weggelegd voor onder anderen Jim Morrison, Phil Spector, John Lennon, twee Beach Boys en Charles Manson. De misdaden van Manson en de moord op John Lennon markeren de overgang naar grimmiger tijden. Men danst nog wel, maar het gevoel van vrijheid heeft plaatsgemaakt voor een sterk bewustzijn van sterfelijkheid. Ruben en Gideon komen hun vrienden vaker tegen op crematies dan op feestjes; aids, een tot dan toe onbekende ziekte, komt op. Op zijn verjaardagsfeest probeert Ruben hier luchtig mee om te gaan:
‘Dit jaar was het thema dan ook “Bekende Doden”. Ruben had het gekozen om de immer aanwezige aids-doden ook een plaats te geven op het feest.’
De eerste aanwezige op zijn feest, uitgedost als Mick Jagger, lijkt het thema niet te snappen. Maar:
‘“In zekere zin toch wel,” zei de jongen. “Ik ben een pars pro toto. Ik verbeeld de Sixties. Een gestorven tijdperk.’”
In het nieuwe tijdperk wordt de invloed van aids steeds prominenter in beeld gebracht. Zo ontmoeten we de beroemde danser Rudolf Noerejev, die door zijn ziekte steeds meer aftakelt, en komt de seriemoordenaar Michael Lupo langs met een heel eigen manier van omgaan met zijn naderende dood: hij sleept zo veel mogelijk mensen met hem mee het graf in. De passage waarin Lupo gevolgd wordt valt enigszins uit de toon; minder door zijn schokkende daden dan door het inslaan van het zoveelste zijpad dat de roman te breed maakt.
De hoofdstukken bevatten naast de verhalen van de hoofdpersonen namelijk een te grote hoeveelheid aan historische gebeurtenissen. Zo gebeurt het vaak dat een vertelling over Giselle, Ruben of Gideon onderbroken wordt met een ‘Op datzelfde moment’ of ‘Terwijl’. Dit constante schakelen tussen verschillende verhalen is bij vlagen vermoeiend en maakt het geheel onnodig complex, waarbij de balans tussen hoofd- en bijzaken helaas wankel blijft.
Niet alleen de ingewikkelde structuur laat soms te wensen over, ook sommige personages komen niet helemaal uit de verf. Orfeo Levi, de verbindende factor tussen Giselle en Gideon, blijft een tweedimensionale rockster, Ruben vertoeft vooral aan de zinnelijke oppervlakte van seks, drugs en rock & roll, en de meeste opduikende beroemdheden ontlenen hun identiteit slechts aan hun bekende naam. Aan de andere kant is Andrea, de tirannieke moeder van Giselle, even doorgeslagen in haar drank- en drugsverslaving als intrigerend in haar ongrijpbaarheid. Daarnaast zorgt een echtpaar dat op latere leeftijd besluit te vluchten uit Oost-Berlijn voor een ontroerende scène. Zo levert deze fragmentarische roman enkele interessante figuren en verhalen op, maar belemmert de overdaad aan bekende namen en gebeurtenissen het zicht op de kroniek die dit verhaal wil zijn.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



