Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Van pubermeisje naar studente in een grenzeloos geheel

door Irwan Droog, 17 januari 2011

Kristien Hemmerechts breidt haar reeds omvangrijke oeuvre uit met de roman Gitte, waarin ze een beklemmend en eigentijds portret creëert van de adolescente Gitte Vandenavenne. In twee delen is het Gitte zelf die verslag doet van verschillende fases in haar leven: een periode van onschuld, waarin ze idolaat is van haar oudere broer Woud, en haar studententijd, die bestaat uit seksuele uitspattingen, een bevlogen verliefdheid en het bestuderen van poëzie. Terwijl Gittes idyllische jeugd in het eerste deel mooie en melancholische passages oplevert, zijn de problemen die ze later ondervindt iets minder aangrijpend. Er volgen echter genoeg ontknopingen en interessante overpeinzingen om het verhaal overtuigend te maken.

Gitte bevat een breed scala aan thema’s: literatuur, religie en liefde zijn slechts enkele voorbeelden van onderwerpen waar Gitte mee in aanraking komt. Maar het meest spraakmakende thema zijn de telkens terugkerende grenzen, die in Gitte zowel letterlijk als figuurlijk vakkundig verwerkt zijn.

Zoals de overgang van het eerste naar het tweede deel een afbakening van helften is, markeert ook de ligging van het ouderlijk huis waarin Gitte, Woud en jongere broer Onno wonen een scheidingslijn. Gelegen aan een groot bos bij de Belgisch-Franse grens is de omgeving een paradijselijk speelterrein voor de kinderen. Zoals ze echter geleerd hebben van het verhaal van Adam en Eva, is een uitzetting uit het paradijs onvermijdelijk en zullen ze ooit de echte wereld moeten betreden. Dat moment breekt aan wanneer Woud uit huis wordt geplaatst nadat hij wordt geplaagd door visioenen van een vermoorde overgrootvader, die bezit lijkt te nemen van zijn lichaam. Wat volgt is een knap spel met terugkerende thema’s, een intrigerende blik in een familie met een geheimzinnig verleden en een sprekend portret van de opgroeiende Gitte.

Die wordt als personage geloofwaardig gevormd door innerlijke conflicten, heimelijke verlangens en spontane ondernemingen, met als enige constante het gemis van haar vroegere rolmodel. In sfeervolle stijl beschrijft Hemmerechts niet alleen de levensgetrouwe personages, maar ook de bosrijke omgeving waarin Gitte opgroeit:

‘Als iedereen zijn mond hield over boomstammen die pookten in onze rug, over kietelende grassprietjes of een hinderlijk volle blaas, hoorden we het ruisen van de wind, het knisperen van twijgjes, het gekwetter van vogels, het ritselen van blaadjes. Hoe langer we zwegen, hoe meer gedruis. Het bos rukte op. Als we niet uitkeken at het onze tuin op. “Dat is normaal,” zei papa, “want ooit was de tuin van het bos.”’

Hiermee stipt de vader, liggend in de tuin met zijn gezin, het belang van meer dan alleen tastbare grenzen aan. Zo markeert Wouds waanzin zijn overgang van realiteit naar fantasie, maar is het vooral het samenspel tussen heden en verleden dat voor spanning zorgt. De onduidelijke geschiedenis van Gittes overgrootvader, de vermoorde boswachter Lionel Ghyssels, is voor haar aanleiding om zelf op onderzoek te gaan. Eenmaal op de universiteit van Brussel spit ze krantenarchieven door om meer te weten te komen over deze voorvader, de postuum verantwoordelijke van de inzinking van Woud. Leergierig en gedreven speelt ze de detective om haar familiegeschiedenis te ontrafelen. Loskomen van het verleden is iets dat volgens Gitte namelijk niet mogelijk is, waarmee ze de kerngedachte van de roman samenvat:

‘Wij kunnen niet aan onze geschiedenis ontsnappen, zelfs wanneer we ons voornemen dat te doen. Wij dragen de geschiedenis in ons, zelfs wanneer die voor ons verborgen blijft of wanneer we denken dat ze voor anderen verborgen blijft.’

Ook haar ouders, theoloog Lode en psychologe Emilia, hebben een verborgen historie die Gitte tracht te achterhalen. De sleutel tot deze geschiedenis is de dichter Marcel Meerseman, oud-studiegenoot van Lode en ex-vriend van Emilia. Toevalligerwijs belandt Gitte in de collegebanken bij Paul Meerseman, zijn zoon; meer vanuit een gevoel van predestinatie dan gedreven door ware gevoelens is ze direct verliefd. De momenten van reflectie op deze liefde en haar dagelijkse beslommeringen maken van Gitte geen bijster boeiend personage – haar nieuwsgierigheid en ondernemingslust doen dit gelukkig wel. Ook de discussie die de studenten en docenten voeren over het verband tussen literatuur en werkelijkheid houdt het verhaal levendig en zet aan tot nadenken over fictionaliteit.

De constante aanwezigheid van een invloedrijk maar onbekend verleden en Gittes voortdurende zoektocht naar contact zijn de stuwende krachten achter het verhaal dat op verschillende niveaus intrigeert. De geest van de overleden boswachter spookt rond in Woud en Gitte, en waar de eerste de confrontatie met hem aangaat in zijn hoofd doet Gitte dat in de realiteit. Getroffen door de hardheid hiervan ontgroeit ze vervolgens het onmogelijk houdbare paradijs van haar jeugd. Dankzij het sterke familieportret dat in de eerste helft geschetst wordt en de stof tot nadenken die de tweede helft biedt, bewandelt Gitte de lijn tussen een indrukwekkende vertelling en een grensoverschrijdend geschrift dat geschiedenis, heden, fictie en realiteit tot een imposant geheel doet samensmelten.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.