Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Uitzicht op zee alleen is net niet genoeg

door Simone van Saarloos, 8 maart 2011

‘Ging ze er echt van uit dat dichters zich als de eerste de beste straatmuzikant in een coma wilden drinken? Om daarna met een houten kop en een wazige blik een gedicht voor te dragen?’ klaagt dichteres en ik-verteller in Vliegtijd, de eerste verhalenbundel van Els Moors (1976), bij aankomst op een literair festival in het buitenland. De vrijwilliger die het programmaboekje heeft ontworpen, heeft deze namelijk versierd met een wijnfles en een boek. In tegenstelling tot wat de hoofdpersoon vindt, blijkt dit goed ingeschat: de dichters in Vliegtijd schenken weinig aandacht aan poëzie, maar drinken er lustig op los. De andere Nederlander die op het festival aanwezig is, beaamt dit: ‘Het is toch verbazingwekkend […] hoe weinig er hier over poëzie gesproken wordt.’

Hoewel alle personages, inclusief de ik-figuur, naamloos blijven, is ‘de Nederlander’ in het eerste verhaal de enige met een duidelijke identiteit. Het betreft hier dichter, romancier en criticus Ilja Leonard Pfeijffer. Niet alleen de uiterlijke beschrijvingen zijn onmiskenbaar – ‘Hij was groot, had lang krullend haar dat tot op zijn schouders viel, een snor en een ronde buik.’ – ook keert ‘de Nederlander’ na een lange fietstocht niet meer terug uit Genua. Over die tocht schreef Pfeijffer in 2009 De filosofie van de heuvel.

Eerder publiceerde de Vlaamse Els Moors een dichtbundel en een roman. Met deze verhalenbundel waagt ze zich aan een nieuw genre. Vliegtijd bevat vier verhalen die ogenschijnlijk door dezelfde ik-figuur worden beleefd. Het eerste en meeste levendige verhaal, ‘Vliegtijd’, is met bijna honderd pagina’s gelukkig ook het langst. De laatste vertelling is alleen een brief van twee pagina’s, gericht aan ‘Liefste’ en getekend door ‘Jouw liefste’. Informatiever wordt het niet.

In het tweede (Aan de voet van de berg) en derde verhaal (Afstand), gaat de ik-figuur op reis om in alle rust te schrijven. Ze belandt in een verlaten stad aan zee; waar ze met een pizzeria-eigenaar en een schilder flirt; waar ze zich hoe dan ook somber en eenzaam voelt. In ‘Afstand’ gaat ze met een man mee naar het zomerhuis van hem en zijn vrouw. Ook daar komt weinig van schrijven terecht, want ze geraken onvermijdelijk verliefd. Ondertussen belt ze in alle verhalen met haar ‘geliefde’ thuis, tegen beter weten in: ‘Ik wist meteen dat ik me na het gesprek nog vreselijker zou voelen dan ik me nu al voelde.’

Zeker in het eerste verhaal is de vrouw wier gangen we volgen weinig sympathiek. De ik-figuur maakt soms zulke onrechtmatige aannames dat haar misplaatste megalomanie onbegrijpelijk is. Wanneer ze na aankomst bij het literaire festival even gaat wandelen, treft ze een man met een wandelstok die haar vriendelijk groet: ‘Gluiperd, dacht ik. Kennelijk nog altijd niet te oud om te willen neuken.’

De vrouw zit vol met dergelijke negatieve gedachten, maar blijft verder een oningevuld personage. En omdat het verhaal volledig vanuit het ik-perspectief wordt verteld, ontstijgt ze haar voortdurende commentaar op de omgeving en andere mensen niet. Hoewel de gedachten van de vrouw veelal depressief en neerbuigend zijn, is ze naar de buitenwereld netjes aangepast. Na het zoveelste ‘nee-denken en ja-knikken’, verrast de ik-figuur niet meer en worden haar belevenissen niet meer interessant. Wel pakkend is de kale en nietsontzeggende taal die ook in de poëzie van Moors floreert. In korte zinnen zet Moors overtuigend een wereld neer waarin alles net niet lukken wil: ‘Toen probeerde ik te knipogen. Het ging moeizaam. Mijn linkeroog bleef haast twee seconden dicht vooraleer het weer open wilde.’

In zijn beschouwende reisverslag De filosofie van de heuvel leert Ilja Leonard Pfeijffer uiteindelijk dat je de berg het beste maar niet kunt negeren, wanneer je kuiten pijnlijk branden bij de klim. Je moet de heuvel aanvaarden en doorfietsen, zo luidt zijn simpele, maar werkzame conclusie. Het probleem is nu juist dat de ik-figuur in Vliegtijd alleen maar ‘aan de voet van de berg’ blijft staan, zoals de titel van het tweede verhaal letterlijk luidt. De heuvel is voor haar een berg en die beklimmen doet ze niet. Hoewel de simpele taal van Moors mooi is, werkt haar stijl in deze verhalenbundel nadelig, want de beschrijvingen van landschap en personage zijn vlak en eentonig.

‘“Als je nu niet met me meegaat naar mijn luxekamer in dit vijfsterrenhotel, met balkon en zicht op zee, wordt dit het zoveelste net-nietverhaal in mijn leven.” Het klonk treurig. “Het is een “net-nietverhaal,” antwoordde ik. “Je hebt het zelf gezegd.“’

Het uitzicht op zee dat een potentiële minnaar in de buitenlandse stad aan de vrouw belooft is aanlokkelijk, maar net niet genoeg voor een vruchtbare nacht. Op eenzelfde wijze is de verhalenbundel van Moors met haar bondige stijl veelbelovend, maar vertelt Vliegtijd uiteindelijk een te eenzijdig verhaal voor een werkelijk geslaagde leeservaring. Het blijven al met al net-nietverhalen.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.