Thomas Claus
Lucas Somath
(2010)
Meulenhoff/Manteau
319 pagina's
€ 19,95
ISBN 9789085422549
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
Gekunstelde capriolen met het Niets
door Simone van Saarloos, 25 december 2010
De titel van de roman Lucas Somath is een simpel te ontcijferen anagram van de auteur ervan, debutant Thomas Claus (1963). In deze heilloze zoektocht naar het Niets debuteert hoofdpersoon Lucas met een boek dat nog geschreven moet worden en heeft hij, net als de auteur, een teleurstellende carrière als beeldend kunstenaar achter de rug. Alles wijst erop dat de Vlaamse auteur voor zijn eerste roman een alter ego in de persoon van deze veertigjarige Lucas gekozen heeft.
Met zijn themakeuze maakt Claus het zichzelf niet makkelijk. Lucas Somath verbeeldt de relativistische, moderne wereld zonder waarden en de helletocht van het schrijven. Het leven stelt Lucas zo teleur, dat hij nu maar hoopt dat het Niets wel iets te bieden heeft. En hoewel hij al voor hij begonnen is weet dat zijn schrijverschap zal mislukken, moet en zal hij een roman publiceren waarin hij zijn gevoelens waarheidsgetrouw verwoorden kan.
Lucas lijkt zich volledig te vereenzelvigen met zijn kluizenaarsbestaan, al wordt niet duidelijk wat daaraan vooraf is gegaan. Misschien moeten we hiervoor ‘tussen de regels lezen’ zoals de verteller letterlijk dirigeert, maar het weelderige taalgebruik verblindt en ontneemt je de mogelijkheid om verder te kijken dan het met scheet en kots-gevulde hol waar Lucas zich heeft opgesloten. De schrijver in spé verliest het contact met de buitenwereld, terwijl Lucas Somath de lezer mee zuigt in een wereld die eerst fascineert, maar je uiteindelijk murw achterlaat.
In de structuur van de roman weerspiegelt zich de overgang van seizoenen. Net zoals die wisselen ook de perspectieven en de vertellende instantie geregeld. Het verhaal is opgebouwd uit brieven van ex-geliefde Anna, de schrijfsels van Lucas, een alwetende verteller en een ik-figuur. Uit de typografie blijkt wie er aan het woord is. Zo staan de absurdistische teksten die Lucas ter voorbereiding van zijn roman schrijft, schuin gedrukt. Deze cursivering past bij het doorstromende tempo van zijn proza. De brieven van Anna zijn in een typerend eenvoudig lettertype gegoten; nadat zij hem verliet, koos ze voor een minder turbulent en chaotisch leven waarin man en kinderen centraal staan.
Terwijl Lucas zichzelf voortdurend als zelfhatende misantroop portretteert, weet zijn ex-geliefde Anna zich hem te herinneren als weliswaar onbetrouwbaar en lui, maar bovenal spannend, intelligent en geweldig in bed. Haar brieven, ook al blijven die onbeantwoord, geven de weinig tastbare Lucas een extra dimensie. Zij is de enige blik van buiten die een licht op de teruggetrokken Lucas laat schijnen.
Wat volgt uit het onzekere karakter van Lucas is een opzettelijk ongecontroleerd relaas om het onderbewuste in taal te vatten. Met het houvast van seizoenen en terugkomende wisselingen in vorm en perspectief heeft de roman een duidelijke structuur. Toch raak je uiteindelijk verdwaald in Lucas Somath. Waar een taalkunstenaar als Tom Lanoye de leegte of het verdriet te lijf gaat met woorden, raakt Claus slechts verstrikt in een doolhof van aaneengeregen zinnen en nutteloze levenslessen.
Ondanks dit braaksel van woorden toont de auteur in het schrijfwerk van Lucas zijn liefde voor het taalspel. Zo wijdt hij eenentwintig pagina’s aan het woord ‘worst’. Hoewel dit ‘woordenmanifest’ een bijzonder veelvoud aan mogelijke ‘worstwoorden’ oplevert, neemt de ‘obscene worst’ een prominente plek in: ‘Clitorisworst. Worstenkut. Worstenkut in de worstenkont. Kutkontworst in de kontworstkut … piklulkontpijpworstkutkittelaar.’
Dit onleesbaar worstenmanifest geeft de oneindige mogelijkheid van de taal weer. Het laat ook zien dat niet elke mogelijkheid moet worden uitgebuit. Somath – of liever; Claus – weet niet van stoppen en verkracht hiermee zijn eigen muze; de taal. Af en toe verrast Claus met een mooie taalvondst of een weloverwogen observatie, maar deze gaan verloren in het zwart van zelfbeklag. De gekunstelde capriolen met het Niets brengen niets tot stand: geen remedie, geen schoonheid en ook geen vermaak.
‘Onze ware identiteit ontsluiert zich pas als we niet meer zwichten voor de gemakzucht van imitatie’, bedenkt Lucas zich. Thomas Claus heeft zich – misschien uit angst vergeleken te worden met zijn vader Hugo Claus – verre van imitatie gehouden. In plaats daarvan vertolkt zijn roman het eigenzinnige relaas van een ongelukkig schrijver, die het leven en schrijven als lijden ervaart. Zowel Lucas Somath als zijn schepper Thomas Claus bezit in het begin van de roman nog een zekere scherpte, die gaandeweg verloren gaat in een tsunami van woorden. Aan het einde van Lucas Somath hoop je alleen nog maar dat Claus zichzelf de zo pijnlijk ervaren lijdensweg van het schrijven niet meer aan doet – en hiermee ook de lezer ontziet.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



